Meest recent

    Hoe voelt het om jarenlang illegaal in ons land te verblijven? Drie jongeren vertellen  

    Wekenlang is er in de Verenigde Staten gediscussieerd over het lot van de zogenoemde dreamers. Mensen die als kind illegaal naar de Verenigde Staten zijn gekomen en perfect geïntegreerd zijn, maar intussen hebben ze nog steeds geen papieren. Ook bij ons bevinden jonge mensen zich in deze situatie. Vlot Nederlandstalig, soms aan het werk, maar illegaal in ons land. Elk moment dreigen ze het land te worden uitgezet terwijl ze vaak geen band of herinneringen meer hebben aan hun land van herkomst. Sommigen leven in constante angst, anderen zijn kwaad. Het verhaal van Aram, Karina en Omran.

    Aram, 21 jaar, Armenië

    De 21-jarige Aram woont al 7 jaar in België met zijn familie. Hij weet niet precies waarom zijn ouders naar ons land zijn gevlucht, maar in Armenië waren er veel spanningen. Mensen kwamen op straat omdat de verkiezingen niet correct verliepen. Ook de moeder van Aram protesteerde mee. Daardoor dreigde ze vervolgd te worden. “Mijn ouders hadden een leven in Armenië opgebouwd en een mooie job. Uiteindelijk hebben ze alles moeten achterlaten omdat een goed leven voor ons er daar niet meer inzat”, zegt Aram. 

    Ondertussen heeft Aram zijn middelbare school helemaal afgerond. Hij combineerde zijn studies drie jaar met vrijwilligerswerk. Aram geeft huiswerkbegeleiding aan kansarme kinderen die het thuis moeilijk hebben. “Huiswerkbegeleiding is meer als een hobby. Ik haal daar enorm veel voldoening uit. Het helpt me om me hier ook volwaardig te voelen. Dat is ook de voornaamste reden waarom ik me hier thuis voel. Dat ik hier ook iets kan betekenen voor de maatschappij, dat ik nuttig kan zijn. Ook gewoon voor mezelf vind ik dat belangrijk”, zegt Aram nog. 

    “Sinds 4 of 5 jaar voel ik me hier echt thuis. In het begin sprak ik de taal niet en moest ik heel veel leren. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Ondertussen heb ik veel geleerd en heb ik hier veel vrienden gemaakt. Mijn hele leven is hier opgebouwd en ik heb vooral een manier gevonden om iets bij te dragen aan de maatschappij.” 

    Aram voelt zich dus helemaal thuis in ons land, maar toch dreigt hij elk moment het land te worden uitgezet. De constante angst waar Aram mee te maken heeft is onbeschrijfelijk, zegt hij. Elke dag is de jongeman bang dat zijn leven er plots helemaal anders kan uitzien. De angst beïnvloedt zijn dagelijkse leven op alle vlakken. “Ik weet dat ik niets verkeerd heb gedaan, maar telkens ik een politiewagen of een agent zie, dan begint mijn hart sneller te slaan. Ook al weet ik dat ik niets verkeerds heb gedaan. Ik besef ook dat het elk moment het einde kan zijn van alles wat ik op die 7 jaar heb opgebouwd.”

    De meeste van zijn vrienden weten dat hij geen papieren heeft, maar niet iedereen is hiervan op de hoogte. Het is iets waar Aram nog steeds moeite heeft om over te praten. Uit angst. Angst dat mensen hem anders zullen aankijken als ze het zouden weten. “Ik voel me geen illegaal en ik zou me ook niet graag zo willen voelen”, aldus Aram. 

    Ondanks alles probeert Aram wel positief te blijven. Zoals velen heeft hij ook dromen, maar die zijn niet dezelfde als een doorsnee jongere. ”Mijn droom is dat ik gewoon normaal kan leven, zonder angst en rustig werk kan vinden. Maar ik heb ook andere dromen, dromen voor de kinderen die ik elke dag help. Ik hoop dat ze goed terecht komen in onze samenleving en dat ze later iets gaan betekenen voor onze maatschappij”, sluit Aram af

    Karina, 10 jaar, Rusland

    Karina Gulieva is Belgisch kampioene schaken bij de min twaalfjarigen. Schaken is sinds haar vijfde een echte passie geworden. Ondertussen gaat Karina niet meer naar school omdat ze elke dag zo’n 6 a 7 uur oefent. Karina kon meedoen aan het Europees kampioenschap in Roemenië of het Wereldkampioenschap in Brazilië. Ze koos voor het eerste, maar haar droom werd aan diggelen geslagen. Omdat ze geen papieren heeft, mocht ze uiteindelijk niet meedoen aan het EK. 

    Nochtans woont Karina al bijna 8 jaar in ons land. Ze spreekt dan ook foutloos Nederlands. Haar ouders vluchtten uit Rusland omdat haar vader er problemen had. “Als ik toch ooit Europees kampioene wordt, dan wil ik aan de president van Rusland vragen om de problemen met mijn vader op te lossen zodat we terug kunnen naar Rusland.” Karina wil ook liever Rusland vertegenwoordigen op het EK dan België, omdat ze zo kwaad is op onze overheidsdiensten. Ze heeft het gevoel dat zij en haar familie hier niet welkom zijn. Nochtans haalde ze een mooie titel binnen. 

    “Ik ben boos. Boos op Theo Francken. Ik ben het beu om in onrechtvaardigheid te leven. Dat is niet normaal dat ze ons zoiets aandoen. Mensen die hier al 8 jaar zitten en nooit iets hebben misdaan. Waarom doe je deze dingen met mensen die goed proberen te leven? Waarom doe je zulke dingen?”, vraagt Karina zich af. 

    Omran, 22 jaar, Afghanistan

    De 22-jarige Omran Barikzai woont al sinds juni 2008 in België. Hij is afkomstig uit Kaboel in  Afghanistan. Omran en zijn familie zijn uit Afghanistan gevlucht omdat er oorlog heerst in het land. De familie Barikzaj vroeg al verschillende keren asiel aan, maar tot de dag van vandaag leven ze in onzekerheid. 

    “Hoe zou jij je voelen als je terug moest gaan naar een land waar er oorlog heerst? Dagelijks komen er mensen om door de aanslagen. Ondertussen voel ik mij ook meer Belg als Afghaan. In mijn ogen ben ik een Belg van Afghaanse origine” zegt Omran.

    Omran begon zijn studies in Tienen in een technische school, maar al snel merkte hij dat dit niets voor hem was en schakelde hij over naar Latijn. Intussen heeft hij zijn middelbare studies afgerond. 

    Net als Aram leeft Omran met een constante angst die zijn leven beïnvloedt.  “Het voelt niet goed als je te horen krijgt dat je terug moet keren naar Afghanistan. Het maakt me bang. Ik laat niet al mijn gevoelens aan iedereen zien, maar vanbinnen doet het erg veel pijn.

    ”Toch heeft hij ook begrip voor staatssecretaris van asiel en migratie, Theo Francken (N-VA). “Hij doet zijn werk, maar toch zou ik hem willen vragen na zoveel tijd: Alsjeblieft meneer Francken of toch tegen diegene die hiervoor bevoegd is, heb begrip voor onze situatie. Want 9 jaar en 4 maanden is wel veel. Het leven in onzekerheid is moeilijk. Laat ons een kans om ons te bewijzen dat we hardwerkende mensen zijn. We willen gewoon studeren en deelnemen aan het sociale leven.”