"Archipel" of Europalia Indonesia meert aan op de oevers van de Maas in Luik

Tot 21 januari volgend jaar kunt u in La Boverie in het centrum van Luik kennismaken met een van de meest verfijnde culturen van het Verre Oosten: die van de Indonesisch-Maleisische archipel of "Nusantara" zoals ze dat daar noemen.

 

"Archipel, koninkrijken van de zee"

La Boverie, Luik 25 oktober 2017 - 21 januari 2018

Zilveren boddhisattva Manjusri, Java 10e eeuw, Europalia

Dat aanmeren kunt u letterlijk nemen, want het pronkstuk van de tentoonstelling is een "padewakan", een traditioneel zeilschip uit de regio, ter plekke in elkaar getimmerd door vaklui van het eiland Sulawesi. Dat type schip werd in de 9e-eeuw al afgebeeld in de tempel van Borobudur op Java en is de voorloper van houten schepen die nog altijd rondvaren in Indonesië.

"Archipel of koninkrijken van de zee" blikt terug op de boeiende uitwisseling van goederen, mensen, ideeën en religies in het spoor van die zeehandel. Het beginpunt is de migratie van Austronesiërs, de voorlopers van de Maleisische volkeren zoals Indonesiërs en Filipino's, enkele duizenden jaren voor onze jaartelling. Al eeuwen voor onze tijdrekening knoopten die handelsbetrekkingen aan met China, Indochina, India en het Midden-Oosten en Europa. De Grieken en Romeinen kenden de "eilanden van goud".

Net als in de Oudheid liggen de Indonesische eilanden op een kruispunt van erg belangrijke maritieme handelsroutes; die tussen de Indische en de Stille Oceaan, tussen China en India. Wie die smalle zeestraten controleert, controleert ook de zeehandel. Bovendien konden de eilanden zelf ook goud, tropische houtsoorten, edelstenen en vooral specerijen - peper, muskaatnoot en dergelijke - uitvoeren. Die waren overal erg gegeerd, en dus "peperduur".

Traditionele padewakan-boot uit Sulawesi

Met parels kwamen hindoeïsme en boeddhisme uit India

In het spoor van parels en stoffen importeerden de Indonesiërs ook gretig ideeën uit India. In de eerste eeuwen na Christus kregen hindoeïsme en boeddhisme in Zuidoost-Azië stevig voet aan de grond, net als het goddelijk koningschap, dat de vorming van staten en rijken bevorderde, en schriftvormen gebaseerd op die uit India. De "indianisering" was echter nooit volledig en was telkens een samensmelten van Indische elementen met die uit de eigen Indonesische culturen. Het hindoeïsme op Bali vandaag heeft nog slechts weinig gemeen met dat uit India.

Vanaf de 4e- tot de 12e-eeuw beheerste het zeerijk of de thalassocratie van Sriwijaya met zetel op Sumatra de maritieme handel in zowat geheel Zuidoost-Azië, inclusief wat nu Cambodja is. Het rijk verbrokkelde nadien, maar werd opgevolgd door dat van de Shailendra-dynastie op Java die in 800 na Christus de Borobudur, het grootste boeddhistische monument ter wereld, bouwde. Zestig jaar later bouwden de hindoevorsten van Mataram, niet ver van de Borobudur, het unieke tempelcomplex van Prambanan met de drie tempels voor de hoofdgoden Brahma, Shiva en Vishnu.

De grootste macht was weggelegd voor het eveneens Javaanse hindoerijk van Majapahit, dat in 1293 een Mongools-Chinese invasie afsloeg, de volgende eeuwen even groot was als Indonesië nu en de lucratieve specerijenhandel vanuit de Molukken beheerste. Na de komst van de islam - eveneens via India - viel Majapahit eind de 16e-eeuw uit elkaar en vluchtten de elite en de brahmaanse priesterkaste vanuit Java naar Bali, waar die met succes standhielden.

Uit die rijken zijn een aantal kunstwerken in Luik geraakt. Het gaat om een bronzen Dipankara, een voorloper van de historische Boeddha, uit de 4e-eeuw uit Sulawesi met Grieks-hellenistische trekken, een zilveren "boddhisattva van wijsheid " Manjusri (foto bovenaan) en een stenen beeld van de "toekomstige boeddha" Maitreya, beiden uit Java. Viel ook op: een erg groot stenen beeld van Ganesha op, de geluksbrengende hindoe-god met de olifantenkop, eveneens uit Java.

Islam, Europa en het moderne Indonesië

Vanaf de 13e-eeuw bereikte ook de islam vanuit het Midden-Oosten en India de eilandengroep en doken de eerste sultanaten op in Sumatra en Java. Ze vervingen geleidelijk de hindoe-boeddhistische rijken, maar niet geheel de bestaande cultuur. Het "wayang"-schaduwenspel dat u op Java kunt bekijken, draait meestal nog altijd rond hindoe-mythes zoals de Ramayana.

Vanaf de 16e-eeuw doken ook Europese schepen op aan de horizon; eerst Portugese en Spaanse, daarna Nederlandse en die laatsten zouden drie eeuwen lang de specerijenhandel overnemen en het gebied koloniseren. In Luik staat zo een Portugese "padrao", een stenen pilaar uit 1522 met daarin een handelsverdrag gegraveerd met een Javaanse heerser.

Ook de Nederlanders brachten nieuwe elementen, zoals de teelt van koffie en rubber, maar ze beïnvloedden ook de verwesterste en nationalistische elite. Die vormde in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw de speerpunt van de strijd voor onafhankelijkheid die in 1949 resulteerde in de Republiek Indonesia. Net zoals in het verleden ligt die staat langs enorm belangrijke zeestraten voor de wereldhandel, is het de op drie na (China, India en de VS) meest bevolkte staat en die met de grootste moslimbevolking.

De expo sluit af met een groot werk van de jonge kunstenares Titarubi dat bestaat uit drie houten schepen met daarop figuren gehuld in mantels van gouden elementen in de vorm van muskaatnoten. Het is een symbolische weergave van de plundering van rijkdommen door de kolonisator.

"History repeating itself", Titarubi