Meest recent

    (c) Jörgen Caris / Hollandse Hoogte

    Mijn middag met Wolkers en Claus

    Vandaag is het precies 10 jaar geleden dat Jan Wolkers overleed. De gevierde Nederlandse schrijver maakte diepe indruk op iedereen die hem ontmoette. Ook op Sabine Vandeputte, die hem als piepjonge radioreporter volkomen onverwachts voor de microfoon kreeg.

    Avontuur

    Het was eind jaren 80. Ik was pas in dienst bij Radio 2 Omroep West-Vlaanderen en het leven strekte zich weids voor me uit. Elke dag bood zich een nieuw avontuur aan: vandaag interviewde ik voor het eerst een minister, morgen Sinterklaas.

    Op een middag kreeg ik een bijzondere opdracht toegeworpen. ’s Anderendaags zouden we in Knokke Hugo Claus kunnen interviewen. Bij omroep West-Vlaanderen bleven ze hem tot het bittere einde als West-Vlaming beschouwen, één van de vele redenen waarom het leuk was om daar te werken. Hugo Claus! Ik kon het nauwelijks geloven. Ook toen al gold Claus als absolute grootheid, onaantastbaar en onbenaderbaar. Ik kende hem alleen van mijn studie Nederlands en enkele opmerkelijke passages in de media. Was ik wel voldoende beslagen om hem een vraag te stellen? Natuurlijk niet. Maar mijn toenmalige chef stelde me gerust: het was helemaal niet zeker of het zou lukken, maar we konden het erop wagen.

    "Boudoir"

    De dag erop was koud en mistig. Ik diende me in m’n mooiste kleertjes trillend aan op het afgesproken adres: een restaurantje in de buurt van het casino in Knokke. Ik herinner me een donkere plek met veel rood fluweel. Het restaurant was leeg op één rokerige tafel na. Daaraan zaten vier grootheden: Hugo Claus, Jan Wolkers, Remco Campert en Herman de Coninck. Op het witte tafellaken stond een zee van glazen en lege flessen wijn. De heren waren bijeen om de publicatie te vieren van 4 cd’s met gedichten van hen. Maar tot m’n verbazing waren er geen andere persmensen: die waren al weg of nooit uitgenodigd, dat is me nooit helemaal duidelijk geworden.

    De organisator nam me haastig apart. Ik moest wat geduld oefenen, de schrijvers waren nog aan het natafelen. Straks ging hij eens proberen of Claus in was voor een gesprekje met mij. In afwachting kreeg ik een koffie aan een ander tafeltje, wat me natuurlijk nog nerveuzer maakte dan ik al was. Toen ik de moed al opgegeven had, werd ik plots aan de grote tafel geroepen en uitvoerig gemonsterd. Claus wilde wel iets zeggen in een aanpalend kamertje, het “boudoir” zoals hij het noemde. 

    Bieslook

    Gelukkig deden mijn vragen er eigenlijk niet toe. Claus kletste erop los en zowat alles wat hij zei was de moeite waard. Dronken van emoties kwam ik uit het boudoir, gelukkig nog genoeg bij zinnen om ook de andere schrijvers voorzichtig te benaderen. Met succes: één voor één verdwenen ze met mij in het kamertje. Remco Campert, de enige die vandaag nog leeft, gaf me een kushandje. Zoiets vergeet je nooit. De Coninck gedroeg zich als de dichter die hij ten diepste was. En Wolkers was onstuitbaar. Geholpen door de vele flessen wijn ratelde hij erop los.

    Ik herinner me eindeloze, meanderende zinnen barstensvol sprankelende woorden en unieke observaties. Allemaal langzaam uitgesproken met die onnavolgbare, lijzige stem van hem. Ik moest alleen zwijgend de microfoon vasthouden. De woorden “cadmiumrood” en “citroengeel” staan me nog altijd bij. Ook maande hij me aan om boven een zachtgekookt eitje wat bieslook fijn te snipperen, een advies dat ik nog altijd ter harte neem.

    Relikwie

    Toen ik aan het eind van de middag beduusd weer buiten stond, werd het al donker. Geen nood: dit was de zalige tijd voor er mobiele telefoons of laptops bestonden. Ik had de hele avond om de opnamebandjes in alle rust te beluisteren en daarmee een radiostukje te componeren van pakweg 4 minuten dat de dag daarop uitgezonden zou worden. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het nooit teruggevonden wordt. Maar de originele bandjes heb ik wel bewaard. Ik durfde ze niet te hergebruiken, ik zag ze als relikwie. Ik heb ze later wel nooit meer durven beluisteren. Ze verdwenen ergens diep op zolder, samen met een massa andere herinneringen uit de tijd toen alles nog kon.