Meest recent

    Een vermoedelijk beeld van Ptolemaeus III in het Neues Museum Berlin (Foto:  Miguel Hermoso Cuesta/Wikimedia Commons) Een vermoedelijk beeld van Ptolemaeus III in het Neues Museum Berlin (Foto: Miguel Hermoso Cuesta/Wikimedia Commons)

    Vulkaanuitbarstingen speelden laatste Egyptische dynastie lelijk parten

    Rond 245 voor Christus nam Ptolemaeus III, de toenmalige Egyptische heerser, een onbegrijpelijke beslissing die historici nog altijd bezighoudt: halverwege een succesvolle militaire campagne in het Midden-Oosten keerde hij plotseling terug naar huis. De beslissing had verstrekkende gevolgen voor de geschiedenis van het Midden-Oosten. Een nieuwe studie stelt nu dat grootschalige vulkaanuitbarstingen tot klimaatverandering leidden en de atmosfeer afkoelden. Dat had een invloed op de Nijl en leidde zo tot onrust en instabiliteit in het Egyptische rijk.

    Ptolemaeus III Euergetes was de derde koning van de Ptolemaeische Dynastie, de laatste dynastie van het oude Egypte die aan de macht kwam in 305 v.c, kort na de dood van Alexander de Grote, en rond 30 v.C. eindigde met de verovering van Egypte door de Romeinen en de dood van Cleopatra VII, de beruchte Cleopatra uit de geschiedenisboekjes. De Ptolemaeën regeerden over een koninkrijk dat zich uitstrekte over Egypte, delen van Noord-Afrika en delen van Voor-Azië, en dat onder het bewind van Ptolemaeus III het toppunt van zijn macht bereikte.  Dat was voor een groot deel te danken aan zijn oorlogen tegen zijn aartsvijanden, de Seleuciden, wiens rijk het huidige Irak en Syrië als centrum had,  en dat zelfs tot India reikte.   

    Tijdens een van die campagnes bereikte Ptolemaeus zelfs Babylon, maar in 245 v.C. maakte hij tijdens een succesvolle campagne ineens rechtsomkeer en keerde hij terug naar Alexandrië, een beslissing die volgens Joseph Manning "alles veranderde in verband met de geschiedenis van het Nabije-Oosten". Manning is een historicus aan de Yale University en een van de auteurs van de studie. 

    Manning en collega's van het Trinity College in Dublin zeggen nu dat ze de oorzaak van die vreemde beslissing hebben gevonden, namelijk vulkaanuitbarstingen. Dat kan op het eerste gezicht vreemd lijken, maar er is wel degelijk bewijs voor. Enorme uitbarstingen kunnen de normale loop van de Nijl verstoren door de atmosfeer af te koelen, zo blijkt uit hun studie, en in de Oudheid kan dat geleid hebben tot voedseltekorten en verhoogde spanningen in de regio.  De studie linkt de uitbarstingen niet alleen aan het abrupte einde aan de inval van Ptolemaeus III, maar ook aan een reeks van gewelddadige opstanden en andere  problemen waardoor Ptolemeaisch Egypte geplaagd werd.  

    Nebamun met zijn familie in een bootje op jacht naar watervogels in het riet langs de Nijl. Nebamun met zijn familie in een bootje op jacht naar watervogels in het riet langs de Nijl.

    Overstromingen

    De Nijl vormde het hart van het Ptolemaeische koninkrijk, zoals de rivier dat ook al duizenden jaren daarvoor was. De Egyptische boeren waren afhankelijk van de jaarlijkse overstromingen van de Nijl om hun graanvelden te bevloeien. Ze bouwden een systeem van dammen en kanalen om het water op te slaan en spaarzaam te gebruiken.

    "Als de overstromingen goed waren, was de Nijlvallei een van de meest productieve landbouwregio’s in de Antieke Wereld", zei Francis Ludlow, een klimaathistoricus aan het Trinity College in Dublin en medeauteur. "Maar de rivier was bijzonder wisselvallig." Als het waterniveau onvoldoende steeg om het land te bevloeien, leidde dat tot problemen, waaronder graantekorten en onrust. Het was al geweten uit historische bronnen op onder meer papyrusrollen en op stenen stèles, dat er tijdens het bewind van Ptolemaeus III een graantekort geweest is en dat er onlusten waren. Ptolemaeus zou zelfs op eigen kosten een grote hoeveelheid graan ingevoerd hebben, en kreeg onder meer daarvoor de naam "Euergetes", weldoener. 

