Meest recent

    Copyright: www.bridgemanimages.com

    Eén op de vier Rwandezen leeft met zware trauma's

    Bijna een kwarteeuw na de genocide en de massamoorden kampt 26,1% van alle volwassen Rwandezen met het Post-Traumatisch Stress Syndroom (PTSS), een zeer ernstige psychische ziekte. Het onderzoek hiernaar en de mogelijke behandelingen zijn voor het eerst uitvoerig besproken op het wereldvermaarde "European Congress on Tropical Medicine and International Health". De tiende editie daarvan werd georganiseerd in Antwerpen.

    In het voorjaar van 1994 kwamen in Rwanda naar schatting 1,1 miljoen mensen om bij de genocide op de Tutsi-bevolkingsgroep (de minderheidsetnie met ongeveer 15% van de bevolking) en de massamoorden op de Hutu's (85% van de bevolking) en Twa's (minder dan 1%). In diezelfde periode van 100 dagen veroverde een (grotendeels) Tutsi-rebellenbeweging het land en die regeert sindsdien met ijzeren vuist. Er volgden nog jaren van zwaar geweld, nu vooral gericht tegen de Hutu-bevolking die in de ogen van het regime collectief schuldig is aan de genocide op de Tutsi's.

    Trauma's

    Nu blijkt dat al dat geweld zware trauma's heeft veroorzaakt bij meer dan één op vier (volwassen) Rwandezen. Het onderzoek hiernaar dateert al uit 2009 ,maar is nu pas internationaal bekend geraakt omdat het ter sprake is gekomen op het toonaangevende Congres voor Tropische Geneeskunde, afgelopen week in Antwerpen. Ter vergelijking: zelfs in Zuid-Afrika, na al het leed van de Apartheid, ligt het aantal PTSS-gevallen ruim tien keer lager, op ongeveer 2,2% van de bevolking.

    De Rwandese dokter Jean-Damascène Iyamuremye coördineert bij het bevoegde ministerie van Volksgezondheid het programma voor mental health en hij vertelt dat het cijfer van 26,1% PTSS-gevallen hem helemaal niet verbaast. "Als we weten wat Rwanda in 1994 heeft doorgemaakt, de gruwel van de genocide met onnoemelijk veel slachtoffers, dan valt het niet te verwonderen dat zovelen nog altijd "onder stress" leven."

    Genocide-herdenkingen

    In Rwanda wordt de genocide elk jaar uitvoerig herdacht, met een rouwperiode van 100 dagen lang. Pijnlijk is wel dat alleen de Tutsi-slachtoffers herdacht worden, terwijl in die dramatische 100 dagen in 1994 ook ongeveer evenveel Hutu-doden gevallen zijn. Maar omdat de genocide op de Tutsi's grotendeels uitgevoerd werd door Hutu-milities, wordt sindsdien de volledige Hutu-bevolkingsgroep collectief schuldig genoemd aan de genocide. Volgens een overheidscampagne dient zo elke Hutu vergiffenis te vragen aan de Tutsi's voor wat er gebeurd is, zelfs kinderen die na 1994 geboren zijn, dus na de genocide. En over de massamoorden op de Hutu-bevolking door dit regime kan uiteraard helemaal niet gepraat worden.

    Maar dokter Iyamuremye wijst erop dat er officieel in Rwanda geen Hutu's en Tutsi's meer bestaan. "Wij kennen nu nog alleen "Rwandezen". Voor ons, professionele hulpverleners, bestaat er geen etnisch onderscheid. Wij kijken naar het trauma van elke mens en proberen dat zo goed mogelijk te behandelen."

    Zelfs kinderen

    Bijzonder opmerkelijk is ook dat PTSS in Rwanda zelfs bij jonge kinderen en jongvolwassenen vastgesteld wordt, dus bij wie lang na de genocide geboren werd. "Dit zouden we nog verder moeten onderzoeken, maar daarvoor hebben we helaas nu de middelen niet. Maar we kennen al verschillende gevallen. En als je kijkt naar de jongeren die aanwezig zijn op de herdenkingen van de genocide, dan moeten daar elk jaar verschillende van hen behandeld worden, dikwijls met zware trauma's door alles wat hen getoond wordt."

    De Belgische ontwikkelingssamenwerking steunt als enige geldschieter het Rwandese overheidsprogramma voor mentale gezondheid. De Algerijnse psychiater Achour Ait Mohand begeleidt dat project en heeft zelf ook wel bedenkingen bij de manier waarop de genocide telkens weer herdacht wordt en welke gevolgen dat kan hebben voor de psychische gezondheid van de Rwandezen.

    "Niét herdenken kan natuurlijk niet. Dat zou kwetsend zijn voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Of het op deze manier moet, daar kunnen alleen de Rwandezen zelf over oordelen. Maar deze herdenkingen maken zeker allerlei gevoelens los maken ..."

    Bijzonder delicaat

    Hoe Rwanda omgaat met zijn (recente) verleden blijft een bijzonder gevoelig onderwerp, zelfs voor de betrokken psychiaters op dit congres. Op vragen over de erkenning van àlle leed, ook als gevolg van de jarenlange misdaden door het huidige regime - zelfs vandaag nog - komt geen duidelijk antwoord. Het klimaat van angst in het land, zoals herhaaldelijk gesignaleerd door gerenommeerde mensenrechtenorganisaties, blijft onbespreekbaar. Mogelijk draagt die situatie ook bij tot een verspreiding van psychische aandoeningen in het huidige Rwanda.

    De naar schatting 1,7 miljoen PTSS-patiënten maken pas de afgelopen jaren enige kans op wat hulp. Maar met hooguit een tiental psychiaters in het doodarme land en een paar honderd bevoegde verpleegkundigen, is er nog een lange weg te gaan. Het overgrote deel van de getraumatiseerde Rwandezen zal wellicht nooit enige hulp krijgen.

    Misschien zouden het regime én de welwillende buitenlandse donoren, zoals België, zich kunnen afvragen of een open cultuur, waarin àlle slachtoffers recht van spreken hebben, zonder angst voor represailles, geen fundamentele eerste stap moet zijn naar een psychisch gezonde samenleving.