Meest recent

    Waarom hormoon­verstoorders gevaarlijk kunnen zijn

    Het Europees Parlement stemt vanmiddag over een voorstel dat bepaalt welke chemische stoffen hormoonverstorend zijn. Om welke stoffen gaat het en wat doen ze precies? Het Radio 1-programma "De Ochtend" vroeg het aan professor Lode Godderis van het Centrum voor Omgeving en Gezondheid van de KU Leuven.

    "Hormoonverstoorders zijn stoffen die de hormonale huishouding verstoren en ons mogelijk ziek kunnen maken", begint professor Godderis zijn verhaal. "Het zijn stoffen die onze natuurlijke hormonen nabootsen en de productie ervan beïnvloeden. Zo kunnen ze de productie verhogen of net stilleggen. Ze werken onder meer in op de productie van geslachtshormonen."

    Bisfenol A: verboden in babyflesjes

    Voorbeelden van hormoonverstoorders die professor Godderis aanhaalt zijn parabenen, die ondermeer voorkomen in cosmetica en huidverzorgings­producten, ftalaten, of stoffen die onder meer gebruikt worden als weekmakers in plastics, en Bisfenol A, een stof die eveneens gebruikt wordt bij het aanmaken van kunststoffen als plastics. In Europa is Bisfenol A intussen verboden in babyflesjes.  

    We weten dat hormoonverstoorders in ons lichaam zitten, maar we weten nog onvoldoende wat ze precies doen

    Professor Lode Godderis in "De Ochtend" op Radio 1

    Over de schadelijke gevolgen van hormoonverstoorders laat professor Godderis zich voorzichtig uit. "We weten dat ze in ons lichaam en onze leefomgeving zitten. Maar wat ze in ons lichaam precies doen, is nog onvoldoende geweten. We weten dat ze mogelijk een impact hebben op de vruchtbaarheid, op de kwaliteit van sperma en de menstruatiecyclus. En ze worden ook  in verband gebracht met kankers, groei- en ontwikkelings­stoornissen en diabetes."

    Strengere criteria

    Omdat het verband nog onvoldoende gekend is, willen Europarlementsleden het gebruik van bepaalde chemische stoffen (die mogelijk hormoon­verstorend zijn) alvast aan strengere criteria onderwerpen. Daarover wordt vanmiddag in het Europees Parlement gestemd. Professor Godderis deelt alvast de bezorgdheid van de Europarlementsleden en vindt dat we met stoffen waarvan we de precieze werking niet kennen maar beter voorzichtig kunnen zijn.