Meest recent

    Hoe divers zijn de Vlaamse jeugdbewegingen?

    Jeugdbewegingen krijgen wel eens het verwijt dat ze er vooral zijn voor de kinderen van blanke middenklassers. Kinderen en jongeren van vreemde origine, met een beperking, die het niet breed hebben of die worstelen met hun geaardheid of gender zouden onvoldoende aan hun trekken komen, maar is dat wel zo? Op deze Dag van de Jeugdbeweging zoeken we het uit.

    Elke zaterdag of zondag trekken zo’n 267.000 Vlaamse kinderen en jongeren hun uniform aan om naar de jeugdbeweging te gaan. De meeste doen dat in de Chiro die met 106.300 leden veruit de grootste jeugdbeweging van Vlaanderen is. De tweede grootste is Scouts & Gidsen Vlaanderen die 80.000 kinderen en jongeren kan bekoren. Andere grote jeugdbewegingen zijn de KSA en de KLJ, gevolgd door het kleinere Jongerenpastoraal, de FOS Open Scouting, JNM en het Jeugd Rode Kruis.

    Die ledencijfers op zich zeggen niets over de individuele leden. Gaat het effectief vooral om blanke kinderen uit de middenklasse? Moeilijk om te zeggen. De jeugdbewegingen zelf houden naar eigen zeggen nauwelijks harde cijfers bij over diversiteit. Het laatste grote onderzoek dateert al van 2010, al 7 jaar geleden dus. De cijfers toen vielen al bij al nog mee. Een op de drie leden van een jeugdbeweging was toen “divers”.

    Het onderzoek had het toen over vier categorieën van diversiteit: vreemde origine (minstens een grootouder geboren buiten België), fysieke of mentale beperking, (kans)armoede en geaardheid. Bekijk de cijfers in de video hieronder:

    “De jeugdbewegingen zijn over het algemeen eigenlijk goed bezig wat diversiteit betreft”, zegt Don Pandzou diversiteitsmedewerker van de Ambrassade, de Vlaamse organisatie voor jeugdbeleid. “Het kan natuurlijk altijd beter en het gaat met vallen en opstaan.” Volgens Pandzou doen de Vlaamse jeugdbewegingen bijvoorbeeld goed hun best om diverse jongeren te begeleiden “en om de bestaande drempels te verlagen of weg te nemen”.

    Wat bijvoorbeeld geaardheid en gender betreft lijkt dat voor een stuk te kloppen. Samen met de maatschappelijke aanvaarding voor holebi’s groeit die ook binnen de jeugdwerking. De grote jeugdbewegingen liepen dit jaar bijvoorbeeld in uniform mee in de Pride in Brussel. Bij Scouts & Gidsen Vlaanderen loopt zelfs momenteel een holebi-campagne (zie foto onder).  “Ideaal kunnen holebi- en transgenderjongeren in de gewone jeugdbeweging terecht en in de meeste gevallen is dat ook zo”, zegt Bart Vande Voorde van holebi-jongerenorganisatie Wel Jong Niet Hetero.

    (lees verder onder de foto)

    Transgenderjongeren hebben wel op dat gebied wel wat moeilijker. Sinds kort bestaat daarom T-jong, een jeugdbeweging voor transgenders. T-jong bestond al eerder voor omkadering en informatie voor transgenders, maar begint nu ook als jeugdbeweging in verschillende leeftijdsgroepen. “Ze doen allerlei activiteiten op verschillende plaatsen in Vlaanderen”, zegt Vande Voorde nog. Eind deze maand komen ze voor het eerst echt samen in Antwerpen.

    Kinderen met een beperking

    Hoe zit het met jongeren met een beperking? Kunnen zij terecht bij de jeugdbeweging? Er bestaan verschillende aparte jeugdbewegingen voor kinderen en jongeren met een beperking. De Akabe-werking van Scouts en Gidsen Vlaanderen is daar een voorbeeld van. Er zijn dit jaar 27 aparte Akabe-groepen goed voor ruim 1.100 leden. Nog een 25 andere gewone scoutsgroepen hebben een aparte Akabe-tak.

