Meest recent

    SCIENCE PHOTO LIBRARY

    Sophie, het eerste Belgische donorkind dat familie vindt via DNA-databank: "Bizar maar hoopgevend"

    Sophie Raeymakers is als kind van een donorvader als eerste Belgische ooit via een DNA-databank in contact gekomen met een halfzus in Nederland. Ze wilde via die weg eigenlijk in contact komen met haar biologische vader, maar deze onverwachte ontdekking geeft haar veel hoop dat ze ook hem op het spoor zal komen, zo vertelt ze aan onze redactie.

    Sophie is deel van een drieling: haar broer en zus hebben dezelfde moeder als zij, maar een andere donorvader. “Dat ik als enige een andere vader heb, weet ik sinds een jaar. Daarom heb ik ruim een halfjaar geleden mijn DNA opgestuurd naar een Amerikaanse databank, die alle gegevens wereldwijd checkt op familiebanden”, legt ze uit.

    “Ongeveer twee weken geleden kreeg ik een mail die mijn leven op zijn kop heeft gezet. Daarin stond zwart op wit dat mijn DNA gelijkenissen vertoonde met dat van een andere vrouw, die mijn halfzus bleek te zijn. Ook zij had haar gegevens geregistreerd bij die databank, in de hoop om haar vader te vinden. Maar we vonden dus elkaar. Met haar heb ik genetisch zelfs iets meer gemeen, dan met mijn eigen broer en zus. (stil) Ik was enorm geschrokken, en ook een beetje emotioneel. Want ik zat er niet op te wachten om andere familie dan mijn donorvader terug te vinden, al besefte ik wel dat die kans bestond.”

    Gesprek én foto

    Via de databank kon Sophie contact opnemen met haar halfzus in Nederland. “Als er een DNA-match wordt gevonden, dan geeft het systeem geen persoonlijke informatie vrij over die andere persoon. De betrokkenen krijgen enkel een mail met de droge mededeling. Via het anonieme mailadres op haar profiel, heb ik contact opgenomen. Die paar uren dat ze mij heeft laten wachten op antwoord, waren meer dan spannend. Want haar spreekwoordelijke frank was na die bewuste mail nog niet direct gevallen.”

    Ons eerste telefoontje verliep aangenaam en sereen. Tegen iemand die je niet kent, ga je niet hysterisch doen.

    Maar haar halfzus -“die liever volledig anoniem blijft, wat ik respecteer”, aldus Sophie- beantwoordde haar mail. “Kort daarna hebben we met elkaar gebeld. Een uur lang hebben we elkaar verteld over ons leven, en over wie we zijn. Een eerste kennismaking als het ware. Dat was een aangenaam en rustig gesprek, absoluut niet hysterisch”, zegt ze. “Maar ik had me dan ook voorgenomen om zo normaal en kalm mogelijk te doen tegen iemand die ik niet ken.”

    “We hebben toen ook foto’s uitgewisseld, en fysiek lijken we sprekend op elkaar. Die ogen, die kin, die glimlach: we zijn twee druppels water. Dat was confronterend, en bizar. Zeker omdat ik fysiek niet lijk op mijn broer en zus.”

    Fysiek lijken mijn halfzus en ik sprekend op elkaar.

    “Zus wil halfzus ontmoeten”

    Ook voor Sophies broer en zus was de ontdekking van haar halfzus een emotioneel moment. “Ze hebben gelukkig wel goed gereageerd op het nieuws, en op ons eerste contact. Vooral mijn zus is enorm blij en enthousiast. Ze heeft net als ik het gevoel dat de zoektocht naar onze wortels, die al 15 jaar aan de gang is, nu eindelijk realiteit wordt en écht begonnen is. Voor mijn broer hoeft het allemaal dan weer niet. Hij gaat niet actief op zoek naar zijn vader."

    "Mijn zus wil mijn halfzus nu graag leren kennen, maar alles op zijn tijd. We respecteren allemaal het feit dat deze ontdekking bij iedereen veel emoties losmaakt. Dus ik wil eerst het contact met mijn halfzus zelf stukje bij beetje uitbouwen. We zijn van plan om elkaar op termijn te ontmoeten. Maar we pushen niets.”

    Hoop

    Dat haar verhaal voor veel lotgenoten op zoek naar een donorouder een hart onder de riem kan zijn, beseft Sophie heel goed. “Ik ben nu het eerste “succesverhaal” in België, als je dat zo kan noemen. Ook de hoop van mijn zus is opnieuw aangewakkerd. Ik heb altijd de verwachting gekoesterd om mijn vader te vinden, en nu zeker. De vraag is: wat daarna? Stel dat hij geen contact met mij wil, bijna 40 jaar na zijn anonieme donatie?”

    Donorkinderen die zich schamen voor hun afkomst, of hun zoektocht willen staken, kunnen uit mijn verhaal veel kracht halen.

    Over haar biologische vader weet Sophie niet veel. “Als ik alle losse eindjes samenleg, ben ik er zeker van dat hij eind jaren 70-begin jaren 80 als Nederlander studeerde aan de VUB en in die periode sperma gedoneerd heeft. Nu ik mijn halfzus heb gevonden, wordt ook de kans om mijn vader te vinden een stuk waarschijnlijker. Wat de toekomst betreft, zien we wel."

    “Dit is complexe materie, waar ik niet alleen in sta. Ook mijn entourage en familie zijn betrokken partij. Ik heb altijd het geluk gehad dat ik vrijuit en zonder schaamte ervoor kon uitkomen dat ik een donorkind ben. Een groot deel van de donorkinderen schaamt zich voor zijn afkomst, of krijgt te horen dat hun zoektocht hopeloos is. Als ze via mijn verhaal zien dat het wél mogelijk is om je roots terug te vinden, dan is dat toch fantastisch?”