Video player inladen ...

Eindelijk Europees akkoord over detachering: sociale dumping aan banden gelegd?

De Europese ministers van Werk hebben na urenlang onderhandelen in Luxemburg een akkoord bereikt over de detacheringsrichtlijn. Europees commissaris voor Werk en Sociale Zaken Marianne Thyssen legde die aanpassing vorig jaar al op tafel. Nu na het Europees Parlement ook de ministers van Werk hierover tot een akkoord kwamen, is er sprake van een doorbraak in het dossier.

Bedrijven die in een ander land actief zijn met hun eigen personeel, vallen onder de zogenaamde detacheringsregels.  Bij ons zijn er in de bouwsector veel Oost-Europese bedrijven actief, met hun eigen personeel. Belgische bouwbedrijven klagen over oneerlijke concurrentie, omdat een Poolse bouwvakker goedkoper is dan een Belgische.  Het voorstel van Europees commissaris voor Werk Marianne Thyssen, dat aanvaard is door de lidstaten, voert de verplichting in om aan buitenlandse gedetacheerde werknemers hetzelfde loon (en andere voordelen) te geven als aan Belgische werknemers. Aan de sociale zekerheidsbijdragen, die in vele landen lager zijn dan in België, verandert er niets.

Thyssen had ook voorgesteld om de maximumduur van detachering te beperken tot 24 maanden. Frankrijk, Duitsland, België en Nederland wilden daar 12 maanden van maken. Dat was dan weer onaanvaardbaar voor landen uit Centraal- en Oost-Europa.  In de uiteindelijke compromistekst staat dat detachering in principe 12 maanden duurt, maar na een gemotiveerd verzoek van een onderneming verlengd kan worden tot 18 maanden. Vooral de Franse president Macron, die hiervoor tijdens de verkiezingscampagne gepleit had, was het belangrijk dat "12" in de tekst kwam.

De onderhandelingen hadden veel weg van een koehandel. Landen met een belangrijke transportsector, uit Centraal- en Oost-Europa probeerden de garantie te krijgen dat de nieuwe regel "gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek" niet gaat gelden voor vrachtwagenchauffeurs op doorreis. Dat wordt in principe niet geregeld in de wettekst over detachering, maar in een andere wettekst waarover apart onderhandeld wordt. De Europese Commissie heeft een verklarende tekst opgesteld om de landen in kwestie gerust te stellen.  

Lidstaten krijgen ook 3 jaar de tijd om de nieuwe detacheringsregels in te voeren (normaal is dat maar 2 jaar), en ondernemingen zullen de nieuwe regels pas na 4 jaar moeten toepassen. Ook dat was een toegeving aan de landen van Centraal- en Oost-Europa.  Toch lieten Hongarije, Litouwen, Letland, Polen, Ierland, Kroatië en het Verenigd Koninkrijk dat ze niet konden instemmen met de tekst, maar ze waren in de minderheid.

Conflicterende belangen

De reden waarom het akkoord zo lang op zich liet wachten is omdat dit een typisch dossier is waarbij nationale belangen met elkaar in conflict komen. Vooral de Oost-Europese lidstaten willen hun goedkope arbeidskrachten als troef op de eengemaakte markt in handen houden. Enkele West-Europese landen (waaronder België) wilden de detachering verstrengen om wat volgens hen sociale dumping is, tegen te gaan. Deze conflicterende visies gaan zo diep dat de minister van Werk van Tsjechië tijdens de sessie van de Raad zelfs even dreigde met een 'Tsjexit' als de Oost-Europese landen niet in hun mening werden gerespecteerd. Om hun vrachtwagenchauffeurs goedkoop te houden bleven de Oost-Europese lidstaten vooral qua transport het been stijf houden.

De komende weken en maanden moet er nu nog onderhandeld worden over een definitief akkoord met het Europees Parlement. Europees commissaris Thyssen hoopt dat alles rond is voor de zomer van volgend jaar.

Kans op slagen

Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw, blijft wat zijn sector betreft sceptisch. Hij juicht een verstrenging van de detacheringsrichtlijn wel toe maar meent dat die nog niet ver genoeg gaat. "We moeten ons durven afvragen of het principe van het EU-reglement over de sociale zekerheid, namelijk de betaling van de sociale zekerheidsbijdragen in het land van herkomst, nog langer houdbaar is", klinkt het bijvoorbeeld.

Maar volgens sommigen ligt het grootste pijnpunt van de wetgeving vooral bij het gebrek aan controle. Staatssecretaris voor bestrijding van sociale fraude Philippe De Backer (Open VLD) beseft dat en onderneemt daarom actie. Hij ondertekende vandaag nog voor België extra bilaterale akkoorden met Portugal en Slowakije, die moeten zorgen voor meer en betere inspecties op het terrein. Zo zou het makkelijker worden om zogenaamde postbusbedrijven aan te pakken. Momenteel zijn er al dergelijke akkoorden met Nederland, Frankrijk, Duitsland, Bulgarije en Luxemburg. Een akkoord met Polen komt er nog aan.

En De Backer wil nog verder gaan: "Ik wil een Europese databank installeren waarin alle informatie over buitenlandse werknemers tussen alle Europese lidstaten gedeeld wordt. Zo is er geen taalbarrière op controles, kunnen de inspectiediensten korter op de bal spelen en kunnen we fraude sneller detecteren en stoppen."