Meest recent

    100 jaar Duitse begraafplaats “Menen Wald”

    In Menen, in de Westhoek, is een plechtigheid gehouden ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de Duitse Militaire Begraafplaats "Menen Wald" en de Derde Slag om Ieper. “Menen Wald” is één van de grootste Duitse militaire begraafplaatsen in Vlaanderen.  Er liggen bijna 48.000 gesneuvelde Duitse soldaten.

    Tijdens de herdenkingsplechtigheid werd stilgestaan bij de honderdste verjaardag van de Duitse militaire begraafplaats "Menen Wald" en de Derde slag om Ieper. Die slag begon in 1917. Bijna 450.000 soldaten raakten gewond of kwamen om. Maar de frontlijn schoof tijdens de slag amper op. Daarom toont die slag de zinloosheid aan van de oorlog toen.

    De plechtigheid op de militaire begraafplaats werd bijgewoond door tal van prominenten. De ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland, Rüdiger Lüdeking, liet zich op het laatste moment vervangen door de Chargé d‘affaires van de Duitse Ambassade, Michael Häusler. Hij had het gezelschap van onder meer de minister van Defensie, de Vlaamse parlementsvoorzitter, de provinciegouverneur en de burgemeesters van Menen en Wevelgem, naast heel wat verwanten.

    Het is bijzonder want de Duitsers gedenken niet zoveel. Het zijn vooral de Commonwealth landen die daar heel erg mee bezig zijn

    Steven Vandeput, Minister van defensie

    Minister van defensie Steven Vandeput vindt de herdenking belangrijk. “Het is bijzonder want de Duitsers gedenken zoveel niet. Het zijn vooral de Commonwealth landen die daar heel erg mee bezig zijn. Maar ik denk dat het vandaag heel belangrijk is omdat we vandaag in een andere wereld leven, een wereld waarin we spreken over Europa, waar Duitsland één van onze belangrijkste partners is. Maar het is ook heel belangrijk dat we ons blijven herinneren wat in het verleden allemaal mogelijk is geweest”.

    Het « Deutscher Soldatenfriedhof Menen 1914-1918 » ligt op de scheiding Menen-Wevelgem. Op deze militaire begraafplaats rusten er officieel 48.049 Duitse militairen. In vergelijking met andere soortgelijke kerkhoven liggen er op deze plaats bijna geen onbekende militairen. De begraafplaats is één van de grootste Duitse militaire kerkhoven en blijft een tastbare getuigenis van de Eerste Wereldoorlog 1914-1918.

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Menen vanaf oktober 1914 tot half 1918 bezet door Duitse troepen. Door zijn geografische ligging lag de stad slechts op een boogscheut van het Westelijke front. Menen werd ingericht om te voldoen aan de noden van de Duitse frontsoldaten met een uitgebouwde militaire infrastructuur en veldhospitalen om hun gewonden te verzorgen. Ook gewonde krijgsgevangenen werden erin opgenomen.

    Sommige gewonden die in één of ander Meens veldhospitaal overleden, werden tot in 1917 begraven op de stedelijke begraafplaats. In de loop van 1917, vooral als gevolg van de Derde Slag om Ieper, begonnen de Duitsers met de inrichting van een nieuwe dodenakker. Deze nieuwe begraafplaats kreeg de naam “Ehrenfriedhof Meenen Wald N° 62”. De duiding “Wald” wijst op het feit dat deze site zich situeerde vlakbij een uitgedund bos. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog waren er op deze plaats 6.360 Duitse militairen begraven.

    In 1954 werd er een verdrag afgesloten tussen de Belgische en Duitse autoriteiten waarin werd bepaald dat alle militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog, met uitzondering van vijf gemeentelijke ereparken en de gemengde begraafplaatsen, zouden herleid worden tot vier grote rustplaatsen, in Hooglede, Langemark, Vladslo en Menen.

    Alle Duitse militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog hun laatste rustplaats hadden op het “Ehrenfriedhof Meenen Wald N° 62” werden opnieuw begraven en gegroepeerd onder perk ‘M’. Het stoffelijk overschot van Duitse gesneuvelden afkomstig van de stedelijke begraafplaats werd ondergebracht in één perk met als code de letter “H”. Vanuit 53 verschillende begraafplaatsen bracht men dan vervolgens de stoffelijke resten van Duitsers naar het militair kerkhof te Menen. Zo kregen meer dan 48.000 Duitse militairen er hun laatste rustplaats.