Meest recent

    De foto bedriegt. Dit is geen sportverhaal!

    Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij. Een nieuwsbericht van deze week roept herinneringen op aan een voetbalspelletje in een luchthaven in de VS.

    opinie
    Louis van Dievel
    Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS..

    Schijn bedriegt! Dit is geen sportverhaal, al lijkt het er wel sterk op. Het was juni 1994. De Rode Duivels hadden zich gekwalificeerd voor het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten. De Duivels speelden hun wedstrijden in het smoorhete Orlando, in de staat Florida.

    Daar vloog ik naartoe, ten behoeve van een van de befaamde sportshows van Marc Uytterhoeven op de (toen nog) BRT. U moet zijn naam maar eens googelen, veel zal u duidelijk worden. Ik zat in een gecharterd vliegtuig dat voor de helft met Belgen en voor de andere helft met Oranjesupporters was gevuld. Die zouden allemaal de wedstrijd België-Nederland bijwonen in de Citrus Bowl, want zo heette dat voetbalstadion in Orlando.

    Het bijzondere was dat we 's ochtends heel vroeg vertrokken vanuit Zaventem  en door de speling van het tijdsverschil al de volgende dag in de vroege namiddag zouden terugkeren, zonder overnachting dus. De Amerikaanse geleerden die de Nobelprijs hebben gekregen voor hun studie rond de biologische klok zouden er een vette kluif aan hebben gehad. 

    Mij bekwam de trip in het geheel niet, maar dat is een ander verhaal. Ik moest een "sfeerreportage" maken rond de - nu ik eraan terugdenk - redelijk waanzinnige uitstap, want daar heette ik goed in te zijn. 

     Er vielen alleen maar clichés te rapen, voetbalclichés, dat zijn de ergste. 

    Maar die ochtend had ik bijzonder weinig inspiratie. Ik deed de obligate interviewtjes bij de gate en later, op tienduizend meter hoogte, aan boord van de zilveren vogel. De supporters hadden ofwel geen oog dicht gedaan ofwel al iets te veel taxfree gedronken om in de sfeer te komen. Er vielen alleen maar clichés te rapen, voetbalclichés, dat zijn de ergste. En er werd duchtig gesnurkt, wat toch wel enige wat mooie tv-beelden opleverde.

    De hitte die ons in Orlando, Florida overviel was niet te beschrijven. Een loden hitte, heet zoiets in romans, en dat is geen slechte omschrijving. We reden met een bus door de swamps van Florida, zagen een krokodil aan de kant van de weg (een dode, weliswaar) en maakten nog een tussenstop bij een soortement VIP-dorp waar gratis kon gedronken worden.

    De supporters die al murw waren, werden nog murwer, de anderen werden helemaal uitbundig. Er werd getoost op de eeuwige vriendschap tussen het Belgische en het Nederlandse volk. "Dat de beste moge winnen," zei de Belgische consul aan het eind van zijn korte speech.

    Het stadion zat vol vrienden en bekenden van mij die allemaal het eten uit de mond hadden gespaard om minstens een week lang het wereldkampioenschap in het verre en dure Amerika bij te wonen. Het was er best gezellig. Belgen en Nederlanders zaten door elkaar. Het hooliganisme was nog niet tot de Verenigde Staten doorgedrongen. 

    Gezucht alom. Maar toch werd het nog mooi, daar op de luchthaven van Orlando. 

    Ik herinner mij niet zoveel van de wedstrijd. Enkel de moordende hitte, de goal van Philippe Albert - de Ardense houthakker -  en enkele fenomenale reddingen van doelman Michel Preudhomme. Eén-nul voor de Rode Duivels, een onverhoopt resultaat dat vier dagen later teniet werd gedaan door verlies tegen godbetert Saoedi-Arabië.

    Ik kan niet zeggen dat de sfeer op de bus naar de luchthaven uitgesproken uitgelaten of droevig was, al naargelang van het kamp. Iedereen was doodmoe. Ik deed mijn best en poogde met listige vragen toch wat originele reacties uit te lokken. Tevergeefs.

    Het toestel dat ons terug naar België zou brengen was nog niet vliegvaardig. Er moest gewacht worden. Gezucht alom. Maar toch werd het nog mooi, daar op de luchthaven van Orlando. Een paar supporters hadden aan een souvenirstand een stevige plastic bal gekocht en die werd rond getrapt in de vertrekhal, onder het waakzame oog van moddervette Amerikaanse politiemensen.

    De bal werd fraai gecontroleerd, hoog gehouden, sierlijk voorgezet, er weerklonk spontaan en gemeend applaus bij iedere mooie pass. Het leverde mooie beelden op in de galmende ruimte. Oké, dacht ik, het lukt wel met die reportage. De camera werd opgeborgen.

    "It was nice meeting you," zei ik tegen de klaarblijkelijke voorman van de band, een magere, asblonde veertiger die er wat als een wezel uitzag.

    Na een poosje kwamen er uit de VIP-lounge enige langharige figuren te voorschijn. Muzikanten, want ik had gitaarkoffers gezien. Of ze mee een balletje mochten trappen. Natuurlijk mocht dat! Eeuwige vriendschap en zo. 

    Heel veel brachten ze er niet van terecht, de Amerikanen, maar ze deden aandoenlijk hun best. Na een minuut of tien kregen we onze call. We moesten cito presto aan boord. De match werd afgefloten.

    "It was nice meeting you," zei ik tegen de klaarblijkelijke voorman van de band, een magere, asblonde veertiger die er wat als een wezel uitzag."It was fun," antwoordde de man terwijl hij mijn hand zowat tot moes kneep, "by the way, the name is Tom Petty."

    --

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.