Meest recent

    © lev dolgachov - creative.belgaimage.be

    We dromen te weinig: De grote gevolgen van een stille epidemie

    We dromen te weinig en dat heeft grote gevolgen voor onze gezondheid en ons welbevinden. Dat zegt slaapexpert Rubin Naiman, professor aan de Universiteit van Arizona. Naiman nam voor de New York Academy of Sciences tientallen studies over slaap en dromen onder de loep. 

    Dromen zijn bedrog, zingt Marco Barsato, maar slaapwetenschappers weten wel beter: dromen zijn erg belangrijk voor onze mentale en fysieke gezondheid. Maar dromen we wel genoeg? En wat gebeurt er wanneer we te weinig dromen? Dat onderzocht Rubin Naiman, professor geneeskunde aan de Universiteit van Arizona. Zijn ontnuchterende conclusie: “We hebben minstens evenveel gebrek aan dromen als aan slaap op zich. Dat verlies van dromen heeft een verwoestende impact op ons leven en draagt bij tot ziektes en depressies.”

    Naiman keek vooral naar studies over REM-slaap, één van de verschillende slaapfases die we elke nacht doormaken. Onze spieren zijn tijdens die REM-slaap ontspannen en onze ogen maken snelle bewegingen. Vandaar ook de naam: ‘REM’ is de afkorting van ‘Rapid Eye Movement’, wat ‘snelle oogbeweging’ betekent. Wanneer mensen in een slaaplaboratorium wakker gemaakt worden tijdens de REM-slaap, rapporteren ze vaak levendige dromen. We dromen ook wel in andere slaapfases, maar veruit de meeste dromen hebben we tijdens onze REM-slaap.  

    Waarom we dromen, is nog niet helemaal duidelijk. Wel is zeker dat droomslaap belangrijk is voor ons mentaal functioneren. “REM-slaap speelt een belangrijke rol bij het opslaan van herinneringen,” zegt Johan Verbraecken van het slaapcentrum van het UZ Antwerpen. “Wie te weinig REM-slaap heeft, krijgt problemen met zijn langetermijngeheugen. Daarnaast ondermijnt gebrek aan REM-slaap ons vermogen om goed om te gaan met onze emoties. We worden dan prikkelbaar en laten ons sneller meeslepen in conflicten.”

    Vijf factoren die onze droomslaap verstoren

    REM-slaap is dus erg belangrijk, maar het is ook een kwetsbare slaapfase. Naiman geeft een overzicht van vijf factoren die onze REM-slaap grondig kunnen verstoren:

    • Eén van de grootste boosdoeners is alcohol. Een glaasje voor het slapen helpt wel om in slaap te vallen, maar het verstoort ook onze REM-slaap. Die impact is het grootst wanneer je alcohol drinkt net voor je naar bed gaat. “We zien dan dat mensen in de eerste uren van de nacht veel minder REM-slaap hebben,” zegt Johan Verbraecken. “In de latere uren van de nacht hebben ze dan weer méér REM-slaap. Dat gaat echter gepaard met levendige, akelige dromen, waarbij je vaak wakker wordt. Ook niet bevorderlijk voor een goede nachtrust.”  
    • Heel wat geneesmiddelen verstoren de REM-slaap. Medicijnen tegen allergische aandoeningen, bijvoorbeeld, of tegen ziektes als Parkinson en Alzheimer. Johan Verbraecken ziet dat effect ook bij patiënten die antidepressiva gebruiken. “Veel van die patiënten hebben maar één REM-fase, aan het einde van de nacht. Een normaal slaappatroon heeft altijd verschillende REM-fases, verspreid doorheen de nacht.” Ook veel slaapmedicatie zorgt voor minder REM-slaap. Het massaal gebruik van slaapmedicatie heeft dan ook een ironisch effect: mensen vallen dankzij die pillen wel sneller in slaap, maar ze slapen minder diep en ze dromen ook minder. 
    • Slaapstoornissen gaan vaak gepaard met verstoorde REM-slaap. Een klassiek voorbeeld is slaapapneu, maar het zelfde geldt voor mensen die ’s ochtends erg vroeg wakker worden en nadien de slaap niet meer kunnen vatten. Wie tijdens de laatste uren van de nacht vaak ligt te woelen, heeft mogelijk een chronisch gebrek aan droomslaap. De verklaring is eenvoudig: we dromen meer tijdens het tweede deel van de nacht, net voor we ontwaken. Net dàn wakker liggen, is geen goed idee. Al is het natuurlijk geen vrijwillige keuze. 
    • Wie ’s avonds te laat naar bed gaat, ondermijnt daarmee zijn droomslaap. Ook dat is makkelijk te verklaren. Mensen die te laat naar bed gaan worden ’s ochtends vaker wakker gemaakt door het geluid van een wekker; in veel gevallen zijn ze op dat moment nog volop aan het dromen. Volgens Naiman is het alsof je uit een filmzaal wordt weggerukt, net voor de film ten einde loopt. De oplossing: ’s avonds op tijd naar bed, zodat je ’s ochtends de mentale film helemaal uit kan kijken.  
    • Een laatste verklaring is volgens Naiman cultureel. Dromen worden vaak afgeschilderd als onzinnige, betekenisloze producten van onze nachtelijke verbeelding. Volgens Naiman is dat negatief imago onterecht. “Of je nu gelooft dat dromen betekenis hebben of niet, we moeten erkennen dat ze belangrijk zijn voor onze gezondheid. We verliezen onze dromen omdat we ze niet genoeg naar waarde schatten."

    Een stille epidemie

    Johan Verbraecken bevestigt dat we met een serieus probleem zitten. Het gebrek aan droomslaap is een maatschappelijk probleem, al is er gelukkig veel dat we zelf kunnen doen. “Geen alcohol drinken voor je naar bed gaat, bijvoorbeeld, of op tijd naar bed gaan. Wat ook helpt is het vermijden van grote emoties en conflicten voor je gaat slapen. We weten uit studies dat mensen vaker wakker worden tijdens de REM-slaap als ze voor het slapen blootgesteld werden aan grote emoties. Probeer dus te ontspannen voor je naar bed gaat.”

    Lose your dreams and you will lose your mind.

    The Rolling Stones

    Naiman is eerder pessimistisch. Hij ziet een “stille epidemie" van gebrek aan droomslaap, met rampzalige gevolgen voor onze mentale en fysieke gezondheid. Hij eindigt zijn studie dan ook met een fragment uit het nummer Ruby Tuesday van The Rolling Stones: “Lose your dreams and you will lose your mind.”