Meest recent

    Wim BEDDEGENOODTS

    Nieuwe geneesmiddelen helpen hepatitis C uitroeien bij hemofiliepatiënten

    Met een nieuwe generatie geneesmiddelen kan hepatitis C uitgeroeid worden bij zo goed als alle patiënten met hemofilie. Dat blijkt uit de resultaten van behandelingen van 100 patiënten in het UZ Leuven en 70 patiënten in het UCL. Dat zet de deur open naar een volledige uitroeiing van de ziekte, denken professoren.

    Hepatitis is een leverontsteking die veroorzaakt wordt door een virus. Afhankelijk van het soort virus wordt hepatitis opgedeeld in hepatitis A, B, C, D, ...  In sommige gevallen geeft hepatitis geelzucht.

    Hepatitis C komt in ons land vooral voor bij bepaalde risicogroepen, zoals patiënten die leiden aan de erfelijke aandoening hemofilie. Deze patiënten kregen voor 1989 massaal de ziekte via geïnfecteerde bloedproducten, wat ertoe leidde dat 90 procent van hen besmet raakte. Hemofilie is een ziekte die tot gevolg heeft dat het bloed moeilijk stolt.  

    Bij 60 tot 85 procent van de hepatitis C-patiënten, leidt de ziekte tot chronische leveraandoeningen zoals fibrose en in een verder stadium cirrose en leverkanker. Het kan tientallen jaren duren vooraleer die aandoeningen zich ontwikkelen.

    "Met de nieuwe generatie geneesmiddelen voor hepatitis C halen we een genezingsgraad van meer dan 95 procent", zegt  prof.  dr. Frederik Nevens van het UZ Leuven. "We kunnen dan ook concluderen dat de ziekte in de dagelijkse praktijk geneesbaar is geworden en wat nog belangrijker is: dat hepatitis C zelf vandaag al uitgeroeid kan worden in bepaalde risicogroepen. Dat opent de deur voor de behandeling van alle hepatitis C-patiënten en kan het begin van het einde betekenen voor deze virale aandoening", zegt Nevens.

    In tegenstelling tot vroegere behandelingen werkt de nieuwe medicatie zeer snel en heeft ze geen bijwerkingen. Sinds 1 januari wordt de behandeling van hepatitis C terugbetaald voor onder meer hemofiliepatiënten. Het is om die reden dat de behandeling van de patiënten werd opgestart.

    Nevens en zijn collega van UCL, Yves Horsmans, hameren nog op meer sensibilisering over de ziekte, aangezien veel patiënten zich er niet van bewust zijn dat ze besmet zijn. Daarbij kunnen huisartsen een grote rol spelen.