Meest recent

    Kasteelmoord: justitie beukt in op journalistiek bronnengeheim

    Mag het journalistiek bronnengeheim opzij worden gezet wanneer een journalist verdacht wordt van mededaderschap aan misbruik van inzagerecht in een strafdossier?

    opinie
    Dirk Voorhoof
    Dirk Voorhoof is verbonden aan het Human Right Centre van de UGent en is lid van het European Centre for Press and Media Freedom. Hij publiceerde “Het journalistiek bronnengeheim onthuld” (Die Keure, 2008) en “Freedom of Expression, the Media and Journalists” (e-book, 2016). Dit artikel verschijnt ook in De Juristenkrant.

    Na het parket en de Brugse onderzoeksrechter, vindt nu ook de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Gent dat in een dergelijk scenario de wet van 7 april 2005 tot bescherming van de journalistieke bronnen geen toepassing vindt.

    Met deze opstelling riskeert België door het Europees Mensenrechtenhof voor de derde keer veroordeeld te worden wegens inbreuk op de journalistieke garingsvrijheid en het bronnengeheim, zoals gewaarborgd door artikel 10 EVRM.

    De zaak draait rond de inbeslagname van de iPhone van VRT-journalist Bart Aerts in het kader van het onderzoek in de zaak van de kasteelmoord.

    In die zaak werd André Gyselbrecht aangeklaagd voor moord op zijn schoonzoon, Stijn Saelens, en tijdens het gerechtelijk onderzoek werden telefoons van de familie Saelens met hun advocaat en enkele justitieverantwoordelijken afgetapt, op vordering van justitie.

    In een Terzake-uitzending van 17 november 2016 was een aantal van deze telefoongesprekken te horen.  (zie de reportage en uitleg in de tekst hiernaast)

    Foto Kurt bvba, Foto Kurt

    Volgens de programmamakers bleek uit die gesprekken dat de familie van het slachtoffer pogingen heeft ondernomen om het onderzoek naar de moord te beïnvloeden. In de reportage werd verwezen naar het feit dat  het parket-generaal in Gent een onderzoek heeft gedaan naar deze poging tot beïnvloeding van het strafonderzoek, maar “uiteindelijk werden er geen bewijzen gevonden”.

    De reportage voert aan dat het Brugse parket toen echter niet álle afgeluisterde gesprekken aan het parket-generaal heeft overgemaakt. Het waren precies die telefoongesprekken waarop de VRT-journalist wél de hand had kunnen leggen, die in de Terzake-reportage aan bod kwamen. 

    Het lek

    Het was meteen duidelijk dat de VRT-journalist enkel via een lek bij justitie of via een van de procespartijen in het bezit was gekomen van dit deel van het strafdossier, bovendien dus blijkbaar met zeer gevoelige informatie.

    Onmiddellijk startte een onderzoek naar het lek, dat leidde naar Peter Gyselbrecht, de zoon van André Gijselbrecht en medeverdachte. Peter Gyselbrecht legde een verklaring af dat hij Bart Aerts de telefoongesprekken in kwestie had laten horen en dat Aerts dus allicht met zijn iPhone die fragmenten had opgenomen.

    Peter Gyselbrecht werd meteen aangeklaagd en vervolgd voor misbruik van inzage in het strafdossier, terwijl de VRT-journalist werd vervolgd voor mededaderschap. Artikel 460ter van het Strafwetboek stelt immers het gebruik strafbaar van “door de inzage of het nemen van een afschrift van het dossier verkregen inlichtingen, met als doel en tot gevolg het verloop van het gerechtelijk onderzoek te hinderen, inbreuk te maken op het privé-leven, de fysieke of morele integriteit of de goederen van een in het dossier genoemde persoon”. 

    Huiszoeking

    Enkele dagen later vond er een huiszoeking plaats bij Bart Aerts: zijn iPhone werd in beslag genomen, hij werd tijdelijk aangehouden voor verhoor en nadien terug in vrijheid gesteld.

    Tijdens het verhoor weigerde Aerts een verklaring af te leggen omtrent de manier waarop hij in het bezit is gekomen van de stukken uit het strafdossier, zich beroepend op zijn journalistiek bronnengeheim.

    De iPhone kreeg Aerts vier maanden later terug, overigens pas na een tussenarrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, want de Brugse onderzoeksrechter had eerder geweigerd op het verzoek tot teruggave in te gaan. Door het parket werd ondertussen wel aangevoerd dat geen kennis is genomen van de inhoud, de adressen of namen van contactpersonen in de iPhone van Aerts en dat men niet op zoek was naar de bronnen van de journalist, temeer omdat Peter Gyselbrecht ondertussen verklaard had uit het strafdossier aan Aerts gelekt te hebben.

    In het strafonderzoek wegens mededaderschap aan het misdrijf voor inzagerecht voerde Aerts aan dat alle onderzoeksmaatregelen, en meer bepaald de huiszoeking, zijn verhoor en de inbeslagname van zijn iPhone neerkwamen op een miskenning van het journalistiek bronnengeheim zoals beschermd bij wet van 7 april 2005.

    Aerts eiste eerder ook al inzage in het strafdossier om kennis te kunnen nemen van het bevel van de Brugse onderzoeks­rechter, teneinde te kunnen beoordelen met welke motivering en draagwijdte opdracht was gegeven tot inbeslagname van de iPhone, waarvan justitie immers moest weten dat dit de identificatie van journalistieke bronnen van de VRT-journalist mogelijk maakte. Maar dit verzoek werd afgewezen.

    Voor de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) argumenteerde Aerts vooral dat zijn recht op nieuwsgaring als journalist in toepassing van artikel 10 EVRM was geschonden.