    “Die groepen leveren uiteraard goed werk, maar bij onze achterban horen we toch dat er nog altijd te weinig aanbod is”, zegt Bernadette Rutjes van Inclusie Vlaanderen dat zich inzet voor mensen met een beperking. “We merken dat veel mensen niet goed weten hoe ze moeten omgaan met iemand met een beperking”, zegt Rutjes verder. “Die onwetendheid schrikt af om ze op te nemen in een gewone jeugdbeweging.”

    Nochtans vergt dat niet altijd veel aanpassingen. “Eens mensen de stap hebben gezet en er ervaring mee hebben, staan ze er veel makkelijker voor open.” Hoeveel kinderen met een beperking in een gewone jeugdbeweging zitten, is niet bekend. Ook daar zijn geen -recente- cijfers over.

    (Kans)armoede

    Een jeugdbeweging blijft volgens het Netwerk Tegen Armoede vaak te duur voor kinderen en jongeren die het thuis minder breed hebben. “Er gebeuren lokaal wel waardevolle initiatieven, maar die blijven vaak vrijblijvend en afhankelijk van lokale geëngageerde jongeren”, zegt Peter Heirman van het Netwerk Tegen Armoede. “Een algemeen beleid rond kwetsbare kinderen en jongeren is er niet of heeft niet genoeg invloed.” Al zijn de jeugdbewegingen er zich volgens de organisatie wel bewust van dat er meer moet gebeuren.

    Er gebeuren lokaal wel waardevolle initiatieven, maar die blijven vaak vrijblijvend en afhankelijk van lokale geëngageerde jongeren

    Peter Heirman, Netwerk Tegen Armoede

    Wat volgens Netwerk bijvoorbeeld zou kunnen helpen is een duidelijk overzicht van alle kosten en mogelijke kortingen of tweedehandssystemen. “Niet alleen het inschrijvingsgeld, maar ook de uniformen en kampen zijn een drempel”, zegt Heirman verder. “De cultuur en structuur zijn niet altijd duidelijk. Er is ook vaak een mobiliteitsprobleem. Mensen in armoede hebben een beperkt netwerk waardoor ze misschien niemand hebben om samen mee naar de jeugdbeweging te gaan.”

    Bovendien moet er volgens het Netwerk Tegen Armoede ook voldoende aandacht zijn voor de ouders van deze kwetsbare kinderen en jongeren. “Zorg voor hun betrokkenheid zodat ze mee kunnen ondersteunen en ondersteund worden”, klinkt het. “Als jongeren wegblijven, stuur ze een sms’je om te vragen waarom. Plan eventueel huisbezoeken bij kwetsbare gezinnen en zoek samen naar oplossingen. Werk eventueel met een peter- of meterschap. Zowel voor de kinderen als bij de ouders.”

    Kinderen met een andere culturele achtergrond

    Ook jongeren met een andere culturele achtergrond zijn voor jeugdbewegingen niet altijd gemakkelijk om te bereiken, maar dat moet volgens het Platform Allochtone Jeugdwerking (PAJ) wel in het juiste perspectief geplaatst worden. “De jeugdbewegingen bereiken ook weinig jongeren uit het beroepsonderwijs om een ander voorbeeld te geven”, zegt Najim Einauan van PAJ. “Bovendien zijn de meeste Vlaamse jongeren, ongeacht hun culturele achtergrond, géén lid van een jeugdbeweging.”

    Als jeugdbewegingen diverser willen worden moeten ze volgens Einauan hun eigen werking in vraag durven stellen. “Wie wil inzetten op diversiteit kan niet enkel het ledenbestand diversifiëren”, zegt hij. “Die verruiming moet ook van toepassing zijn op de leiding, het aanbod en de hele werking. De vraag is dan of men daarvoor de nodige ervaring en deskundigheid in huis heeft.”

