AP

Libië, de Filipijnen of de eigen achtertuin? Hier kan IS nog terecht

Ergens tussen het puin van Raqqa en Mosul ligt ook de droom van het “kalifaat”. In jihadi-kringen, onder de strijdende partijen en bij de buurlanden stellen ze zich nu allemaal dezelfde vraag: wat nu? In een driedelige reeks proberen wij die vraag te beantwoorden. Vandaag deel 2.

Ze hadden de bui wellicht al zien hangen, de IS’ers die in hele pick-upladingen werden weggereden uit Raqqa voor de finale eindstrijd daar in juni begon. Het was een verloren zaak.

Zij die geëvacueerd werden, waren de gelukkigen, de IS-leden van eigen bodem. De SDF-coalitie gunde de buitenlandse strijders de luxe van een vluchtroute niet; de enige toekomst die hen nog wachtte, was zich dood te vechten in het stadion van Raqqa. 

Maar waar zou die karavaan met strijders naartoe gereden zijn? En bij uitbreiding: waar ziet IS een uitweg voor zichzelf?

Een SDF-coalitiestrijder draagt explosieven rond het stadion van Raqqa, het laatst veroverde bolwerk van IS in de stad.
AP

Naar huis?

Dat zit er, althans voor de westerse strijders, niet meer in. Ongeveer een derde van hen is intussen teruggekeerd en zit in de gevangenis in afwachting van een proces, of wordt opgevolgd. Maar de gevreesde stroom van terugkeerders is nog niet op gang gekomen, en misschien zal die er ook nooit komen. 

 Terwijl hun vrouwen en kinderen in opvangkampen op een mogelijke repatriëring wachten, ziet het lot van de mannelijke IS-strijders er immers veel slechter uit.  "Ik weet zelf van twee Belgen die zich overgegeven hebben, maar ik weet bij God niet waar ze nu precies zijn", vertelt conflictjournalist Rudi Vranckx. "Ze zouden in handen zijn van de Koerden en ondervraagd worden door de VS. Maar daarna? In Irak riskeren ze alvast de doodstraf."

De realiteit is ook dat de meeste landen niet zitten te wachten op de terugkomst van die strijders.

“Wij moeten ervoor zorgen dat elke buitenlandse strijder die naar Syrië kwam om zich aan te sluiten bij IS, daar ook zal sterven. Dat is onze missie”, wond Brett McGurk er enkele dagen geleden geen doekjes om tijdens een televisie-interview in Dubai. De hoogste Amerikaanse gezant van de anti-IS-coalitie verklapte daarmee een publiek geheim.

"Achter de schermen zouden de Fransen wel eens het adagio 'de enige IS'er is een dode IS'er' kunnen hanteren", vermoedt Vranckx. "Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat ze zelfs met een kill-list werken." De Britse minister van Ontwikkeling Rory Stewart zei het gisteren gewoon rechtuit: Britse strijders kunnen het best gedood worden.

Naar een andere uithoek van de "Islamitische Staat" dan maar?

Misschien worden de laatste overlevers – hun aantal wordt op maximaal tienduizend geschat – naar een van de andere “provincies” van IS gebracht. De terreurgroep zag zijn Staat immers niet als één homogeen geografisch gebied, maar als een hartland (dat in Syrië en Irak) waar enkele tientallen provincies, wilayat, als satellieten omheen draaien.

De IS-strijders in die provincies lieten zich het afgelopen jaar van hun meest dodelijke kant zien, met vooral in Libië, de Egyptische Sinaï-woestijn en Afghanistan honderden aanslagen die al evenveel levens eisten. 

Het hart van het “kalifaat” zomaar elders reproduceren, wordt echter een hele opgave. Naast het buitenkansje dat het door oorlog verscheurde Irak en Syrië vormden voor IS, claimde de terreurgroep dat territorium ook historisch en religieus. Denk alleen maar al aan de grote kalifaten van de geschiedenis op die plek, of het onooglijke Syrische dorpje Dabiq waar volgens de islamitische overlevering de eindstrijd gestreden zal worden. Het was niet zomaar een lapje grond dat IS innam, het was hen door God toegewezen: zoiets.

In pakweg de Filipijnen, waar IS vorige week verdreven werd uit de stad Marawi, is het maar zeer de vraag of de overblijvende jihadistische rebellen zich geroepen zullen voelen om ook de wereldwijde jihad aan te voeren. Ze voeren immers in eerste instantie een lokale strijd. Als ze zich al niet weer afgescheurd hebben voor de vraag überhaupt gesteld kan worden, want in de wereld van de jihad zijn bondgenootschappen even snel uitgesproken als weer verbroken.

