Meest recent

    VRT

    Chinese technologie, een kopie van westers vernuft? Vergeet het maar

    Op 18 oktober begint in Peking het vijfjaarlijkse partijcongres, hoogmis van China’s communistische partij. De beslissingen die president Xi Jinping en de top van de partij daar bekendmaken, zullen ook ons beïnvloeden. Afgelopen 10 jaar ontpopte het land zich tot onbetwiste wereldmacht. Klimaat, economie, spanningen met Noord-Korea, overal heeft China een vinger in de pap. Waar wil het de volgende vijf jaar naartoe? Veerle De Vos en Stefan Blommaert zoeken het de volgende dagen voor u uit. Vandaag: Stefan Blommaert vergaapt zich in high-techstad Shenzhen.

    Betonmolens, reuzenkranen, heipalen, drilboren, asfalteermachines, je ziet en hoort ze nog altijd overal in China. Al meer dan twee decennia lang staat die bouwwoede ook symbool voor economische vooruitgang. Ik heb China sinds mijn eerste bezoek in 1989 – tijdens het studentenprotest – zien veranderen van een armoedig en hopeloos achtergesteld land naar een onstuimig groeiende economische reus. En het blijft maar duren. Weliswaar zijn er geen astronomische groeicijfers meer van ruim boven de 10 procent, wel een naar Chinese normen sobere 6,5 procent. Maar dat mag de pret niet bederven, de Chinezen zijn bezige bijen en de ontwikkeling zet zich gestaag voort.

    De wat bescheidener economische groei behoort tot het "Nieuwe Normale", zoals dat heet in het communistenjargon van Peking. Nog zo’n slogan is "De Chinese Droom": het toekomstconcept van president Xi Jinping waarin gestreefd wordt naar een "gematigd welvarende" maatschappij, een maatschappij ook waarin armoede helemaal verdwenen is. Niet echt onrealistisch, de strijd tegen armoede is in het recente verleden succesvol geweest en volgens recente cijfers (van de Chinese overheid) zouden de voorbije vier jaar alleen al nog eens ruim 60 miljoen Chinezen uit de ergste economische miserie zijn gehaald.

    Een goed gevulde hand maakt een tevreden Chinees

    De economie zal op het 19e Congres van de Chinese Communistische Partij, dat volgende woensdag begint, ongetwijfeld centraal staan. Welvaart voor zoveel mogelijk Chinezen is niet alleen een economisch streven, het heeft ook alles met politiek te maken. Want burgers met een goede levensstandaard zijn doorgaans tevreden burgers, zeker als ze het in het verleden moeilijk hebben gehad. En tevredenheid, dat is precies wat de communistische machthebbers koste wat het kost willen bereiken, want het legitimeert hun alleenheerschappij. Met een goed gevulde pens wordt er zelden gemord.

    Die pens moet heden ten dage niet altijd letterlijk worden genomen, al houden de Chinezen zonder enige twijfel van een stevige schranspartij. Maar ze hebben ook graag iets in hun handen. Een grote smartphone bijvoorbeeld. Op straat in de grote steden of in kleine plattelandsgemeentes – klein betekent in China met minder dan een miljoen zielen -, overal zie je de mensen bezig met hun gsm, hun "handapparaat" zoals dat zo mooi klinkt in het Chinees. We zijn onze reis hier begonnen in de Zuid-Chinese stad Shenzhen (spreek uit: Sjèundzjèun), en dat is nu precies de bakermat van de smartphones en andere elektronica.

    VRT

    Schaamteloze namakers? Al lang achterhaald

    In Shenzhen zijn de hoofdkwartieren gevestigd van bedrijven zoals Huawei (spreek uit Chwàwèj), ZTE, OnePlus, Lenovo en andere high-techgiganten. In deze stad is de waanzinnige economische ontwikkeling van China eigenlijk begonnen. Eind jaren zeventig was het plattelands- en vissersstadje met amper enkele tienduizenden inwoners – vlak bij (dan nog Brits) Hongkong – door de toenmalige hervormer Deng Xiaoping uitgekozen om buitenlandse investeringen aan te trekken en zo de deviezen en de know-how te laten binnenstromen. Het werkte, en ruim 35 jaar later is Shenzhen een miljoenenstad (11 miljoen om precies te zijn) waar de Chinese technologiesector het beste van zichzelf laat zien.

    Chinese technologie? Kopieerders van westers vernuft zal u zeggen. Vergeet het. Het concept van de Chinezen als schaamteloze namakers – of dat van China als fabriek van de wereld – is grotendeels achterhaald. Steeds meer Chinese ondernemingen hebben hun R&D-afdeling die voor eigen innovatieve producten zorgt. Ik bezocht in Shenzhen het bedrijf DJI, dat vooral drones vervaardigt. Amper 11 jaar oud, en de firma beschikt over een globaal marktaandeel van 70% in de dronesector.

    Anders gezegd: 7 van de 10 commerciële drones die in de wereld worden verkocht komen van DJI in Shenzhen. In de showroom staan ze netjes naast elkaar, chronologisch geplaatst van 2006 tot 2017. Tot en met het laatste model, dat bestuurd wordt met simpele handbewegingen zonder dat er aan een joystick moet worden geroerd. Of een drone voor de landbouwsector, die kan helpen bij het besproeien van gewassen. Allemaal eigen technologie van dit Chinese bedrijf, waar wereldwijd intussen 11.000 mensen werken.

    VRT
    VRT

    21e eeuw is nog niet overal doorgedrongen

    Maar China blijft een land van tegenstellingen, en natuurlijk ziet niet alles hier eruit zoals in Shenzhen. Er zijn ook heel wat armoedige gebieden waar de overheid nog veel werk voor de boeg heeft. Ondanks de spectaculaire armoedeverlichting van de voorbije decennia moeten ruim 50 miljoen Chinezen het onverminderd stellen met een beschamend inkomen.

    Op de tweede etappe van mijn tocht door China merk ik het al, in Yudu. Het stadje ligt in de achtergebleven provincie Jiangxi, ten zuiden van Shanghai. Een heroïsche plek, want van hier vertrok het Rode Leger in 1934 voor zijn "Lange Mars", de legendarische tocht doorheen China die cruciaal was voor de pijlsnelle opgang van communistenleider Mao Zedong. Hoewel in deze relatief kleine stad ook wat hoogbouw prijkt en men pogingen doet om de glamour van de Chinese grootsteden na te bootsen, overheerst hier toch de bric-à-brac, en alles ademt nog de sfeer uit van een jaar of twintig geleden, met verweerde huizen en miserabele steegjes.

    Op weg naar Yudu reden we door landbouwgebied, waar de 21e eeuw ook nog niet bepaald is doorgedrongen. Onze taxi – weliswaar besteld via "didi", een soort Chinese Uber-app – heeft ook zijn beste dagen gehad. En bij een korte stop om de weg te vragen zet de chauffeur zijn motor uit. Niet om ecologische redenen, zoveel mag duidelijk zijn. Elke yuan telt in deze streek. Het ultieme bewijs dat de streefdoelen van de Chinese droom hier nog lang niet zijn gehaald.

    VRT
    VRT