Meest recent

    Vlaamse regering weigerde in 2016 meer wapenexport­vergunningen

    Vorig jaar is de totale wapenuitvoer vanuit Vlaanderen gestegen, maar heeft de Vlaamse regering een recordaantal wapenexportvergunningen geweigerd. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Vlaams Vredesinstituut. Het Vlaams Vredesinstituut is een parlementaire instelling die jaarlijks de Vlaamse buitenlandse wapenhandel onderzoekt, en daaraan aanbevelingen verbindt.

    Het rapport bevestigt opnieuw dat de Vlaamse defensie-industrie vooral onderdelen van militair materieel, militaire elektronica en vuurgeleidings­systemen produceert.

    Een andere belangrijke vaststelling is de stijging van de totale wapenuitvoer. In 2016 verhandelde Vlaanderen voor 120,7 miljoen euro militaire producten via individuele vergunningen. De handel met andere Europese lidstaten was daarbij goed voor 90,7 miljoen euro, met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk als belangrijkste partners. De uitvoer voor niet-Europese landen was goed voor 30 miljoen euro, en ging vooral naar de Verenigde Staten en India. Daarnaast steeg ook het gebruik van algemene vergunningen tot 63,5 miljoen euro en van globale vergunningen naar 8,9 miljoen euro.

    Daarnaast zag het Vredesinstituut in 2016 ook een recordaantal van vijf exportweigeringen: in 2015 werd één aanvraag geweigerd, in 2014 geen enkele.

    Vier van de vijf geweigerde aanvragen waren bestemd voor de krijgsmachten van Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, die beide actief betrokken zijn in het conflict in Jemen. Een vijfde weigering ging over de uitvoer van kogelwerende vesten naar de Libische overheid.

    Dit bewijst dat Vlaanderen erg streng is als er risico's op mensenrechten­schendingen zijn. Maar tegelijk merkt het Vredesinstituut op dat de regering niet altijd weet waar de wapens (of wapens met Vlaamse onderdelen) zullen terechtkomen.

    Een ander pijnpunt is het ontbreken van expliciete uitgangspunten van het wapenexportbeleid. De regering is erg transparant over haar vergunnings­praktijk, maar dan vooral via schriftelijke antwoorden op parlementaire vragen over de toetsingscriteria in concrete vergunningsdossiers.

    Een uitgewerkt beleid heeft nochtans enkel voordelen, stelt Diederik Cops, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut. "Vlaanderen kan op Europees niveau pas meepraten over bijvoorbeeld controle op het eindgebruik, als het duidelijk kan uitleggen wat zijn eigen standpunten en belangen daarbij zijn."

    In een unaniem advies adviseert de raad van bestuur van het Vredesinstituut de Vlaamse regering daarom om de algemene criteria voor vergunningen expliciet te maken.