Meest recent

    China steekt met ecologische inhaalbeweging Europa en VS voorbij

    Een merkwaardig fenomeen gisteren bij de start van het negentiende partijcongres. Het regende, en de lucht was vuil. Dat is uitzonderlijk, want gewoonlijk zorgen de autoriteiten in Peking ervoor dat de hemel staalblauw is bij belangrijke politieke gebeurtenissen (ze hebben daar beproefde antiwolkentechnieken voor) en vooral, zonder vervuiling (door de industriële uitstoot en het autoverkeer te beperken in de dagen vóór een congres of parlementszitting). Waarom het dit keer niet gebeurde, daar hebben we het raden naar. 

    Ecologie en de noodzaak van een duurzame energietoekomst waren thema’s die nochtans ruimschoots aan bod kwamen in de speech van partijleider Xi Jinping. “We zullen onze campagne voortzetten om luchtvervuiling te voorkomen en te controleren en onze hemel weer blauw te maken,” zo klonk het. Zo’n zinnetje komt misschien hol over als het wordt gedebiteerd door een toppoliticus, maar hier in China moeten ze eigenlijk al niet meer bewijzen dat ze het menen. De voorbije jaren is de strijd voor schonere lucht en duurzaamheid op veel vlakken gevoerd, en met succes.

    Dat hoeft natuurlijk niet te verwonderen. Het is al veel te lang heel erg gesteld met die lucht. Toen ik hier in Peking woonde als VRT-correspondent, reed ik op de fiets nooit rond zonder mondmaskertje. Een app op de smartphone geeft de luchtkwaliteit aan, en vaker wel dan niet bereikt die waarden die in het oranje, rood of zelfs paars gaan. Groene dagen zijn bij wijze van spreken op twee handen te tellen. De fijnstofuitstoot van wagens, verwarmings- en elektriciteitscentrales en de industrie zorgt ervoor dat de meeste Chinese steden een groot deel van het jaar gehuld zijn in een dikke, smerige smog. 

    Geen gedoe met ontevreden burgers

    Tot niet zo heel lang geleden leek dat een moeilijk oplosbaar probleem. Want er zijn nu eenmaal fabrieken nodig voor de economie, en daarvoor moet ook elektriciteit worden geproduceerd. Zo werd het toch lange tijd geopperd in het officiële discours van de Chinese leiders, die zeiden dat ze eerst voor welvaart moesten zorgen, om zich daarna pas te buigen over de ecologische problemen. Maar de omslag is er toch gekomen in de hoofden van de Chinese politici. Een jaar of vier geleden verklaarde premier Li Keqiang al ‘de oorlog aan de pollutie’, straffe woorden voor iemand van het establishment in Peking. 

    En dat heeft veel te maken met het ongenoegen dat onder de bevolking groeide over de dramatische milieuproblemen. Terwijl de smog aanvankelijk werd weggemoffeld als ‘mistig weer’, groeide het besef bij de Chinezen dat de grijze lucht echt gevaarlijk is voor de gezondheid. Periodes dat de vervuiling in Peking zowat 15 keer de alarmdrempel van België bereikte deden ook de – door de staat gecontroleerde – Chinese media steigeren. En dat alles is niet goed voor de gemoedsrust van de Chinese leiders, die voor alles bezig zijn met het streven naar ‘harmonie’, een Confuciaans begrip dat in de 21e eeuw vrij vertaald kan worden als ‘sociale rust’. Of: geen gedoe met ontevreden burgers.

    Uitgestrekte windmolenparken en zonneboerderijen

    Intussen zijn de Chinezen ‘goed bezig’ als het gaat om het streven naar een duurzame samenleving. Toch zeker voor de productie van hun elektriciteit. Die werd tot voor enkele jaren vrijwel uitsluitend geleverd door steenkool, een autochtone energiebron die goedkoop is omdat ze niet moet worden geïmporteerd. Meer dan zestig procent van de stroom in China wordt erdoor opgewekt. Maar laat steenkool nu precies een van de grote luchtvervuilers zijn. 

    Daarom doen de autoriteiten er de laatste tijd alles aan om die energiebron geleidelijk uit te faseren, en te vervangen door wind- en zonne-energie. Spectaculair uitgestrekte windmolenparken had ik eerder al bezocht in China, maar wat ik op deze reis leerde over de Chinese zonne-energie, dat deed mij helemaal duizelen. 

    De ‘zonneboerderij’ van Yangjiang telt niet minder dan 190.000 zonnepanelen. Door het energiepark rijden doe je per wagen, anders heb je als immer gehaaste journalist niet de tijd om veel te zien. In het controlecentrum staan de lichtjes al indrukwekkend te flikkeren bij de verschillende secties. Alles wat groen is, is oké en in functie, rood betekent dat er een probleem kan zijn. Groen overheerst, de herfstzon schijnt gul hier in het zuiden van het land. Het vermogen van dit energiepark is 50 megawatt, een flink deel van de gezinnen en bedrijven in de omgeving krijgt zijn elektriciteit van hier. Nog eens evenveel extra zonnepanelen staan in de steigers en zullen binnenkort hun energie aan het net kunnen leveren.

    Dit project staat niet alleen. Over heel China worden er zonnepanelen geplaatst. In de provincie Anhui werd zelfs een energiepark op het water gebouwd, bovenop een oude, ondergelopen openmijnsite. Van symboliek gesproken. De cijfers over de totale zonne-energieproductie zijn ook imposant. China haalt nu meer dan 110 gigawatt stroom uit zonnepanelen. Dat is meer dan het streefdoel voor 2020. De Verenigde Staten – nochtans ook een koploper op het vlak van durable energy – hebben een capaciteit van zowat 45 GW. Alleen al in de maand juli van dit jaar bouwden de Chinezen ruim 10 GW extra capaciteit aan zonne-energie.  

    Stroper en boswachter

    Terwijl het Amerika van Donald Trump zich in bochten wringt om onder de klimaatafspraken van Parijs uit te komen, bevestigt Peking zijn engagementen en doet er nog flink wat scheppen bovenop. Natuurlijk moeten de Chinezen een stevige inhaalbeweging maken na jaren van hovaardig milieunegationisme, maar als ze op deze weg voortgaan, dan zullen ze de westerse landen ver achter zich laten inzake de productie van duurzame energie. Nu al heeft China de VS en Europa voorbijgestoken, en er liggen nog ontelbare nieuwe projecten in de schuif, die zelfs de meest veeleisende groene jongens en meisjes enthousiast moeten maken.

    Het is het verhaal van de stroper en de boswachter. Terwijl China jarenlang de boosdoener was, en op de klimaatconferentie van Kopenhagen in 2009 nog – samen met de VS – dwars lag als het ging over het vastleggen van milieudoelstellingen, dan waren ze in Parijs al voortrekkers van een verregaande waaier aan afspraken. Dat is natuurlijk theorie, dat is onderhandelingstafelpraat. Maar in het zonnepanelenpark van Yangjiang kon ik de verandering met eigen ogen vaststellen. Met half dichtgeknepen ogen, van de zon. Het gaat echt in de goede richting. Al moet er nog een lange weg worden afgelegd om van China echt een schoon en duurzaam land te maken, de ommezwaai is definitief ingezet. Op het vlak van ecologisch bewustzijn is de evolutie in China echt hoopvol te noemen.