Meest recent

    De vijf boeken die het leven van operazanger Thomas Blondelle hebben veranderd

    Zondag, rustdag. Een ideaal moment om uzelf in de zetel te nestelen met een uitstekend boek. Daarom polsen we iedere zevende dag van de week naar het favoriete leesvoer van een bekend gezicht. Vandaag is dat tenor en operazanger Thomas Blondelle. Hij eindigde zes jaar geleden als tweede in de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang. Zijn prestatie is de beste ooit vanwege een Belg in deze prestigieuze wedstrijd. Hij vertelt over zijn vijf lievelingsboeken.

    Na zijn tweede plaats in de Koningin Elisabthwedstrijd voor zang in 2011 ging het hard voor tenor en operazanger Thomas Blondelle. Zijn agenda zit vandaag behoorlijk vol. Hij heeft net een repetitie achter de rug in Berlijn en is op weg naar zijn volgende afspraak. Maar hij maakt graag tijd om het over zijn favoriete boeken te hebben. En dat doet hij met overgave: zijn enthousiasme is onstuitbaar (en dat is geen toeval, zoals zal blijken uit zijn derde keuze, het boek van Roald Dahl.) Zijn liefde voor boeken begon al op erg jonge leeftijd. 

    1. De wereld van Sofie – Jostein Gaarder

    “Toen “De Wereld van Sofie” uitkwam was ik tien jaar, de ideale leeftijd voor dit boek, ik behoorde tot de doelgroep. Het gaat over filosofie, maar het is voor kinderen geschreven. Het is een boek op twee snelheden. Enerzijds krijg je een geschiedenis van de filosofie. Anderzijds is er de raamvertelling van het meisje Sofie dat haar puberteit doormaakt en mysterieuze briefjes krijgt met levensvragen, waar ze zelf over gaat nadenken. En die twee sporen groeien naar elkaar toe" vertelt Blondelle.

    Het mooie is dat je als kind leert denken dat iedereen anders denkt.

    "Het knappe van Jostein Gaarder is: hij schreef een heel leesbaar boek, en toch is het niet versimpeld. Je hoeft ook niet alles te begrijpen van de filosofen die vermeld worden - toen het over Wittgenstein ging dacht ik: ja hallo! Maar het mooie is dat je als kind leert denken dat iedereen anders denkt. Je houdt aan dat boek een fundamenteel pluralisme over. En als iedereen anders denkt, dan is er niet de éne waarheid, dan wordt de waarheid relatief. Voor mij was het een kennismaking met het relativisme. En je leert als kind ook abstract denken.”

    2. Odyssee – Homeros (vertaald door Patrick Lateur)

    “Ik zal op school in de Grieks-Latijnse, we vertaalden in de klas stukken van de Odyssee uit het Grieks. Bovendien was mijn vader leraar klassieke talen, dus de klassieken kwamen van alle kanten binnen. We gingen elk jaar in de zomer voor een paar weken naar Griekenland met vakantie. Maar toch is er geen sprake van indoctrinatie." 

    "Ik kende het verhaal van Osysseus al uit een kinderboek, en het is een wereld waar je makkelijk kan binnenkomen. Je kan je identificeren met die arme Odysseus. Die moet eerst tien jaar oorlogvoeren, en dan moet hij nog eens die jarenlange gevaarlijke tocht naar huis maken, waarbij hij reuzen met één oog en nog een heleboel andere hindernissen moet trotseren. Het is echt een avonturenroman, en ook een prachtig liefdesverhaal, met zijn vrouw Penelope die al die jaren op hem wacht en alle vrijers van zich wegslaat. Of de prachtige scène met Nausicaä, met die verhulde erotiek.", vertelt Blondelle.

    "Het is geschreven in 800 voor Christus, maar de thema’s zijn universeel. Je hebt verschillende vertalingen. Als je een vlottere stijl verkiest dan is er die van Imme Dros. Heb je liever iets gedrageners, sacraler, "antiekers", dan kies je voor Patrick Lateur. Het hangt af van je smaak natuurlijk. Weet je, ik ben een operazanger: ik vind het heel raar dat van dit prachtige verhaal nog altijd geen opera is gemaakt.”

