Meest recent

    Yassine Atari

    Separatistisch geweld in Thailand: "Hoe kunnen we vechten tegen vijand die we niet kennen?"

    Vraag in een willekeurige Thaise toeristenstad naar een busticket naar de zuidelijke provincie Pattani, en je zal een gefronste blik als antwoord krijgen. Volgens een loketbediende in Phuket is het er te gevaarlijk en gaat niemand er vrijwillig naartoe. Onze reporter Yassine Atari kocht toch een ticket en dompelde zich onder in een regio waar separatisten zonder gezicht chaos en dood zaaien.

    Pattani is een gemilitariseerde zone geworden. Dat merk je al bij het binnenrijden. Meteen wordt het busje tegengehouden bij een controlepost en loert één soldaat naar binnen. Zijn collega’s gaan met een spiegel onder het busje op zoek naar explosieven, terwijl een andere met zijn hond aan de bagage snuffelt. Terwijl het busje verder door de binnenstad rijdt, zijn er op elke hoek controleposten te zien en scheuren pantservoertuigen met mitrailleurs door de hoofdweg. 

    Dit is een ander soort Thailand dan wat in reisbureaus wordt gepromoot. Volgens Deep South Watch, een organisatie die de situatie in de regio monitort, vielen er de voorbije maand al zes doden en veertig gewonden als gevolg van het separatisme.  

    Nieuw leven voor de opstand

    Nochtans was het verzet niet altijd zo gewelddadig. Alles verandert op 28 april 2004, wanneer gewapende separatistische militanten in drie verschillende provincies aanvallen uitvoeren op elf verschillende regeringsdoelwitten en checkpoints. 32 van hen vallen een legerkamp aan om wapens te stelen en verschansen zich vervolgens in de oude Krue Se-moskee. 

    Yassine Atari / VRT

    Wat daarop volgt, is een bloedige reactie van het Thaise leger. Ze bestoken de symbolisch waardevolle moskee uit 1578 met tanks en geweergeschut. Alle militanten sterven en de moskee loopt schade op. 

    In de weken die daarop volgen, escaleert de situatie. Na de arrestatie van nog eens zes mensen volgt er een betoging. Het leger opent het vuur op de menigte. Zeven mensen komen hierbij om; nog meer dan duizend anderen worden in elkaar geslagen en in de cel gegooid. In de overvolle vrachtwagens komen nog eens 78 betogers om door verstikking. Voor de plaatselijke bevolking is het nu wel duidelijk: ze zijn tweederangsburgers. De opstand in Zuid-Thailand wordt nieuw leven ingeblazen.

    Wat is het probleem precies? In het begin van de 20ste eeuw werd het Sultanaat van Pattani bezet door het toenmalige Siam (het huidige Thailand)  en opgedeeld in provincies. Maar die provincies hebben een andere cultuur, taal, etniciteit en religie dan de rest van Thailand. 
    Hoe verschillen die mensen van de rest van Thailand? Het zijn voornamelijk moslims met een eigen taal, het Malay. Aanvankelijk werd hen verboden de taal te gebruiken in de handel of de overheid, waardoor de bevolking zich niet kon engageren. Toen die wetten in 1946 werden opgeschort, was de schade was al aangericht. De zuiderlingen voelden zich gemarginaliseerd.
    En dus proberen ze zich af te scheiden? Al sinds de inlijving bij Thailand, maar de voorbije zestien jaar zijn die pogingen steeds gewelddadiger geworden. Separatisten vallen overheidsdoelen aan, leggen bermbommen en liquideren iedereen die in hun ogen de overheid steunt. 

    Het kan iedereen zijn

    Van die arrestanten zullen er zich later velen aansluiten bij rebellengroepen. Die bestoken checkpoints van politie en leger en zaaien chaos zonder ooit iets op te eisen. Ze zijn een onzichtbare vijand en de Thaise regering zit met de handen in het haar. “Hoe kunnen we vechten tegen een vijand van wie we niet eens weten wie het is?", vraagt een soldaat die het verkeer controleert me.  "Ze hebben geen structuur, geen regelmaat. Ze kunnen elk moment toeslaan.  Het kan iedereen zijn die hier passeert."

