Meest recent

    Vlamingen laten hun stemgedrag niet bepalen door de investeringen van hun gemeente

    De Universiteit Gent heeft de inkomsten en uitgaven van Vlaamse gemeenten onderzocht tijdens het laatste jaar van de voorbije 3 bestuursperiodes. En dat geeft enkele opmerkelijke vaststellingen. Zo spelen noch de inkomsten noch de uitgaven van gemeenten een rol in het stemhokje. Politici worden dus niet beloond of afgestraft voor de belastingen die ze heffen of de investeringen die ze met dat geld doen. Ook de schulden van een gemeente hebben nauwelijks invloed op het stemgedrag.

    Het is een klassiek beeld: in zowat elke Vlaamse gemeente zijn op dit moment grote infrastructuurwerken aan de gang. En dat gebeurt tegen een nerveus tempo. Want de deadline is duidelijk: 14 oktober 2018, de dag waarop we met zijn allen nieuwe gemeentebesturen verkiezen. Elke politicus pronkt op de valreep nog graag met de nieuw aangelegde straat, de verfraaiing van de dorpskern, de opening van een nieuw sport- of cultuurcomplex. 

    Geen idee hoeveel belastingen we betalen

    Om al die werken te realiseren is er natuurlijk geld nodig. Dat geld halen de gemeenten voor het grootste gedeelte uit de aanvullende personenbelasting en uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Samen zijn die goed voor 83% van de gemeentekas. Maar het zijn belastingen die geïnd worden door respectievelijk de federale en de Vlaamse overheid. De percentages die gemeenten aanrekenen bovenop die belastingen variëren nogal fors van gemeente tot gemeente, naargelang het geld dat ze nodig hebben voor hun uitgaven of de schuld die ze moeten wegwerken.

    Bovendien vinden we die percentages en de effectieve bedragen die we betalen aan onze gemeentekas slechts in de kleine lettertjes op onze aanslagbiljetten. Met andere woorden, iedereen betaalt zijn belastingen, maar weinigen weten hoeveel daarvan effectief ook naar de gemeentelijke overheid gaat.

    "Dat is dan meteen ook de logische verklaring waarom we onze politici in het stemhokje niet afrekenen op die belastingen",  zegt professor Stijn Baert van de Universiteit Gent die mee het onderzoek voerde. "De doorsnee Vlaming is niet bezig met de begrotingspolitiek van zijn gemeentebestuur."

    Dat is het verschil met andere landen zoals Spanje en Portugal, waar lokale bestuurscolleges wel vaker worden afgestraft voor hun begrotingspolitiek. Maar daar worden die gemeentebelastingen wel degelijk op het plaatselijk niveau geïnd.

    Infrastructuurprojecten leveren geen stemmen op

    Ook het omgekeerde geldt. Wat de gemeente met dat geld aanvangt, interesseert de Vlaming ook nauwelijks. En dat is zo mogelijk nog opmerkelijker. Want welke politicus pakt niet graag uit met prestigieuze dure projecten, in de veronderstelling daarvoor beloond te worden door zijn kiezers.

    De onderzoekers van de U Gent stellen echter geen verband vast tussen die uitgaven en het stemgedrag. En ze zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Want ze hebben de uitgaven bestudeerd telkens tijdens het laatste jaar van de voorbije drie bestuursperiodes.

    Wat speelt dan wel een rol? "Het zijn veeleer symbolische ingrepen", zegt onderzoeker Stijn Baert. "Als een burgemeester de prijs van de vuilniszakken omlaag haalt, kort voor de verkiezingen, zal hij of zij daar wel voordeel uit halen."

    Wat bepaalt dan wel ons stemgedrag?

    Bij hun onderzoek hebben de vorsers in Gent gebruik gemaakt van een model waarbij uiteraard niet alle mogelijke verbanden in kaart konden gebracht worden. Maar wat ze wel mee hebben verwerkt is de samenstelling van de bestuurscolleges.

    En ook daar toch een opvallende vaststelling. Hoe groter de coalities waren op gemeentelijk niveau, hoe succesrijker ze bleken bij de verkiezingen. Partijen met een absolute meerderheid hadden het lastiger, dan bonte en vaak ook atypische coalities.

    "Dat heeft wellicht te maken met het gebrek aan oppositie", concludeert Stijn Baert. "Hoe kleiner die oppositie is, hoe minder ze van zich kan laten spreken, hoe beperkter haar impact vormt op de kiezers. En dat beseffen politici wel degelijk. Daarom nemen ze soms partijen extra in het bestuurscollege, ook al zijn die niet strikt nodig om een meerderheid te vormen."

    Wat ons stemgedrag bepaalt op Vlaams of federaal niveau, is dus zeker niet hetzelfde als op lokaal niveau. "Show me the money" was de uitspraak van Bart De Wever die de kiescampagne in 2014 domineerde. Op gemeentelijk niveau zou het weinig effect hebben. En als we merken dat op Vlaams of federaal niveau een partij in een coalitie kan afgestraft worden omdat ze haar beloften niet heeft kunnen waarmaken, dan is dat op het lokale niveau ook weer nauwelijks het geval.