    3. Oom Oswald – Roald Dahl

    “Dit was een tip van mijn leraar aan het Onze-Lieve-Vrouwe-College van Brugge. Roald Dahl is natuurlijk bekend als kinderboekenschrijver, maar hij heeft ook boeken voor volwassenen geschreven. “Oom Oswald”  is het boek dat ik het vaakst cadeau gedaan heb. Eigenlijk is het het mooist als je het in het Engels kan lezen. Aan de oppervlakte gaat het over een onbetrouwbare man die een handeltje in een soort afrodisiacum opzet – zo’n middel dat je zin doet krijgen in seks. Maar daaronder zit de boodschap: je moet het leven met je hele hebben en houden omarmen. Je moet voluit dúrven leven.", zegt Blondelle.

    Iets half doen, daar krijg ik het van.

    Roald Dahl zegt over die oom Oswald: “Hij leerde me dat als je ergens in geïnteresseerd bent, je daar voluit voor moet gaan. Lauw is niet voldoende. Heet is ook niet goed. Witheet en hartstochtelijk, dat is de enige manier.” Of je passie nu een vlindercollectie is, of het bakken van de beste muffins: je moét ervan gebeten zijn. En zo sta ik ook in het leven. Iets half doen, daar krijg ik het van.”

    4. Een ontgoocheling – Willem Elsschot

    “Ik wist zeker dat ik werk van Elsschot in mijn lijstje wou, maar het was moeilijk kiezen. Ik heb nog getwijfeld over zijn gedichten, die zijn wat ondergesneeuwd geraakt. Maar ik heb uiteindelijk gekozen voor “Een ontgoocheling”, een novelle of kleine roman van maar vijftig bladzijden. Typisch Elsschot: heel gecondenseerd, heel Vlaams ook."

    "Het gaat over een niet al te succesvolle man, die hoge verwachtingen heeft voor zijn zoon. Die jongen heeft een groot hoofd - het tragikomische is nooit ver te zoeken in zijn verhalen. Er komt niets terecht van wat de vader gehoopt had. Het gaat eigenlijk een beetje over iedereen. We leven in een klein land, in een kleine stad, maar we willen daarbovenuit stijgen, we willen uit onze cocon breken. Enfin, het loopt natuurlijk allemaal geweldig verkeerd af in het verhaal." vertelt Blondelle.

    We zijn eigenlijk allemaal prutsers.

    "Het lukt nèt niet in het leven, zoals zo vaak bij Elsschot. En zo is het ook vaak, zelfs bij de zogenaamd succesvolle mensen. Neem een Luciano Pavarotti: gewèldige zangcarrière, maar op andere vlakken was het veel minder, in zijn liefdesleven bijvoorbeeld. We zijn eigenlijk allemaal prutsers. We pronken alleen met wat goed gaat. Maar de dingen waarin we allemaal mislukken, daar schrijft niemand over – behalve Elsschot.”

    5. Monsieur Croche – Claude Debussy

    “Wat weinig mensen weten: de componist Claude Debussy is een tijdje muziekcriticus geweest. Hij publiceerde zijn kritieken onder een pseudoniem: Monsieur Croche. Die omschreef hij als een anti-dilettant. Dat pseudoniem wijst erop dat hij zich wilde indekken, zodat je je kan afvragen: is dit nu wat Debussy écht denkt?" zegt Blondelle.

    "Merkwaardig is het om te merken dat Debussy, toch een componist die in zijn dagen wereldvermaard was, blijkbaar niet vrij was van jaloezie. Want hij houdt zich niet in hoor. Af en toe wordt het een heel persoonlijke, platte aanval op een collega. Dat is toch merkwaardig? Hij had een prachtige carrière, hij had dat helemaal niet nodig. En tóch gunt hij anderen het licht in de ogen niet. Hij had dus blijkbaar ook een gemeen klein kantje. Het is hoe dan ook interessant om te lezen hoe componisten in die tijd, de beginjaren van de twintigste eeuw, over elkaar dachten.”