Meest recent

    Vlaamse bossen doen het steeds beter

    Het bos in Vlaanderen is van een betere kwaliteit dan vroeger. Het Agentschap voor Natuur en Bos maakte een inventarisatie van onze bossen en in vergelijking met de vorige inventarisatie van 20 jaar geleden, zijn onze bossen diverser geworden en tellen ze steeds meer inheemse soorten. En dat is goed nieuws voor de biodiversiteit en de weerbaarheid van onze bossen. 

    Eind vorige eeuw begon het Agentschap voor Natuur en Bos met het meten van de toestand en evolutie van de kwaliteit van de bossen in Vlaanderen. Dat gebeurt onder meer door bomen te meten, de hoeveelheden dood hout te tellen en de vegetatie rond de bomen te bekijken. De vorige bosinventarisatie dateert van 1997 - 1999. In 2009 begon een nieuwe. Over een periode van twintig jaar tijd zijn er toch duidelijke evoluties merkbaar.

    Zo bestaat het bos in Vlaanderen nog steeds voor de helft uit bos met loofbomen. De zuivere, monotone naaldboombossen beslaan nu nog ongeveer een kwart van de Vlaamse bossen. Vroeger was dat bijna 40 procent. “En dat is een goede zaak”, legt Bart Meuleman, regiobeheerder bij het Agentschap voor Natuur en Bos uit. “Naaldboombossen waren vooral gericht op productie. Die werden aangeplant om snel hout te produceren, vooral voor stutten in de mijnbouw. Nu worden bossen aangeplant om de biodiversiteit te garanderen en dat is toch een heel ander uitgangspunt.”

    Ook het aandeel aan homogene dennen- en populieren bossen is gedaald. Dit ten voordele van de gemengde bossen, die nu meer dan de helft van de Vlaamse bossen innemen, tegenover 39 procent twintig jaar geleden. 

    Meer inheemse soorten

    De afgelopen twintig jaar is het aandeel aan inheemse boomsoorten in Vlaanderen gestegen van 61 procent naar 68 procent. Dat gaat ten koste van exoten, soorten die van nature niet in onze streken voorkomen. Opvallend is de inhaalbeweging van West-Vlaanderen met een stijging van 56 procent naar 68 procent. Ook de gemengde inheemse bestanden zijn duidelijk gestegen: van 13 procent naar 21 procent. 

    “Zowel de grotere heterogeniteit als de toename van inheemse soorten zijn goed nieuws voor de biodiversiteit van de Vlaamse bossen”, zegt Marleen Evenepoel, administrateur-generaal Agentschap voor Natuur en Bos. “Gemengde bossen zijn rijker op ecologisch vlak: meer verschillende soorten organismen, dieren en planten vinden een geschikte leefomgeving. De duidelijke keuze om het bos in Vlaanderen op een meer duurzame manier te gaan beheren en het harde werk van al wie daarin een rol speelt op het terrein, zoals onze boswachters, arbeiders en andere bosbeheerders, werpt dus z’n vruchten af.”

    Meer dood hout

    De levende staande houtvoorraad is gestegen van 216 m³ naar 274 m³ per hectare bos. Maar er is ook meer staand dood hout: van 4,1 m³ per hectare twintig jaar geleden naar 8,6 m³ per hectare vandaag. Samen met het liggend dood hout komt het volume aan dood hout zo op gemiddeld 19,4 m³ per hectare of zo’n 7 procent van het totale volume aan hout.

    “In tegendeel tot wat je misschien zou verwachten, is veel dood hout net goed voor de biodiversiteit”, zegt Evenepoel. “Voor heel wat organismen is dit de ideale biotoop. Zo is staand dood hout essentieel voor de specht en leven er ook flink wat paddenstoelen op dood hout.”