Meest recent

    Mijn buurjongen, de Vampier van Muizen

    Louis van Dievel leefde en speelde als kind in dezelfde straten als Staf Van Eyken, de Vampier van Muizen, die geïnterviewd werd in onze Pano over levenslang veroordeelden. Van Dievel schreef over die dramatische gebeurtenissen een roman "De Pruimelaarstraat". Nu kijkt hij naar de Pano en dat roept herinneringen en emoties op.  

    opinie
    Louis van Dievel
    Louis Van Dievel is journalist en romanschrijver. Hij verdiepte zich in het verhaal van de Vampier van Muizen en schreef er de roman over "De Pruimelaarstraat", over de buurt waar Van Dievel en de moordenaar Staf Van Eycken toen woonden.

    Ik heb iets met Staf Van Eyken. We waren buurjongens in Bonheiden. We zaten samen bij de Chiro van de Putse Steenweg. Hij was een wat teruggetrokken jongen, helemaal geen haantje de voorste, laat staan een stoere knaap, meer een bleiter.

    Als mijn ouders onder elkaar of met de buren over Staf spraken, schakelden ze over op fluistertoon zodra wij kinderen in de buurt kwamen. Staf was te beklagen, daarover was iedereen het eens.

    Zijn vader liet vrouw en kinderen in de steek, nam dienst bij het vreemdelingenlegioen en maakte in Algerije een eind aan zijn leven.

    Zijn moeder hertrouwt met Pierre, een bruut met losse handen. Het klikt niet tussen Staf en zijn stiefvader. Meer dan eens horen we hem van in onze hof (die min of meer aan de hof van de Van Eykens grensde) huilen van pijn en ellende als hij weer eens door Pierre wordt afgeranseld. Met de broeksriem. “Nee, vake, niet doen!”

     Staf was te beklagen, daarover was iedereen het eens.

    Zijn moeder krijgt multiple sclerose. Het stiefzusje Kristel, dat uit het tweede huwelijk geboren is, wordt noodgedwongen ondergebracht bij de buren, zelf al bejaarde mensen. Ze sterven door koolstofmonoxidevergiftiging, de stille doder. Zijn moeder sterft in de gespecialiseerde kliniek van Vilvoorde.

    Ik breng dit niet te berde om de gruwelijke misdaden van Staf Van Eyken te verschonen. Maar als we ervan uitgaan dat iemands prille jeugd mede bepalend is voor zijn latere ontwikkeling, dan heeft Staf zijn portie pech wel gehad.

    Aanranding van de eerbaarheid

    Ineens verdween Staf Van Eyken uit de Pruimelaarstraat. Hij was door de jeugdrechter in een verbeteringsgesticht geplaatst, zoals dat toen nog heette. Voor aanranding van de eerbaarheid van een meisje van elf. Staf was toen veertien.

    Ik ontmoette vele jaren later een van zijn kompanen van toen, die me toevertrouwde dat niet Staf maar hijzelf de hoofdrol had gespeeld in de aanranding.

    “Maar ja,” zei de kompaan, “ik ging mijzelf natuurlijk niet aangeven.” Zijn hoogbejaarde vader die erbij zat, knikte instemmend. “Ha ja, natuurlijk niet.”

    Ze zaten ernaast. Iedereen zat ernaast. De hele straat. De hele wijk.

    Hoe dan ook, Staf gaat van instelling naar instelling en van daaruit naar het leger. En na zijn legerdienst verschijnt hij opnieuw in de Pruimelaarstraat en trekt in bij zijn stiefvader. Alsof er nooit iets gebeurd was. Hij vond werk bij de spoorwegen, sjotte in een caféploeg, kreeg verkering, had zelfs trouwplannen.

    Hij sprak op de letter, zoals ze in Mechelen zeggen. Hij droeg zijn haar modieus lang. Ik hoor het mijn ouders nog tegen elkaar zeggen: “Dat is de eerste keer dat we weten dat er iemand als een betere mens uit een instelling komt.”

    Ze zaten ernaast. Iedereen zat ernaast. De hele straat. De hele wijk. In maart van 1972 pleegt Staf Van Eyken zijn derde en laatste moord.

    Angstpsychose

    Het lijk van Lut Van der Wilt wordt de volgende ochtend gevonden door mijn oom en naamgenoot Louis Van Dievel. Nog diezelfde dag wordt Staf Van Eyken, een beetje door toeval en geluk, ontmaskerd als de gevreesde vrouwenmoordenaar en verkrachter die de streek van Mechelen twee jaar lang in een angstpsychose had gedompeld.

    Toen ik in 2006 mijn roman “De Pruimelaarstraat” schreef – over Staf Van Eyken en de straat waarin hij opgroeide - besefte ik niet dat ik slapende honden wakker zou maken. Tot mijn niet geringe verbazing bleek de herinnering aan de Vampier van Muizen nog springlevend, ook al waren de moorden intussen meer dan dertig jaar oud.

     Staf is op een bepaalde manier gelukkig, zei hij in de reportage. Het zal hem niet in dank worden afgenomen.

    Iedereen die het boek kocht en door mij liet signeren, herinnerde zich nog precies – als de dag van gisteren – wat hij of zij aan het doen was op die zondagochtend in maart 1972. De dag dat de Vampier van Muizen een naam en een gezicht kreeg, de naam en het gezicht van Staf Van Eyken, Stafke uit de Pruimelaarstraat.

    Ik ben ervan overtuigd dat half Mechelen en Bonheiden en Muizen naar de uitzending van Pano heeft gekeken. Staf is op een bepaalde manier gelukkig, zei hij in de reportage. Het zal hem daar niet in dank worden afgenomen.

    --

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.