    Yassine Atari / VRT

    Zelfs scholen zijn niet veilig. Strijders vallen er binnen en executeren leerkrachten die zich aan het Thaise leerplan houden. Ze voelen zich bedreigd doordat hun taal en religie niet worden onderwezen in de overheidsscholen en vrezen dat hun identiteit zo zal verdwijnen. Ondertussen probeert de overheid de vaderlandsliefde aan te wakkeren. De Thaise vlag hangt overal samen met foto’s van de huidige koning en de recent overleden monarch Bhumibol. Nu en dan klinkt het volkslied en regeringsberichten schallen door de straten via megafoons.

    De legeraanwezigheid is een deel van het dagelijkse leven geworden. Alles gaat gewoon door. De markten zijn open, kinderen spelen overdag bij onbemande controleposten en soldaten wandelen  zwaarbewapend langs de speeltuinen en pleintjes. 

    Mohamed, een Soedanees die in de regio woont, vindt dat de situatie wordt overdreven. "De Thaise regering wil de schijn opwekken dat het hier een oorlogsgebied is. Veel van de soldaten plaatsen zelf bermbommen of steken een auto in brand als er lang niets is gebeurd", beweert hij. "Een soldaat die hier gestationeerd is, verdient veel meer dan een soldaat die bijvoorbeeld in Bangkok staat." Het zijn verhalen die ik vaak hoor terugkomen bij mijn gesprekken met de mensen hier.

    Yassine Atari

    Terwijl Mohamed met zijn scooter langs een barak scheurt, wijst hij naar de soldaten: "Zie je? Ze zitten er gewoon wat te spelen op hun smartphones. Ik zie hun meerwaarde niet".

    Van sultanaat naar kalifaat?

    De lokale bevolking mag dan wel schamper doen over de hele situatie, in de regio duikt de vrees op voor een scenario zoals dat op de Filipijnen. Daar heeft IS gebruik gemaakt van de onstabiele situatie om er voet aan de grond te krijgen. Er woedt al enige tijd een hevige strijd tussen IS-geaffilieerde milities en het Filipijnse leger. Vluchtelingenkampen zitten er vol met lokale inwoners die het geweld ontvlucht zijn. 

    De prioriteiten van de Thaise separatisten staan echter ver van die van IS. Ze willen onafhankelijkheid, vrij van Thaise invloeden, terwijl IS vecht voor een Islamitische Staat.

    Yassine Atari

    De gewenning bij de lokale bevolking is bevreemdend. Omdat ze niets anders hebben gekend dan de militarisering van hun woonplaats, kijken ze niet meer op van de zwaarbewapende pantservoertuigen of controleposten. Een legercontrole op weg naar de winkel is voor hen net zo normaal als wachten voor een stoplicht. 

    In het straatbeeld vallen de contrasten sterk op. Een oud Boeddhistisch koppeltje begint aan de ochtendgymnastiek op het lokale plein, gadeslagen door twee agenten met automatische wapens. Een kind fietst rondjes bij het hek van een controlepost, terwijl zijn gesluierde moeder hem tot voorzichtigheid maant. Voor hen lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Het lijkt haast de stilte voor de storm.

    Yassine Atari / VRT

    Anderhalve maand later gaan er weer twee bommen af bij een winkelcentrum in de hoofdstraat. Twee mannen rijden voorbij een controlepost in een gestolen wagen, volgeladen met explosieven. De veiligheidsagent heeft zich de moeite niet getroost om de identiteitsdocumenten te vergelijken met de opsporingsposters die overal verspreid zijn. De mannen laten wat vuurwerk afgaan om chaos te zaaien en de winkels te evacueren. En dan gaat de bom af. 

    De twee daders verdwijnen achterop de motors van hun kompanen en laten 56 gewonden achter op de parking. Boeddhisten én moslims.

    De volgende dag is de aanval alweer een futiel gespreksonderwerp bij de eetstalletjes. Het leven in de zuidelijke provincies gaat gewoon door.

    Dit artikel werd op 26/10 aangepast om de legale voorgeschiedenis van het conflict te nuanceren.