Meest recent

    Verliest het internet straks de grote vrijheid?

    Nu ook in ons land het leger op zoek is naar "security analysts" om "cyberdefensie" uit te bouwen, rijst de vraag of straks elk land greep probeert te krijgen op het internet. Kijk maar naar China.

    opinie
    Eward Driehuis
    Eward Driehuis is chief research officer bij SecureLink.

    Toen ik vernam dat de Belgische overheid op zoek is naar 200 security analysts ter versterking van hun cyberdefensie, werd ik belaagd door zeer uiteenlopende bedenkingen. "Leuk initiatief", bijvoorbeeld, maar ook: "hoe gaan ze die vinden?" en "zijn we op weg naar vele afzonderlijke internetjes?"

    Om te beginnen met het begin. Ik ben erg positief over het initiatief van de overheid. Defensie wordt steeds meer een cyberverhaal en om de oorlog met cybercriminelen, spionage en andere cyberbedreigingen aan te gaan, kan je best wat extra talent gebruiken. Denk maar aan de geruchten die de voorbije maanden circuleerden over het online manipuleren van verkiezingen. En dat is waarschijnlijk maar het tipje van de cyber-ijsberg.

    Toch ben ik bang dat dit een nieuw tijdperk inluidt waar veiligheid op het internet belangrijker wordt dan vrijheid. 

    Is de onvoorwaardelijke vrijheid op internet binnenkort voorbij? 

    Iedereen een Chinese (digitale) muur?

    Toen ik in de jaren ’90 met mijn piepende en krakende modem verbinding kreeg met dat geweldige wereldwijde netwerk dat me toegang kon bieden tot data en personen over de hele wereld, ging mijn hart meer dan één slag sneller slaan. Die ongekende vrijheid van gegevens en communicatie is een van de allergrootste cadeaus die technologie ons ooit heeft gegeven. 

    De zoektocht van de Belgische Defensie naar security experts wijst er helaas ook op dat die onvoorwaardelijke vrijheid binnenkort wel eens voorbij zou kunnen zijn. Als elk land zich gaat bekommeren om de cyberveiligheid in eigen land, dreigt die heerlijke open digitale wereld weer helemaal gesloten te worden, en worden de digitale grenzen van elk land ter wereld binnenkort nog strenger bewaakt dan de fysieke grenzen.

    China heeft vanaf het begin weerstand geboden tegen het wereldwijde web en creëerde voor elke Google, Amazon en Facebook een lokale variant, achter hun eigen Great Digital Firewall. Maar nu zien we diezelfde reflex bij vele andere landen én bedrijven opduiken. Begrijpelijk, natuurlijk: als je harde maatregelen moet nemen om de veiligheid van je bezoekers en burgers te garanderen, dan is het logisch dat je hen liever afsluit dan - tevergeefs - te proberen de vijand buiten te houden. 

    Tijd voor cyberdiplomatie?

    Maar met die repressieve aanpak verliezen we meteen ook dat allerhoogste goed dat we de voorbije jaren zo hebben leren waarderen: de vrije toegang tot alles wat we willen weten en iedereen die we willen kennen. Als elk land zijn eigen afgeschermde versie van het internet lanceert om het de cybercriminelen en anderen moeilijk te maken, eindigen we met een verknipt Internet 2.0 waarbij niet alleen alle criminelen worden geweerd, maar waar het wereldwijde web ook voor ons wordt herleid tot onze digitale achtertuin.

    Daarom: als we werk maken van een sterkere cyberdefensie, moeten we tegelijk misschien ook werk maken van een sterkere cyberdiplomatie. Het is in het verleden al vaak zo geweest: eerst worden langs alle zijden voldoende afschrikmiddelen voorzien om te tonen dat het menens is, dan bereiken we het punt waarop we beseffen dat het zo niet verder kan, en pas daarna worden er vruchtbare gesprekken gevoerd over een vreedzame en werkbare samenwerking. Als onverbeterlijke optimist geloof ik dat hier nu al werk van wordt gemaakt. 

    Waarom, bijvoorbeeld, geen ambassadeur van Amazon, Google en Facebook in de Verenigde Naties voorzien, en bij elke afzonderlijke lidstaat, om de belangen van onze digitale wereld te verdedigen? 

    Wie?

    Er is ook nog een andere ‘maar’ bij die zoektocht van Defensie naar 200 security analysts. Ik moest meteen denken aan de aanbeveling die Gartner onlangs deed. Omdat goede security analysts zo moeilijk te vinden zijn, adviseren zij bedrijven om een security-persoon naast een niet in security gespecialiseerde analist te plaatsen zodat zij samen de rol van security analyst kunnen vervullen.

    Als het zelfs internationaal zo moeilijk is om gespecialiseerde security-profielen te vinden, hoe gaan we die klus dan klaren voor 200 gespecialiseerde profielen in België? Misschien moeten ze deze Gartner-tactiek ook overwegen?

    Overheidsorganisaties kampen sowieso met een financieel nadeel: een functie bij de overheid wordt gemiddeld minder verloond dan diezelfde functie in een privé-organisatie. Natuurlijk heeft dat zijn gevolgen voor de instroom.

    Toch ben ik niet al te pessimistisch over de aantrekkingskracht van deze nieuwe vacatures. Ik ben er immers van overtuigd dat de echte cyberexperts wel oren hebben naar deze functie bij Defensie. Ze krijgen er wellicht bevoegdheden waar ze bij geen enkel privébedrijf zelfs maar van kunnen dromen. En ze krijgen uitdagingen voorgeschoteld die ook weer in de gemiddelde bedrijfsomgeving nooit zullen opduiken.

    Last but not least: onder de cyberexperts vind je nog best veel idealisten, die oprecht willen bijdragen aan een betere wereld. Werken in deze specifieke overheidsomgeving zou dus eerder een voordeel kunnen betekenen dan een nadeel.

    --

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.