Meest recent

    COPYRIGHT 2008 ERIK VAN 'T WOUD

    Psychologen ontwikkelen behandeling voor kinderen met traumatische beginjaren

    Psychologen van de KU Leuven hebben een nieuw behandelmodel ontwikkeld voor kinderen met traumatische eerste levensjaren. De kinderen wordt hierbij aangeleerd hoe ze geleidelijk opnieuw meer controle kunnen verwerven over hun gedrag.

    Professor Nicole Vliegen en onderzoekster Eileen Tang van de onderzoeksgroep Klinische Psychologie aan de KU Leuven hebben een nieuw behandelmodel ontwikkeld voor kinderen met traumatische eerste levensjaren. De kinderen wordt aangeleerd hoe ze geleidelijk opnieuw meer controle kunnen verwerven over hun gedrag. De ouders en andere personen uit hun omgeving krijgen aanwijzingen hoe ze moeten reageren.

    Kinderen die tijdens hun eerste levensjaren niet de nodige warmte en geborgenheid kregen, verwaarloosd werden of het slachtoffer werden van agressief gedrag, dragen die psychologische kwetsuren voor de rest van hun leven mee. Ze komen dikwijls in pleeg- of adoptiegezinnen terecht waar hun nieuwe ouders alles uit de kast halen om hen een zo goed en stabiel mogelijke thuis te bieden. Maar die ouders krijgen het echter vaak hard te verduren.

    Vier ontwikkelingsdomeinen

    In het nieuwe behandelmodel wordt vertrokken van een analyse van het kind op vier cruciale ontwikkelingsdomeinen. Namelijk de capaciteit om emoties te reguleren, om warme en betrokken relaties aan te gaan en te behouden, om te denken en te vertellen over de innerlijke wereld van gedachten en gevoelens en tot slot de identiteit van het kind.
         
    Het kind wordt spelenderwijs aangeleerd hoe het kan herkennen waar bijvoorbeeld een onverwachte woede-uitbarsting vandaan komt, om zo meer controle te verwerven over zijn gedrag. Bedoeling is het kind hierbij ook andere manieren te laten oefenen om in relatie te treden met anderen.
    Ouders en de brede omgeving wordt geleerd hoe ze een quasi-therapeutische context kunnen creëren door zich eerst en vooral voortdurend de vraag te stellen waarom een kind iets doet en wat men daar zelf aan kan doen. Belangrijk is bijvoorbeeld het kind bij een crisis eerst tot rust te laten komen en pas daarna te bespreken wat er misliep.