En Libië dan?

Dat is inderdaad een optie, de enige wilaya waarvan echt ernstig wordt aangenomen dat er (op termijn) een nieuw “kalifaat” zou kunnen ontstaan. 

Tot december vorig jaar heerste IS er over de havenstad Sirte, en met Tunesië ligt een hofleverancier van strijders gewoon aan de andere kant van de grens. Het versnipperde land doet tegenwoordig sterk denken aan het Irak waar IS zo kon groeien. 

Sirte in augustus 2016. Het zou nog maanden duren voor de laatste IS'ers in de stad verslagen werden.
Mark De Visscher / VRT

IS heeft er ook inkomsten. "Ze zouden een deel van het geld binnenrijven uit de deal die Italië sloot met plaatselijke milities om vluchtelingen tegen te houden", weet Vranckx. "Landen moeten echt opletten met wie ze samenwerken in Libië. Het zou wel heel contradictorisch zijn als hun geld terechtkwam bij IS, nota bene een van de grote aandrijvers van de vluchtelingencrisis."

Zelfs nadat IS verdreven is uit Sirte, blijft het Pentagon de dreiging serieus nemen, getuige daarvan een reeks bombardementen eind september op trainingskampen van IS in het noorden. Er zouden op dit moment zo’n 500 tot 6.000 strijders in het land aanwezig zijn, afhankelijk van de bron.

In Libië is grote concurrent Al Qaeda momenteel de grootste in het jihadistische marktsegment

Maar net door de chaos belooft het ook in Libië niet van een leien dakje te lopen voor IS. Het zal er moeten concurreren met een resem aan milities en stadslegertjes die vechten om de controle en de olie. Ook jihadistische rebellengroepen trouwens; het aan grote concurrent Al Qaeda gelieerde Ansar Al Sharia is momenteel de grootste in dat marktsegment.

Het klopt dat je geen vaste voet aan de grond moet hebben om pijnlijke aanslagen te kunnen plegen, maar een nieuw “kalifaat” in Libië is nog niet voor morgen.

Naar de concurrentie dan maar?

Overlopen naar bijvoorbeeld Al Qaeda: het lijkt niet eens zo'n onlogische optie voor de vele IS-strijders die in een vorig leven al bij een andere jihadistische militie vochten.  

Oktober 2013. In de straten van Benghazi betogen aanhangers van Ansar Al Sharia tegen de kidnapping van Al Qaeda-topman Abu Anas al-Libi.
Mohammed el-Shaiky / AP

Toch ziet historicus en IS-watcher Pieter Van Ostaeyen een omgekeerde beweging niet snel gebeuren. “Al Qaeda zal wel bereid zijn om enkele opportunisten op te vangen, maar een grote, georganiseerde overstap lijkt me zeer onwaarschijnlijk”, nuanceert hij. “De kloof tussen de twee is heel groot.”

“Maar kijk waar IS vandaan komt”, voegt Van Ostaeyen daar nog aan toe. “Eigenlijk hoeven ze niet ver te gaan.”

De woestijn

Waar IS vandaan komt, dat is het grensgebied van Irak en Syrië. 

In tegenstelling tot de steden waar de terreurgroep zich de voorbije jaren genesteld heeft, is het een enorme en onoverzichtelijk woestenij. Een beetje zoals in het zuiden van Libië, met dat verschil dat IS er zijn weg kent en dat het nog niet geclaimd is door andere milities.

Vanuit dat grensgebied kan een teruggeplooid IS, wie weet zelfs onder leiding van de nog steeds spoorloze "kalief" Al-Bagdadi, nog jarenlang guerrilla-aanvallen uitvoeren in Syrië en Irak. Zolang het centrale gezag daar niet hersteld is, zullen er weinig partijen zin hebben in een kat-en-muisspel met een gedecimeerd IS dat min of meer comfortabel kan wachten op een nieuw momentum.

"IS is een bacterie die overal kan groeien waar het een ziek lichaam vindt", besluit Vranckx. "Libië, Afghanistan, Pakistan... waar chaos, corruptie en dictatuur heersen, blijft het gevaar bestaan."

In het eerste deel van onze reeks De as van het kalifaat vroegen we ons af wie de nieuwe leider wordt van de internationale jihad. Woensdag in het slotstuk: Wie krijgt de brokstukken van het “kalifaat”?

Meest gelezen