    De reden voor het uitblijven van de overstromingen is te vinden in een band van moessonregens die door weerkundigen de intertropische convergentiezone (ITCZ) wordt genoemd. In de zomer schuift die band weg van de evenaar en creëert zo hevige neerslag in de stroombekkens die de Blauwe Nijl voeden, een belangrijke zijrivier van de Nijl.

    Maar bij vulkaanuitbarstingen komen er heel wat zwavelgassen vrij die de atmosfeer afkoelen, waardoor de moessonregens minder ver opschuiven. "Als dat gebeurt, valt er minder regen boven het huidige Ethiopië en blijven de overstromingen van de Nijl uit die zo belangrijk zijn voor de landbouw in Egypte", zei Ludlow.

    Een foto uit de 19e eeuw van een overstroming van de Nijl tot aan dadelpalmen. Een foto uit de 19e eeuw van een overstroming van de Nijl tot aan dadelpalmen.

    Hoe vaak?

    Om na te gaan hoe vaak grote uitbarstingen de overstromingen van de Nijl verminderden of zelfs compleet verhinderden, vergeleek het team gegevens uit ijslagen, die bewijzen van vulkaanuitbarstingen bewaren, en computersimulaties van de impact van hedendaagse vulkaanuitbarstingen op het klimaat, met de jaarlijkse opmetingen van het peil van de Nijl die teruggaan tot het jaar 622 n.C. 

    Ludlow, Manning en hun team stelden vast dat slechte overstromingsjaren keer op keer samenvielen met een recent gepubliceerde, wereldwijde tijdlijn van grote vulkaanuitbarstingen. Daaruit leidden ze af dat als vulkanen ontploffen, de Nijl de neiging heeft (al te) kalm te blijven. 

    Het team ging dan voort op zoek naar aanwijzingen of dat een impact gehad had op de Egyptische samenleving in de Ptolemaeische periode, een periode die rijk is aan papyrussen en andere geschreven bronnen, onder meer de drietalige Steen van Rosetta. En opnieuw klopten de tijdlijnen: vulkanische uitbarstingen bleken vooraf te gaan aan tal van grote politieke en economische gebeurtenissen in Egypte. Dat was het geval met de terugtocht van Ptolemaeus III uit Irak en Syrië in 245 v.C., net na een grote uitbarsting in 247 v.C., en met de Thebaanse opstand, een 20 jaar durende revolte van de Egyptenaren tegen hun Griekse overheersers.

    De onderzoekers gingen vervolgens na hoe groot de kans was dat dergelijke gebeurtenissen zo kort na uitbarstingen plaatsvonden, en ontdekten dat het "zeer onwaarschijnlijk was dat dat puur bij toeval zou gebeurd zijn, zo groot waren de overlappingen", zei Ludlow. 

    De wetenschappers benadrukken dat de vulkaanuitbarstingen niet op zichzelf verantwoordelijk zijn voor de onrust, maar wel olie op het vuur goten in tijden van bestaande economische, politieke en etnische spanningen.

    Voor historici is de ontdekking niet te onderschatten, zegt hoofdauteur Joseph Manning. "Dat is het mooie aan die klimaatgegevens. Voor het eerst kunnen we werkelijk een dynamische samenleving zien in het oude Egypte, en niet slechts een statische beschrijving van een hoop teksten in chronologische volgorde. Het is alsof we allemaal in een donkere kamer zaten en tegen meubelen aanliepen – en nu een kaars hebben aangestoken", zei hij.

    De meetpaal in de "Nilometer"  op het Rhoda-eiland in de Nijl in Caïro. De meetpaal in de "Nilometer" op het Rhoda-eiland in de Nijl in Caïro. Baldiri/Wikimedia Commons

    Implicaties voor nu

    De resultaten kunnen ook voor de huidige wereld belangrijke implicaties hebben. Ethiopië is momenteel een enorme dam op de Blauwe Nijl aan het bouwen, de Grand Ethiopian Renaissance Dam (GERD). De spanningen tussen Ethiopië en Egypte lopen nu al hoog op rond de verdeling van het water.

    Een plotse verandering van het klimaat, zoals die in het verleden door vulkaanuitbarstingen veroorzaakt werden, kan die spanningen snel op kookpunt brengen, zei Ludlow. "In de 21e eeuw hebben we de explosieve uitbarstingen die de moessonpatronen ernstig kunnen verstoren nog niet gezien, maar dat kan op elk ogenblik veranderen. Men moet met deze potentiële gebeurtenissen rekening houden bij het proberen te bereiken van een overeenkomst over de verdeling van het kostbare water van de Blauwe Nijl tussen Ethiopië, Soedan en Egypte."

    De studie van Ludlow en Manning en hun team is verschenen in "Nature Communications".