    De journalist

    In een arrest van 21 september 2017 heeft de KI van het hof van beroep te Gent de vordering van Aerts afgewezen. De KI benadrukt dat de inbeslagname van de iPhone kadert in het strafonderzoek waarin Aerts verdacht wordt van mededaderschap van misbruik van inzagerecht. Volgens de KI zijn er geen aanwijzingen dat de huiszoeking en inbeslagname van de iPhone de finaliteit hadden om de bronnen van de VRT-journalist te onthullen.

    De KI merkt op dat justitie op zoek was naar bewijs van schending van het onderzoeksgeheim door Aerts en dat de iPhone bovendien, als voorwerp waarmee het misdrijf kennelijk is gepleegd, voor verbeurdverklaring in aanmerking kwam.

    Volgens de KI zijn er geen aanwijzingen dat de onderzoeksrechter of het parket “inzage in het toestel” van de journalist heeft genomen. Het was dan ook niet nodig op zoek te gaan naar de bronnen van de journalist, want de bron was ondertussen bekend, nl. Peter Gyselbrecht.

    Omdat men niet op zoek was naar de bronnen van de journalist, kan Aerts de wet op het journalistiek bronnengeheim dus niet inroepen, aldus de KI. De bepalingen van de wet op het journalistiek bronnengeheim die slechts in heel uitzonderlijke gevallen onderzoeksmaatregelen bij journalisten toelaten, zijn volgens de KI daarom niet relevant.

    Aan de voorwaarde dat een onderzoeksmaatregel die betrekking heeft op de informatiebronnen van een journalist enkel mogelijk is, na rechterlijk bevel, voor het opsporen van cruciale informatie in functie van het voorkomen van misdrijven die de fysieke integriteit van personen ernstig bedreigen, hoeft in deze dus niet voldaan te zijn.

    De KI is ook van oordeel dat Aerts ten onrechte de schending aanvoert van artikel 10 EVRM, omdat het toch mogelijk moet zijn om de nodige onderzoeks­daden te stellen tegen een journalist wanneer die zelf verdacht wordt van het plegen van een misdrijf.

    De maatschappelijke relevantie van de Terzake-reportage kan volgens de KI zeker niet als argument gelden om de journalist bijzondere bescherming te laten genieten inzake zijn bronnen, omdat de reportage tevergeefs wilde aantonen dat er problemen waren in de werking van justitie in verband met de vermeende pogingen tot beïnvloeding.

    Er is immers na onderzoek door het parket-generaal al beslist dat er geen beïnvloeding kan worden aangetoond. Volgens de KI kan er geen sprake zijn van een schending van de rechten van de journalist of van de persvrijheid. Daarom zijn de huiszoeking, het verhoor en de inbeslagname van de iPhone in het kader van het strafonderzoek inzake het misbruik van inzagerecht in toepassing van artikel 460ter Sw., rechtmatig.

    Nicolas Maeterlinck

    De bronnen

    In het licht van de rechtspraak van het EHRM is het zeer de vraag of deze zienswijze van de KI stand kan houden. Het staat weliswaar niet ter discussie dat een journalist kan worden vervolgd en bestraft als mededader aan het misdrijf van misbruik van inzagerecht, althans mits bewezen is dat het de intentie was van de journalist om het onderzoek of het privé-leven of morele integriteit van personen te schaden, én de reportage in Terzake ook dit gevolg heeft geressorteerd.

    Hierover moet straks de raadkamer en later eventueel het vonnisgerecht oordelen. Het is niet uitgesloten dat het Brugse parket, de onderzoeksrechter en nu ook de KI te voortvarend zijn geweest in de beoordeling van de constitutieve elementen van het misdrijf in hoofde van de journalist. Het belangrijkste knelpunt is de negatie van de toepassing van artikel 10 EVRM door de KI. 

    Met deze opstelling riskeert België door het Europees Mensenrechtenhof voor de derde keer veroordeeld te worden wegens inbreuk op de journalistieke garingsvrijheid en het bronnengeheim.

    Eerder heeft het EHRM reeds duidelijk gemaakt dat ook wanneer een journalist verdacht wordt van het plegen van een misdrijf dat verband houdt met de journalistieke activiteit, het journalistiek bronnengeheim gevrijwaard moet blijven.

    De huiszoeking en inbeslagname van onder andere een pc en vier gsm’s bij een journalist die verdacht werd van omkoping van lekkende EU-ambtenaren, kwam volgens het EHRM neer op een schending van het journalistiek bronnengeheim (EHRM, Tillack t. België).

    Ook het argument als zou er geen gevaar zijn voor de journalistieke bronnen van een journalist wanneer de bron reeds bekend is, houdt geen steek, omdat tijdens de huiszoeking en door de inbeslagname kennis kon genomen worden van andere bronnen en contactpersonen van de journalist (EHRM, Nagla t. Estland).

    Als de zienswijze van het parket en de KI verder gevolgd wordt, blijft er van het journalistieke bronnengeheim in België niet veel over. 

    Het parket kan wel aanvoeren dat de iPhone van de journalist “niet werd uitgelezen of bekeken”, maar er is geen enkele garantie of procedurele waarborg ter zake. Door de inbeslagname bestond immers effectief wel de mogelijkheid om het bronnengeheim van de journalist te kraken.

    Uit niets blijkt dat parket en onderzoeksrechter bij de inbeslagname van de iPhone van de journalist in voldoende mate rekening hebben gehouden met de rechtspraak van het EHRM, dat bijzonder streng toeziet op elke vorm van aantasting van het journalistiek bronnengeheim.

    Als de zienswijze van het parket en de KI verder gevolgd wordt, blijft er van het journalistieke bronnengeheim in België niet veel over. Het volstaat dan een journalist van een of ander misdrijf te verdenken – eventueel als mededader – om het bronnengeheim opzij te schuiven.

    ---

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.