    Bij PAJ zien ze het wel positief evolueren. “Er wordt al meer en meer op ons een beroep gedaan om expertise te delen en samen te werken”, zegt Einauan. “We merken dat het thema echt wel leeft binnen het jeugdwerk. Dat Youssra Tahiri (red. Chiroleidster met een hoofddoek, foto onder) verkozen is tot een van de voorzitters van Chirojeugd Vlaanderen is een prachtig signaal.” Al benadrukt Einauan dat er nog veel werk aan de winkel is.

    (lees verder onder de foto)

    Wat doen de jeugdbewegingen zelf?

    Alle Vlaamse jeugdbewegingen zetten tegenwoordig diversiteit hoog op de agenda. De lokale groepen zijn niet altijd mee, maar worden door de nationale leiding wel aangepord om aandacht te hebben voor diversiteit in de brede zin. “We ondersteunen onze groepen om zoveel mogelijk drempels weg te nemen”, zegt Niels De Ceulaer van Chirojeugd Vlaanderen. “We vragen onze groepen om een afspiegeling te zijn van hun buurt en zo inclusief mogelijk te zijn.”

    We vragen onze groepen om een afspiegeling te zijn van hun buurt

    Niels De Ceulaer, Chirojeugd Vlaanderen

    De Chiro heeft sinds kort een diversiteitsmedewerker aangenomen die een diversiteitsplan moet opstellen, maar dat houdt de jeugdbeweging niet tegen om nu al voluit voor diversiteit te gaan. “We proberen in onze beeldvorming zo divers mogelijk te zijn”, zegt De Ceulaer daarover. “We communiceren ook zo genderneutraal mogelijk. Bij vacatures zoeken we bijvoorbeeld naar M/V/X. Wie je ook bent of wat je achtergrond ook is, iedereen moet bij de Chiro zichzelf kunnen zijn.”

    (lees verder onder de foto)

    Koen Broos.BE

    Bij Scouts & Gidsen Vlaanderen wordt op vier manieren aan diversiteit gewerkt. “We werken met inclusie, categoriaal per doelgroep (red. zoals bijvoorbeeld Akabe) en hebben daarnaast onze klassieke en experimentele werking”, legt Jan Van Reusel van Scouts en Gidsen Vlaanderen uit. Bij inclusie moet de groep een afspiegeling zijn van de buurt. De categoriale werking richt zich op verschillende doelgroepen. “Dat is nooit exclusief”, benadrukt Van Reusel. “Er is uitwisseling en samenspel met andere doelgroepen."

    Scouts zijn verkenners, we verkennen nieuwe paden.

    Jan Van Reusel, Scouts en Gidsen Vlaanderen

    De klassieke werking is dan weer de meer bekende vorm van scouting: een vaste groep met een vast lokaal die op vast momenten samenkomen. “Doordat die klassieke werking op zich soms een drempel is voor bepaalde doelgroepen, experimenteren we ook met andere vormen van scouting”, zegt Van Reusel. “Een scoutsgroep kan bijvoorbeeld gaan spelen in een wijk waar geen reguliere scoutswerking is om zo andere kinderen te bereiken.” Die experimenten zijn volgens Scouts & Gidsen Vlaanderen nodig om als beweging in beweging te blijven. “Scouts zijn verkenners, we verkennen nieuwe paden.”

    Voorts proberen ze financieel kwetsbare gezinnen tegemoet te komen door onder meer de kosten te drukken met "fonds op maat". "Het lidgeld wordt zo met 2/3 verminderd en daalt tot 10 euro per jaar", zegt Van Reusel.

    Diverse groepen kunnen hun expertise delen met groepen voor wie het wel nieuw is

    Brecht Goerlandt, KSA

    Ook de KSA zet in op diversiteit. “We houden wel rekening met de draagkracht van een groep”, zegt Brecht Goerlandt van de KSA. “Onze groepen zelf zijn vaak experts op het gebied van diversiteit. Er zijn bijvoorbeeld groepen waar al zo lang mensen met een beperking komen, dat dit voor hen de normaalste zaak van de wereld is. Die groepen kunnen dan die expertise delen met groepen voor wie dat wel nieuw is.”

