Meest recent

    Gemeenten vrezen problemen door stijging aantal leefloners

    De stijging van het aantal personen dat een beroep doet op de bijstand, vooral jongeren met een leefloon, zet steeds meer druk op de gemeenten. Volgens de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) is het daarom hoog tijd voor een “breed debat over onze taken en de financiering daarvan”. De VVSG wil vooral dat er meer personeel bij komt voor begeleiding van mensen in de bijstand.

    Recente cijfers van de Universiteit van Antwerpen, die zijn bevestigd door de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, geven aan dat ongeveer één op de twintig inwoners van het land leeft van een bijstandsuitkering. Daarbij kan het gaan om een leefloon of een aanvullende uitkering voor een laag pensioen of tegemoetkoming voor mensen met een handicap.

    Op 1 januari van dit jaar ging het om 576.490 personen. Die krijgen hun uitkering via de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW), die onder verantwoording van de gemeenten vallen. Vooral doordat schoolverlaters zonder opleiding na drie jaar geen inschakelingsuitkering meer krijgen, komen zij bij het OCMW terecht voor een leefloon.

    "Tijd van enkel geld geven, is voorbij"

    Die verschuiving van uitkeringen van het federale niveau naar de gemeenten zet grote druk op ons”, zegt woordvoerder Nathalie Debast van
    de VVSG. Als een gemeente meer leefloners heeft, krijgt ze naar verhouding ook meer geld van de federale overheid voor die uitkeringen. Dat kan nu oplopen tot ongeveer 70 procent. De VVSG zou graag willen dat dit 90 procent is.

    Een ander groot probleem is volgens Debast dat door de
    stijging van het aantal mensen met een leefloon er ook veel meer personeel van de gemeenten nodig is. “De tijd van mensen enkel geld geven, is voorbij”, aldus Debast. “Dat is op zich ook goed. Maatschappelijke integratie en zorgen dat mensen hun weg vinden in de samenleving is nodig. Daar is wel meer personeel voor nodig.”

    Lagere drempel

    De VVSG is op zich te vinden voor een verschuiving van taken naar de gemeenten. Debast: “De drempel is lager als mensen in hun eigen
    gemeente bij het OCMW aan kunnen kloppen. Dat is  beter dan wanneer mensen naar een bureau in Brussel moeten. Wat wij wel vragen, is dat er een breed debat komt over de taken van de gemeenten. Als je meer zaken doorschuift naar de gemeente, moet die daar ook de juiste middelen voor hebben.”

    Volgens de Vlaamse gemeenten neemt de druk niet alleen toe doordat
    meer mensen voor een uitkering zijn aangewezen op het OCMW. “Zaken als een aanvulling voor de energiefactuur, schuldsanering, de opvang van vluchtelingen en thuiszorg komen ook bij de gemeenten terecht”, zegt Debast. “Daar zijn ook middelen en mensen voor nodig.” Zeker centrumsteden in Vlaanderen dreigen anders in de problemen te komen.