Meest recent

    Het creatieve lab van Goedele Liekens: “Ik ben zo jaloers op mensen die kunnen vissen”

    Het creatieve lab ontvangt deze week Goedele Liekens (54), psychologe, seksuologe en niet weg te denken mediafiguur. Ze leerde haar volk vrijen, zal er waarschijnlijk ooit op haar graf staan. Dat zal dan een understatement zijn, want ze leert ook andere volkeren vrijen. Sinds enkele jaren weet zelfs de Engelse schooljeugd hoe een vagina eruit ziet. Bij ons kwam deze week een herwerkte versie uit van haar Vaginaboek (2005). Het creatieve lab peilt naar de inspiratiebronnen van een stresskonijn dat er helemaal niet uitziet als een stresskonijn. Het heeft met water te maken, en met kindertekeningen. 

    Goedele Liekens, welkom in het creatieve lab. Wat ik wil doen is een doorsnee dag doorlopen met jou, en zien wanneer je creatief wordt, of wanneer het net niet lukt.

    Oké, ik kan daarin meegaan. Ik kan wel al zeggen: de ochtend kan je snel overslaan als het over creativiteit gaat. Ik ben geen ochtendmens. Ik sta op tussen acht en negen, ten vroegste.

    Wat is het eerste wat je doet?

    Mijn gsm checken. Niet op persoonlijke berichten, maar de nieuwssites. En dan dik tegen mijn goesting uit bed kruipen. Het eerste uur werken mijn hersenen niet, echt niet. Dat gaat van een kopje uit de kast pakken en dat laten vallen, een mes vol boter op je broek. Oog-handcoördinatie werkt niet, spreken werkt niet. Morgenvroeg moet ik om acht uur een radio-interview doen. Dat klinkt niet, ik stotter en ik doddel, ik krijg het niet gezegd. Heel raar.

    Heeft dat met de activiteiten van de avond ervoor te maken?

    Niet noodzakelijk. Maar ik ga wel vrij laat slapen, nooit voor één uur. Dat is een cirkel waar je in terechtkomt: laat slapen, later opstaan. Dan zeg ik: vroeger opstaan, maar ja, mijn hersenen werken toch niet. Dus het heeft geen zin.

     

    Wanneer begint de molen dan wel te draaien?

    Rond de middag, liever nog na de middag. Ik probeer de eerste uren zo maar wat waanzin-van-de-dagtaakjes te doen: mails beantwoorden, dat soort gepruts allemaal, post openmaken, de was ophangen. Die heb ik ’s nachts nog ingestoken, er valt dan een wit hemd op de grond nog voor dat goed en wel buiten hangt.  

    In de namiddag kom je wel tot creativiteit, hoe moet ik mij dat voorstellen?

    Ik moet nogal wat columns schrijven, ik schrijf voor Nina, voor het Nederlandse magazine Wendy. In de namiddag begin ik aan de echt inhoudelijke dingen: columns schrijven, de boeken schrijven, artikels voor mijn platform goedele.com. Dat kan een uitloop hebben tot ’s avonds en ’s nachts, maar die tijd is een beetje voorbij, dat deed ik vroeger. Ik ben nooit klaar voor acht uur, voor sommigen is dat al avond. 

    Die rubrieken, hoe komt dat tot stand? Gewoon, je gaat voor de computer zitten, en je begint te schrijven?

    Nee, ik lees dingen, vaak ook uit mijn eigen boeken, en ik begin met woorden. Als ik een column begin, eigenlijk is dat bijna een tekening. Zoals je als kind de puntjes moest verbinden. Nu, het is niet zo dat die nummertjes allemaal duidelijk zijn in mijn tekening, ik moet dat heel dikwijls nog verplaatsen en verschuiven.  Dan begin ik gewoon per woord dingetjes te schrijven, in een volgorde, en achteraf…

    Het is een soort mind-mapping die je opstelt?

    Ja, eigenlijk is dat een soort mind-mapping. Het grappige, het beste werk, als ik zeg: dit moet top-top zijn, dan schrijf ik het, en dan laat ik het een dag liggen. Dan lees ik het de volgende dag opnieuw, en ik wou bijna zeggen: dan gooi ik het allemaal weg, maar dat is niet waar. Ik haal er wel veel belachelijke zinsconstructies eruit, ik moet dat nog een beetje oppimpen. Maar ik ben nooit klaar, mijn tekening is nooit af, mijn uitgever wordt daar gek van. Ze liegen altijd tegen mij over de deadline. Waardoor ik denk: het zal wel niet waar zijn. Dus dat lost niks op. We hebben dat super opgelost: we hebben in dat boek allemaal van die, ik noem dat pop-ups, van die strooiseltjes. “Wist-je-dat” staat daar nu bij, wat een beetje een flauw titeltje is. 

