Meest recent

    ©NOVACK N./HorizonFeatures/Leemage

    Te veel ijs en te veel regen: drama bij pinguïns op Antarctica

    Slechts twee kuikens, dat zijn de overlevenden van het broedseizoen van de adeliepinguïns op Antarctica. Duizenden kuikens zijn gestorven, heel veel eieren zijn gewoon niet uitgekomen. Door een ongewoon grote hoeveelheid zee-ijs moesten de ouders tot 100 kilometer ver gaan om voedsel te zoeken voor hun jongen. Met alle catastrofale gevolgen van dien.

    De adeliepinguïn (Pygoscelis adeliae) is een kleine pinguïnsoort: 40 tot 60 centimeter hoog, 4 tot 6 kilogram zwaar, dikke veren, langere staart, en als meest opvallende kenmerk een witte kring rondom hun oog. Ze leven in kolonies op het Antarctische continent en de eilanden errond. De pinguïns wonen zelden ten noorden van 60 graden zuiderbreedte, ze zijn de meest zuidelijk broedende vogelsoort ter wereld.

    Het broedseizoen van adeliepinguïns begint in september, oktober. Het vrouwtje legt per keer 1 tot 2 eieren, die ze afwisselend met het mannetje uitbroedt. Na een achttal weken komen de eieren uit. De eerste weken blijft een van de ouders bij de kuikens terwijl de andere op zoek gaat naar voedsel. Nadien trekken beide ouders samen op voedseljacht voor hun kroost en blijven de kuikens alleen achter.

    Te veel ijs, te veel regen: slechts twee kuikens overleven

    Een kolonie van ongeveer 18.000 pinguïnkoppels op Petrels Island beleeft momenteel een drama: er zijn dit seizoen slechts 2 overlevende kuikens. Duizenden andere zijn gestorven door ondervoeding. Wetenschappers van het Franse Centre national de la recherche scientifique die de kolonie al een hele tijd opvolgen, troffen verspreid over het eiland ook een massa eieren aan die gewoon niet zijn uitgekomen.

    De oorzaak ligt waarschijnlijk bij een ongewoon grote hoeveelheid zee-ijs vrij laat in het seizoen, wat maakt dat de ouders veel verder moesten gaan om voedsel te kunnen vinden voor de jongen. Adeliepinguïns voeden zich voornamelijk met kril (plankton) dat ze opvissen uit zee. Door het ijs konden ze daar niet aan, waardoor ze tot 100 kilometer verderop voedsel moesten gaan zoeken.

    In 2013, amper vier jaar geleden, maakte de kolonie hetzelfde drama mee, toen overleefde geen enkel kuiken. Volgens de wetenschappers lag de oorzaak toen bij een ongewone hoeveelheid zee-ijs en ongeziene regenval. Het ijs betekende dat de pinguïns 100 extra kilometer moesten afleggen om voedsel te vinden voor hun jongen, de regen maakte dat de achterblijvende kuikens niet in staat waren zichzelf warm te houden.

    AFP or licensors

    Meer ijs door de opwarming van het klimaat

    Wetenschappers en natuurorganisaties zien een link met de opwarming van de aarde. In 2010 brak de Mertz-gletsjer af, een ijsschots van 2.550 vierkante kilometer groot. Dat gebeurde op ongeveer 250 kilometer van Petrels Island. Het afbreken van die gletsjer heeft een sterke invloed op de oceaan­stromingen en ijsvorming in het gebied.

    Algemeen is de verwachting dat de hoeveelheid ijs op Antarctica de komende jaren sterk zal blijven dalen. Op sommige plaatsen stijgt de hoeveelheid ijs op dit moment echter, allicht door de toename van zoet water in de oceaan als gevolg van de klimaatverandering. Een poging van de aarde om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden.

    "Dit duwt de plaats waar de pinguïns hun voedsel vinden, de oceaan, verder weg van hun broedplaats", zegt Yan Ropert-Coudert, projectleider bij het Centre national de la recherche scientifique, aan The Guardian. "Minder ijs zou de pinguïns kunnen helpen, maar te weinig ijs is dan ook weer niet goed, omdat de voedselketen dan in het gedrang dreigt te komen."

    Wat brengt de toekomst?

    Voor 2013 zijn nooit zulke dramatische sterftecijfers opgetekend bij de kolonie adeliepinguïns, nu dus al twee keer in enkele jaren tijd. Ropert-Coudert vreest dat een vergelijkbare massale sterfte bij de adeliepinguïns de komende jaren wel vaker zou kunnen voorkomen.

    Ropert-Coudert, het Wereldnatuurfonds (WWF) en andere organisaties dringen aan op de afbakening van een nieuw beschermd gebied in het oosten van Antarctica waar de adeliepinguïns kunnen wonen.

    AFP or licensors