Meest recent

    De zachte afscheiding: Slovakije wuifde Tsjechië vaarwel in 1993

    De onafhankelijkheid die Catalonië wil uitroepen, loopt niet van een leien dakje. De Spaanse overheid wil er niet van weten en de Europese Unie ook niet. Toch kan een boedelscheiding ook met wederzijdse toestemming.

    AP2000

    Europa en Madrid vrezen dat een opstoot van nationalisme en seperatisme tot een kettingreactie elders in Spanje en op het continent zou leiden. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en zeker het bloedige einde van Joegoslavië in de jaren 90 zijn voor hen een doembeeld.

    Onder meer in Schotland en op het Franse eiland Corsica leven sterke gevoelens voor afscheiding, maar er is vooral angst voor het morrelen aan de grenzen in Oost-Europa en zeker op de Balkan.

    Toch moet dat niet altijd met bloedvergieten gebeuren en dat bewezen de Tsjechen en de Slovaken in 1993 toen de twee Slavische volkeren elk hun weg gingen.

    De armere Slovaken voelden zich niet thuis in Tsjecho-Slovakije

    Tsjecho-Slovakije ontstond in  1918 uit de puinhopen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie die ten onder was gegaan in de Eerste Wereldoorlog. Nationalisme en soevereiniteit vierden toen hoogtij, maar waar men ook de grenzen wou trekken, er bleven altijd minderheden achter.

    Tsjechen en Slovaken waren beide Slavische broedervolken, maar keken elk een andere kant op. Bohemen en Moravië -waar Tsjechen woonden en waar de hoofdstad Praag lag- vormden de kern van een oud koninkrijk dat ooit toonaangevend was in Centraal-Europa.

    De veel minder talrijke Slovaken voelden zich eerder een aanhangsel daarvan. Ze vormden zelfs pas de derde bevolkingsgroep in het land na de Tsjechen en de Sudeten-Duitsers. Het verdrijven van die laatste groep na de Tweede Wereldoorlog kwam vooral Tsjechië "ten goede"; de Slovaken zaten bovendien ook nog met een Hongaarse minderheid.

    Die machtsverhoudingen veranderden ook niet onder het communistische regime dat in 1948 de democratie wegvaagde. De uitzondering bij uitstek was de Slovaakse partijleider Alexander Dubcek die het land wou moderniseren, maar in 1968 na een Sovjetinvasie werd afgezet.

    1989 AP

    Huwelijk overleefde de val van het communisme niet

    Eind 1989 veegde de "Fluwelen Revolutie" het communistische regime weg en werden de Tsjechische schrijver Vaclav Havel en de Slovaakse dissident Alexander Dubcek door hun volkeren in triomf rondgedragen.

    Al snel bleek dat beide landsdelen een andere visie hadden op hoe het nu verder moest. De Tsjechen zagen brood in privatiseringen en een snelle toenadering tot West-Europa; de Slovaken hadden hun wapenindustrie verloren en kenden economisch veel zwarte sneeuw. Ze eisten een confederaal model, maar kregen dat niet en nationalistische gevoelens kregen aan beide kanten de overhand.

    Na verkiezingen verklaarde het Slovaakse parlement zich in juli 1992 autonoom, maar het was duidelijk wat de trend niet meer te keren was. Begin 1993 gingen beide landen elk hun weg, om elkaar enkele jaren later opnieuw te ontmoeten, dit keer als lidstaten van de Europese Unie en de NAVO.

    Tsjechië kent u nu vooral van de toeristisch erg attractieve hoofdstad Praag en het autobedrijf Skoda, een dochter van de Duitse Volkswagen Group. Na een moeilijke overgangsperiode heeft echter ook het kleinere broertje Slovakije zich de voorbije jaren omgetuned tot de "Tatra Tijger", vooral dan als autoproducent met onder Volkswagen, Peugeot, het Zuid-Korea Kia Motors, en Jaguar Land Rover.