    Maar het maakt het wel afwisselend om te lezen.

    Ja, en dat is echt uit de nood geboren. De hele zetproef is klaar en Liekens is daar nog met dingen die er nog in moeten. 

    Het nieuwe Vaginaboek is een herwerking van de editie van 2005, daar heb je minder creatieve arbeid voor nodig gehad, neem ik aan.

    Het nieuwe Vaginaboek is minder werk geweest omdat je veel kan hergebruiken, maar toch ook veel niet. In vijftien jaar heeft de medische wetenschap wel vooruitgang geboekt, gelukkig. We zijn een aantal zaken over de vagina te weten gekomen, eindelijk. De clitoris, daar is heel veel onderzoek naar gebeurd de laatste jaren, dat is toch belangrijk in een Vaginaboek. 

    Heb je een soort ideeënboek, met reacties van lezers of lezeressen, of van wetenschappelijk onderzoek dat je tegengekomen bent?

    Ja, ik heb nog echt van die hangmappen. En dan stond daar op, scheurde ik allemaal artikels uit: vagina-penis, relatie, maatschappelijke trends, seksuele opvoeding, seks en tieners. De boeken staan ook zo gerangschikt. Maar die mappen moet ik eens weggooien, volgens mij is dat helemaal vergeeld. Ik heb nu dat soort mappen in mijn computer.

    Proficiat.

    Een grote reuze map, die heet “Teksten seks”, en die zijn dan opgedeeld op dezelfde manier. Ik ben geabonneerd op heel veel wetenschappelijke tijdschriften, zowel Amerikaanse als Nederlandse tijdschriften voor seksuologie. Interessante dingen komen daarin terecht, een beetje gegroepeerd, in de hoop dat ik dat ooit nog eens zal lezen. Maar het brengt je wel op ideeën als je daardoor bladert. Of om te zeggen: hoe belachelijk is dit? Komaan, operaties aan het maagdenvlies, het maagdenvlies bestaat niet eens. Boem, en dat is dan reactief dat je gaat schrijven. 

    Als je belangrijke beslissingen moet nemen in je leven, een nieuw programma, samenwerking met een Engelse zender, maak je die beslissing gemakkelijk of is dat een heel proces?

    Dat is een van de zaken die ik het meest haat aan mezelf, dat is blijven twijfelen: zou ik dat doen, zou ik dat niet doen? Ik ben gevraagd voor een programma in Australië twee jaar geleden, ja, nee, ja. Twee maanden ginder gaan zitten? Ik heb pas een leuke relatie, wat ga ik doen? Ik treuzel soms zo lang dat de situatie het wel beslist, dat ze zeggen: nu moet het niet meer. Het rare is, dat is al vaak goed uitgedraaid, terwijl dat eigenlijk geen goede karaktereigenschap is. 

    Je loopt vooruit op mijn volgende vraag: is er iets dat je aan jezelf wil verbeteren? Dat zal het dan zijn.

    Sowieso zou ik heel graag wat makkelijker kunnen beslissen. Absoluut. En een beetje minder slapen. Want als je nu om één uur gaat slapen, kan je dan niet om zeven uur opstaan? Dat zou ook super zijn, de tijd. Dan ga ik leuke dingen doen. Dan ga ik met de hond meer wandelen, en dan ga ik vaker bij mijn ouders op bezoek. Waarschijnlijk is dat niet zo hé, dan ga ik gewoon harder werken.

    Je ziet er altijd uit alsof je niet moet werken, fris, opgewekt, monter….

    (lacht) dat is heel lief… Dat is goed bij een podcast, de mensen zien toch niet dat je liegt.

    … dan lees ik heel verdoken in een kranteninterview: ik moet eens ontstressen.

    Ja. Vandaag heb ik dat nog zitten denken: ik maak dat schema te strak. Om een of andere reden… Ik heb natuurlijk een topvak, laat ons eerlijk zijn. Niemand heeft zo een leuk vak als ik. Het onderwerp is leuk, je komt op heel verschillende plaatsen. Dat is altijd zo moeilijk om neen te zeggen. Je doet jezelf verdriet door neen te zeggen. Maar, ik moet toch ook zeggen, in het buitenland werken is heel plezant, maar het is toch ook heel belastend voor je privéleven. Ik ga in België niets meer doen, ik ga in het buitenland de kersen uit de taart pikken, heerlijk. In Engeland programma, in Nederland programma. Ik zit heel graag op hotel. Maar ja, je bent wel veel dagen kwijt.

