Meest recent

    Belgische "dromers" zijn slechter af dan de Amerikaanse 

    In de Verenigde Staten werd er wekenlang gediscussieerd over het lot van de zogenoemde dreamers. Mensen die als kind illegaal naar de Verenigde Staten zijn gekomen en perfect geïntegreerd zijn. Maar intussen hebben ze nog steeds geen papieren. Ook bij ons bevinden jonge mensen zich in deze situatie. 

    opinie
    Thomas Swerts
    Thomas Swerts is Post-Doctoraal Onderzoeker, OASeS, in het Departement Sociologie aan de Universiteit van Antwerpen.

    Op dinsdag 5 september kondigde de administratie van President Trump het einde van het DACA (Deferred Action for Childhood Arivals) programma aan. “VS gaat tijdelijk verblijf voor illegale jongeren schrappen” kopte VRT NWS de dag zelf. De toekomst van 800.000 ‘DREAMers’ die tijdelijke bescherming genoten tegen deportatie onder het programma werd door deze beslissing “on hold” gezet. Nochtans toonde Harvard-professor Roberto Gonzales recent aan dat DACA heeft geleid tot een significante verbetering in de onderwijs- en tewerkstellingskansen van deze jongeren. 

    Bovendien spijst DACA via nieuwe belastinginkomsten ook aardig de staatskas. Een kleine week – en striemende kritiek – later stuurde Trump naar goede gewoonte 140 tekens de Twitterverse in waarin hij leek terug te krabbelen: “Zou iemand echt goede, opgevoede en succesvolle jongeren willen buitensmijten die banen hebben, waarvan sommigen in het leger dienen? Echt waar! .....”.

    In reactie op het lekken van een mogelijke deal met de Democraten leek Staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken deze redenering te volgen in slechts 99 tekens:

    “Dit heb ik vrijdag @deafspraaktv voorspeld. Goed van President Trump. Humaan en logisch @vadderiVRT”. 

    Represented by ZUMA Press, Inc.

    Obama’s beslissing om jongeren die vaak samen met hun ouders en andere familieleden op jonge leeftijd naar de VS migreerden, er opgroeiden, de taal leerden, jaren naar school gingen en verankerd geraakten in de Amerikaanse samenleving een wettelijk status te geven, lijkt op het eerste zicht inderdaad niet meer dan logisch. Toch kwam deze doorbraak er niet zonder slag of stoot in 2012.

    De Amerikaanse ‘DREAMers’ danken hun naam immers aan de Development, Relief and Education for Alien Minors (DREAM) Act; een wetsvoorstel dat sinds 2001 op tafel lag en een pad naar burgerschap voorzag voor deze de facto burgers. 

    Als onderzoeker volgde ik gedurende meer dan twee jaar van nabij het doen en laten van een groep ongedocumenteerde jongeren in Chicago die het voortouw namen in de strijd rondom de DREAM act.

    Deze jongeren kwamen elkaar op het spoor toen ze rond de tafel zaten om de uitzetting van één van hun medestudenten tegen te gaan. Als onbedoeld gevolg van hun bijeenkomsten, kwamen steeds meer jongeren uit voor hun precaire verblijfssituatie. Ze richtten zelforganisaties op om voor hun rechten op te komen, traden in het publiek uit de schaduw en creëerden een nationaal steunnetwerk. 

    Represented by ZUMA Press, Inc.

    De DREAM Act verzamelde echter nooit de benodigde stemmen om door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat te geraken. Lokale overheden ondernamen desalniettemin acties om hun recht op hoger onderwijs te vrijwaren en hen tegen deportatie te beschermen. Bovendien kondigde President Obama vijf jaar geleden DACA aan, begeleid door de woorden: “Ze zijn Amerikanen in hun hart, in hun gedachten, op elke mogelijke manier buiten één: op papier”. 

    Wat heeft dit alles nu te maken met de situatie in België? Veel, zo blijkt wanneer we naar verhalen zoals dat van Omran Barikzai luisteren.

    Omran migreerde op 13-jarige leeftijd met zijn ouders en twee broers naar België. Eerder namen ze de moeilijke beslissing om hun thuisland, Afghanistan, achter zich te laten en te vluchten voor het geweld. Aangezien alle kinderen onder 18 jaar schoolplicht hebben, doorliep Omran zijn middelbare schooltraject op het Koninklijk Atheneum te Schaarbeek. Hij leerde er Nederlands en Frans, maakte Belgische vrienden en groeide uit tot een begenadigd amateurhardloper.

    De perikelen omtrent de verblijfsaanvraag van zijn familie speelden zich voortdurend af op de achtergrond van zijn jeugd, maar drongen zich met tussenpozen naar de voorgrond. 

     Keer op keer moesten ze hiervoor hun pijnlijke verhaal van onder het stof halen.

