Meest recent

    Zal de nieuwe middenklasse in China voor verandering zorgen?

    Lange tijd gingen we er in het Westen vanuit dat China wel
    zou democratiseren als het land rijker werd. Maar 25 jaar na de start van de economische hervormingen lijkt de communistische partij steviger in het zadel te zitten dan ooit. Kunnen de burgers zelf voor verandering zorgen?  

    “In China is geen plaats voor democratie naar Westers model.” Het zijn de woorden die partijleider en president Xi Jinping uitsprak tijdens zijn beleidsverklaring bij de opening van het 5-jaarlijkse partijcongres. Wie 5 jaar geleden bij zijn aantreden verwachtte dat Xi voor meer politieke openheid zou zorgen is eraan voor de moeite. China gaat verder met “socialisme met Chinese karakteristieken voor een nieuw tijdperk”. Dat is propaganda jargon voor een centraal geleide markteconomie in een eenpartijstaat. Informatie wordt streng gecontroleerd en van een vrije pers en een vrij internet is geen sprake. De communistische partij is overal aanwezig: in scholen, boeddhistische kloosters en privébedrijven.

    Sinds de dood van prominent dissident en Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo lijkt ook de politieke oppositie in China – als die er al was – onthoofd. De zeldzame Chinezen die het woord dissident op hun voorhoofd hebben staan worden tijdens politiek gevoelige tijden zoals het Partijcongres “met vakantie” gestuurd. Als ze al niet achter de tralies zitten. Dat is ook het lot van tientallen mensenrechtenadvocaten die het de afgelopen jaren opnamen voor mensen die niet meeprofiteerden van het economisch mirakel in China. Mensen die uit hun huis werden gezet of die onrechtvaardig behandeld werden door het systeem. De advocaten verloren hun licentie en werden opgepakt. Kritische stemmen zoals kunstenaar Ai Weiwei of schrijver Liao Yiwu gingen in ballingschap in het buitenland.  

    Ideologische zuiveringen

    In Peking spreek ik met Wu Qiang die deze zomer in een trek 700 kilometer naar het noorden reed om afscheid te nemen van zijn stervende vriend Liu Xiaobo. Maar het ziekenhuis waar hij lag werd bewaakt door politieagenten en Wu slaagde er niet meer in om Liu te zien. “Ik ben drie dagen in de buurt van het ziekenhuis gebleven om na te denken, te schrijven en te rouwen” zegt hij me. “Liu was het laatste symbool van de Tiananmen opstand en de relatieve openheid van de late jaren ’80. Nu zitten we terug in de situatie van 40, 50 jaar geleden, tijdens het tijdperk van Mao.”  

    Wu Qiang is zelf een slachtoffer van de recente ideologische zuiveringen. Twee jaar geleden werd hij ontslagen als professor politieke wetenschappen aan de prestigieuze Tsinghua universiteit. Is er dan nog een democratische beweging in China? “Alvast niet zichtbaar of tastbaar”, zegt Wu. “Het enige wat er is zijn losse groepen gemotiveerde mensen, die zich inzetten voor een zaak van openbaar nut, zoals vrouwenrechten of het milieu.” Vooral die groene NGO’s kennen de laatste tijd succes. De exploderende lucht-, water- en bodemverontreiniging beroert de nieuwe middenklasse.  

    Warre Schelfhout

    Biologische groenten, kippen en varkens

    Dat de groene beweging de wind in de zeilen heeft, merk ik 50 kilometer ten noorden van Peking, op een van de eerste biologische coöperatieve boerderijen in China. Ik ontmoet er Shi Yan, die hier 5 jaar geleden de Shared Harvest Community Farm oprichtte. Samen met haar team teelt ze er tientallen soorten groenten, en ze hebben fruitbomen en kippen en varkens. De boerderij heeft intussen 600 leden. Bijna allemaal middenklasse gezinnen die bezorgd zijn om voedselveiligheid, na China’s talloze voedselschandalen.  

    “Het klopt dat de meeste Chinezen in eerste instantie bezorgd zijn om veilig voedsel”, zegt Shi Yan. Maar mensen beseffen hier dat zuiver voedsel alleen maar kan geproduceerd worden op niet vervuilde grond en met schoon grondwater.  En dus wordt milieubescherming een belangrijk thema.” Intussen zijn er al vele honderden van dit soort coöperatieve boerderijen in China. Ik vraag haar of ze denkt dat die groeiende groep van mensen een invloed kan hebben op het beleid van de centrale overheid. Een overheid die de voorbije decennia bijna obsessief gefocust was op economische groei. “Ik hoop het” zegt Shi Yan met een glimlachje. “Vroeger lachten politici ons uit, ze vonden wat we hier deden een spelletje was voor verwende stadskinderen. Nu komen ze kijken of ze wat we hier doen ook elders kunnen kopiëren.”

    Onvoorspelbare middenklasse

    Ook Wu Qiang denkt dat de ontwikkeling van de Chinese middenklasse cruciaal is voor de toekomst van China. “De Chinese communistische partij weet niet hoe ze die middenklasse moet aanpakken. Ze weet hoe ze met arbeiders en boeren moet omgaan. Maar de nieuwe middenklasse wordt steeds groter en is niet homogeen. Ze is een onvoorspelbare factor, en dat maakt de communistische leiders onzeker.”  

    Toch is Wu Qiang niet meteen optimistisch. “Democratie zal niet vanzelf naar China komen, het is geen automatisch mechanisme. En te weinig Chinezen willen er een offer voor brengen. Ze zijn te zeer gehecht aan hun nieuwe auto en hun comfortabel appartement”. Hij zwijgt even. Als ik vraag of ik zijn naam mag vermelden en zijn foto mag gebruiken, zegt hij: “Jazeker. Het minste wat ik kan doen is aan jullie in Europa tonen dat er toch iemand in China zijn mond durft open te doen.” Ik kijk hem na als hij de straat uitloopt. En hoop dat ook hem de mond niet gesnoerd zal worden.