    Dit jaar is in Gent bijvoorbeeld een proefproject gestart waarbij flyers in het Turks, Frans en Engels moeten helpen om jongeren met een andere culturele achtergrond bij de KSA te krijgen. “De kinderen krijgen we vaak wel mee, maar de ouders hebben meestal nood aan extra uitleg over onze werking”, legt Goerlandt uit. “Veel anderstalige ouders kennen het concept jeugdbeweging niet.” Het project is zo’n succes dat de KSA dit volgend jaar in heel het land wil uitrollen.

    (lees verder onder de afbeelding)

    De KLJ werkt sinds enkele jaren met een label “KLJ voor iedereen” (zie afbeelding boven). Iedere groep die een bepaalde nieuwe doelgroep bereikt kan zo’n label krijgen. “Momenteel heeft de helft van onze groepen dat diversiteitslabel behaald”, zegt Isaak Dieleman van de KLJ. “We werken hard aan een inclusieve werking om toegankelijk te zijn voor alle kinderen.”

    We werken hard aan een inclusieve werking om toegankelijk te zijn voor alle kinderen

    Isaak Dieleman, KLJ

    Volgens Dieleman vertrekt de KLJ altijd vanuit een zekere visie, maar wil dat niet zeggen dat ze niet flexibel zijn. “We kunnen bijvoorbeeld onze activiteiten zo aanpassen dat kinderen met een bepaalde beperking toch kunnen deelnemen. Op kamp kan bijvoorbeeld halal-eten aangeboden worden om ook kinderen met een andere achtergrond te bereiken”, zegt Dieleman nog.

    Jongerenpastoraal Vlaanderen (IJD) is een expliciet katholieke jeugdbeweging. “We hebben echt aandacht om een zo’n divers mogelijk publiek aan te spreken”, legt Annelien Boone van IJD uit. “We proberen zoveel mogelijk drempels te verlagen. Vooral op lokaal niveau doen we dat, daar kennen ze de lokale jeugd ook het beste.”

    We proberen zoveel mogelijk drempels te verlagen

    Annelien Boone, IJD

    Door hun expliciet katholiek karakter trekken ze natuurlijk vooral katholieke en zoekende jongeren aan. “Onze zomerkampen bijvoorbeeld staan ook open voor kinderen met een andere origine”, legt Boone uit. “Ook katholieke jongeren kunnen hier van elders terechtkomen.” Boone benadrukt dat ze hun best doen om de activiteiten ook financieel zo laagdrempelig mogelijk te maken.

    De FOS Open Scouting voert in vergelijking met de meeste andere jeugdbewegingen een ietwat ander diversiteitsbeleid. “Inclusie is een mooi ideaal, maar niet alle jongeren moeten of willen in een en dezelfde jeugdbeweging zitten”, zegt Femke Decoster van de FOS. “We willen vooral streven naar een vrijetijdsbesteding op maat van de kinderen en jongeren zelf. We pleiten niet voor segregatie, maar wel voor ontmoetingen en dialoog met andere verenigingen die een doelgroepspecifieke werking hebben.”

    Niet alle jongeren willen of moeten in een en dezelfde jeugdbeweging zitten

    Femke Decoster, FOS Open Scouting

    Zo wordt op regelmatige basis samengespeeld met verenigingen die bijvoorbeeld specifiek werken met kinderen in kansarmoede of met een bepaalde beperking. “Onlangs was er een project met de Circusplaneet. Onze jongeren hebben de leden van Circusplaneet typische scoutsspelletjes geleerd. Zij hebben van hen dan weer circustrucs aangeleerd.”

    (lees verder onder de afbeelding)

    De diversiteit binnen de FOS wordt spelenderwijs gemeten met een kwartetspel voor leiding (foto boven). Zo krijgen de groepen zicht op welke drempels er zijn om bepaalde kinderen te bereiken. Sinds de lancering ervan twee jaar geleden heeft zowat de helft van de FOS-groepen het kwartet gespeeld. Verschillende groepen hebben daarop een specifiek project gestart om hun drempels voor maatschappelijk kwetsbare kinderen te verlagen.