Video player inladen ...

Van Parys: "Bendecommissie had al gewezen op eventuele betrokkenheid rijkswachters"

Tony Van Parys, die voorzitter was van de tweede Bendecommissie, vindt de onthullingen in verband met de "Reus" in de Bende van Nijvel dit weekend, belangrijk. De commissie gaf eind jaren '90 wel al aan dat er extra onderzoek moest gevoerd worden naar gewezen rijkswachters. 

Voormalig minister van Justitie Tony Van Parys was ook de voorzitter van de tweede parlementaire onderzoekscommissie naar de Bende van Nijvel, eind jaren '90. In die hoedanigheid vindt hij het nieuws van dit weekend opvallend. "Als op het ogenblik van de feiten in Aalst iemand van de rijkswacht die lid was van de Groep Diane, lid was van de Bende van Nijvel, dan is dit een belangrijk gegeven. In het werk van de onderzoekscommissie hadden wij reeds gewezen op de piste van de eventuele betrokkenheid van een aantal gewezen rijkswachters. Die piste is niet coherent en onvoldoende consequent onderzocht, " zegt Van Parys in De Wereld Vandaag op Radio 1. Het gaat dan onder meer over de wapendiefstal bij de Groep Diane. Heel wat informatie ontbrak om dat onderzoek tot een goed einde te brengen. 

Maar wat heeft men dan gedaan met die vaststellingen eind jaren '90? Ook Van Parys stelt zich die vraag: "Wij hebben de pijnpunten blootgelegd en meegegeven aan de mensen van het gerechtelijk onderzoek. Maar daar eindigde onze opdracht. Als de speurders daarna namen kregen van mensen die tot de rijkswacht of de Groep Diane behoren, moest men alarm slaan."

Onderzoek door het federaal parket?

Verder is Van Parys voorstander van een onderzoek op federaal niveau. "In de parlementaire onderzoekscommise hebben we gezegd dat de opsplitsing in verschillende arrondissementen zeer nadelig is voor het onderzoek. Dat heeft aanleiding gegeven tot talloze problemen inzake de informatie uitwisseling. Wij hebben toen reeds gepleit voor de oprichting  van een federaal parket dat het volledige onderzoek centraliseert. Zo worden alle incidenten vermeden, die het onderzoek veel nadeel hebben bezorgd." 

Volgens Van Parys is een onderzoek door het federaal parket interssanter omdat dan een bredere coördinatie van het huidige onderzoek mogelijk is. "Dit was de ratio legis van de aanbeveling die we hebben gedaan voor de oprichting van een federaal parket voor grensoverschrijdende dossiers. Er moet nu dringend opgetreden worden met veel mensen en middelen."