Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Wereldvoedseldag voor het eerst in lange tijd geen goednieuwsshow

Wereldvoedseldag vandaag is voor Broederlijk Delen geen reden tot feesten.  Want vorig jaar, in 2016, is het aantal mensen die honger lijden voor het eerst in lange tijd weer gestegen. In het recent gepubliceerde wereldvoedselrapport 2017 van de Verenigde Naties staat dat het aantal mensen die honger lijden vorig jaar met 38 miljoen is gestegen, tot 815 miljoen.  

Volgens ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen komt de VN-milleniumdoelstelling om de honger uit de wereld te helpen tegen
2030 zo in het gedrang.  Sinds 2000 zagen we een gestage vermindering  van de honger in de wereld, maar vorig jaar is daar een einde aan gekomen.  Merkwaardig,  want in hetzelfde jaar werden ook recordopbrengsten opgetekend voor de graanproductie.

Katelijne Suetens, beleidsmedewerker recht op voedsel van Broederlijk Delen,  ziet twee grote redenen: "Er zijn oorlogsconflicten zoals in Zuid-Soedan en Jemen en ook de klimaatverandering laat zich voelen. Daarnaast is er onvoldoende vooruitgang geboekt in het bestrijden van structurele problemen zoals armoede en ongelijkheid."

Wereldwijd wordt voldoende voedsel om de wereldbevolking twee keer
te voeden maar toch neemt de honger in de wereld opnieuw toe. Hoe 
verklaar je die paradox? "Het is vooral een probleem dat het voedsel op
de foute plek wordt geproduceerd", zegt Katelijne Suetens, "en dat de
focus bij de productie ligt op de rijkere consument in het Westen.  Het
gevolg is dat heel veel voedsel verspild wordt bij de verwerking, de
distributie en ook in de eigen huishoudens. Een ander probleem is dat
heel veel landbouwgrond gebruikt wordt om veevoeder en biobrandstoffen
te produceren, ook weer om de consument in het westen te bedienen.  Zo
is de voedselproductie in de wereld eigenlijk slecht verdeeld.

Het is vooral een probleem dat het voedsel op de foute plek wordt geproduceerd en dat de focus bij de productie ligt op de rijkere consument in het Westen

Katelijne Suetens

Kleinschalige landbouw nodig om honger te bestrijden

80 procent van het voedsel dat in ontwikkelingslanden wordt geproduceerd, komt van kleinschalige landbouw die nauwelijks gesteund
wordt door de lokale overheden daar. "Veel van die landen zetten niet in
op eigen productie, maar kiezen voor een landbouw die gericht is op export naar het Westen omdat die harde valuta in de staatskas brengen", zegt
Katelijne Suetens. Er is dringend nood aan ondersteuning van kleinschalige landbouwinitiatieven op plaatsen waar de honger het grootst is.

De landbouw moet ook meer ecologisch duurzaam worden. De  landbouw van vandaag teert nog te veel op de zogenaamde Groene Revolutie. Die heeft wel veel vooruitgang geboekt in de strijd tegen honger. Via het gebruik van speciale zaden en kunstmeststoffen werden de opbrengsten groter, maar die vorm van landbouw pleegt dan weer roofbouw op natuurlijke rijkdommen zoals grond, water en  biodiversiteit. Zo wordt 70 procent van het water gebruikt voor de landbouw. Broederlijk Delen pleit voor het gebruik van systemen die zowel de opbrengst verhogen als de natuurlijke productiebasis herstellen en beschermen.

Er moet ook dringend werk worden gemaakt van meer loon naar werken voor landbouwers. Kleine boeren in ontwikkelingslanden lijden zelf honger en kunnen niet concurreren tegen monopoliehouders die grote delen van de landbouwproductie en de voedselketen in handen hebben.  Nochtans zijn  het net die kleine lokale boeren die de honger helpen bestrijden.