    Tweemaal vroeg Omran’s familie asiel aan. Keer op keer moesten ze hiervoor hun pijnlijke verhaal van onder het stof halen en trachten te staven ten opzichte van ambtenaren in dienst van de Belgische staat. De beslissing luidde keer op keer eenduidig: negatief.

    Wanneer ze na acht jaar aanslepen uiteindelijk hun BGV (Bevel om het grondgebied te verlaten) in de bus aantroffen, was Omran zijn laatste jaar Humane Wetenschappen aan het afronden. Leerkrachten, vrienden, sympathisanten, buurtbewoners en BV’s als Ish Ait Hamou en Slongs Dievanongs schaarden zich achter de solidariteitscampagne van “Belg en Brusselaar” Omran. Tevergeefs, zo bleek, wanneer ook zijn aanvraag tot regularisatie werd afgekeurd. 

    Intussen rondde Omran deze zomer zijn stage bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie af en maakt hij zich op voor zijn eerste les aan de Faculteit Rechten van de VUB. Net als andere ongedocumenteerde jongeren bevindt Omran zich tussen hoop en wanhoop; lang niet klaar om zijn dromen voor de toekomst te verloochenen, noch het land achter te laten dat hij als zijn thuis is gaan beschouwen.

    Geen uitzondering

    Het verhaal van Omran is hoegenaamd geen uitzondering. Middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen komen vaak in aanraking met ongedocumenteerde jongeren. Net als in de VS zijn lagere en middelbare scholen voor hen relatief veilige omgevingen tijdens hun jonge jaren.

    Wanneer ze de schoolbanken verlaten, worden ze echter geconfronteerd met de harde realiteit van hun precaire verblijfssituatie. De stempel van ‘illegaal’ die hen op het hoofd wordt gedrukt, maakt hen tot een onmogelijke cliënt en zelfs ongewenste gast voor veel zorg-, onderwijs- en wooninstellingen. 

    Hoewel instellingen uit het hoger onderwijs hen niet mogen weigeren op basis van hun status, weten ze geen weg met hun vragen rond verder studeren. Aangezien ze wettelijk gezien niet aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt, rest hen alleen minderwaardige jobs in de informele economie.

    Van de vele gesprekken die ik met jongeren in de VS had, onthoud ik bovendien de zware mentale tol die een leven in de schaduw eist. De kans is erg reëel dat er ook in België jongeren rondlopen met psychologische problemen, en zelfs zelfmoordneigingen, door de voortdurende onzekerheid en angst om uitgezet te worden. 

    Al bij al moeten we echter vaststellen dat er maar bitter weinig geweten is over de Belgische ‘dromers’. Betrouwbare gegevens over hun aantallen bestaan helaas niet. De laatste officiële schatting strand op een totaal van 110.000 mensen zonder wettig verblijf in België en dateert van ruim 10 jaar geleden. Wanneer we de Amerikaanse cijfers erbij nemen, spreken we over een geschatte populatie van 1.5 miljoen jongeren op een totaal van ruwweg 11 miljoen ongedocumenteerden. 

    Een paar duizend, zoniet tienduizend?

    Eenzelfde ratio zou ons met andere woorden al snel op een paar duizend, zo niet tienduizend ongedocumenteerde jongeren doen uitkomen. Zulke schattingen zijn echter bezwaarlijk wetenschappelijk te noemen.

    Effectiever zou zijn om meer verhalen zoals die van Omran naar buiten te brengen zodat jongeren in een vergelijkbare situatie zich gesterkt voelen om ook hun verhaal te doen. Dit zou tevens toelaten om medeburgers, middenveldorganisaties en overheden te engageren opdat deze scheve situatie wordt recht getrokken.

    Trump’s recente demarche zorgt er tot nader order voor dat de Amerikaanse DREAMers terug naar af worden gestuurd. Toch zijn de Belgische ‘dromers’ er op veel manieren slechter van af dan hun Amerikaanse evenknieën.

     De Belgische ‘dromers’ er op veel manieren slechter van af dan hun Amerikaanse evenknieën.

    De kwestie staat daar immers al veel langer op de agenda, jongeren hebben kanalen opgebouwd die hen een stem in het politieke debat geven en zelfverklaarde ‘sanctuary’ campussen, steden en deelstaten boden hen bescherming aan tegen de federale overheid.

    Niets van dit alles bestaat intussen in ons land. In die zin zijn ongedocumenteerde jongeren in België een graadmeter voor de rechteloosheid en het gebrek aan bescherming die niet alleen hen, maar ook andere mensen in een precaire verblijfssituatie te beurt valt.

    De Belgische DREAMers zijn met andere woorden nog niet van het startvak afgeraakt. Nochtans zou een “humaan en logisch” ingrijpen vanwege de regering hen in staat kunnen stellen grote sprongen voorwaarts op hun levenspad te maken. 

    ---

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.