    En vooral privétijd, namelijk die nachten thuis weg. Dat is heel goed voor je ego: wie kan zeggen dat hij in Engeland kan gaan programma’s maken? Maar het is ook wel belastend. Mocht ik nu twintig jaar jonger zijn, dan zou ik zeggen: ik ga daar wel een studio'ke huren, en ik ga wel in Londen wonen. Maar daar ben ik te oud voor geworden hoor, dat doe ik echt niet meer. Te oud en te lui voor geworden.

    Zijn er truken om te ontstressen, als je je gedachten op nul wil zetten?

    Wat voor mij perfect is: water… Niet om te drinken hé. Om te zien en te voelen. Wandelen langs de kust, aan een vijver gaan zitten. Ik ben zo jaloers op mensen die kunnen vissen. Dat lijkt me zo geweldig.

    Dat moet niet moeilijk zijn.

    Ik heb geprobeerd, deze zomer, en ik heb niks gevangen. Maar dat was in zee, met een hengel. En sterker nog, met levend aas. Ik moet ook wel zeggen, dat was omdat mijn neefje erbij was. Maar niks, nul komma nul.

    Dan ontstress je opnieuw niet door naar dat wateroppervlak te kijken?

    Ja dat was wel ontstressend. Maar zelfs, skiën, dat is ook water, maar dan in een andere gedaante. Zelfs dat.

    Of zwemmen, dat is ook water?

    Dat is net weer iets te nat. Pootjebaden, tof. Of een fontein, ik kan daar niet voorbij zonder met mijn hand even door dat water te gaan. Maar zwemmen, ja, ik doe dat heel graag, maar in natuurwater.

    Lopen? Je hebt de twintig kilometer van Brussel gelopen, maar dat lijkt eenmalig?

    Waar leid je dat uit af? Hoe gemeen is dat? Dat is echt wel niet waar. Ik ben nog vorige week vijf kilometer gaan lopen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik twee maanden stilgelegen heb. Ik had een zware blessure aan mijn knie. Ik ga echt wel weer beginnen.  

    En word je er zen van?

    Ja, lopen is ideaal om te ontstresssen. Vooral, ik doe dat met onze Maurice, de hond gaat mee. Ik geniet ervan als die zich amuseert.

    Muziek, is dat iets waar je je hoofd mee leeg maakt?

    Alleen als ik kan meezingen, en ik kan niet zingen. Dus dat kan alleen als er niemand in de buurt is. 

    De badkamer?

    En zelfs dan zijn er wel eens kinderen of partners in huis die mij kunnen horen. Dus dan moet ik al zwijgen. Ik kan echt niet zingen. Toen ik vroeger in de auto “Berend Botje ging uit varen” meezong, zeiden mijn kinderen: "mama, ssjjtt". Ik ben zo jaloers op mensen die kunnen zingen en die dat kunnen uiten. Als ik naar Afrika ga voor de UN, en je ziet die mensen zingen en dansen, dat is de beste manier om je emoties eruit te laten. Oh, daar ben ik zo jaloers op.

    We hebben de dag opengedaan daarnet, we gaan hem ook weer sluiten. Wat is het laatste wat je doet ’s avonds?

    Mijn gsm afzetten natuurlijk.  Nee, dat doe ik eigenlijk zelden in zo een drukke periode. Nu met die boekrelease kijk ik nog naar mijn mails. Dat is eigenlijk nefast, terwijl je al in bed ligt. Dan kan ik niet slapen, want ik heb mijn mails nog zitten bekijken en dan zit dat in je hoofd. Dan kijk ik efkes televisie, het liefst "Game of Thrones", maar ja, zeven afleveringskes in het zevende seizoen, dat is helemaal niks.  

    Heb je een levensmotto?

    Ja, ik heb een levensmotto. Niet dat ik ernaar leef. Maar dat is: halverwege de berg is het uitzicht ook mooi. En daarmee probeer ik mezelf duidelijk te maken: kijk, zoveel jaren sta ik aan de top, en carrière, en… probeer nu eens een beetje te kalmeren. Misschien kan het ook halverwege fantastisch zijn. 

    Foto's: Alex Vanhee, montage podcast: Gunter Joosen