2017 Anadolu Agency

Europees Parlement wil minder geld voor Turkije

Turkije zal vanaf volgend jaar 50 miljoen euro minder krijgen van de Europese Unie. Daarbovenop wordt nog eens 30 miljoen bevroren. Dat staat in de budgettaire plannen voor 2018 die het Europees Parlement vandaag goedkeurde in Straatsburg.

In de ontwerpbegroting die de Europese Commissie opstelde staat 590 miljoen euro ingeschreven voor Turkije, als steun om het land klaar te maken voor de toetreding tot de Europese Unie. De 80 miljoen euro die het Europees Parlement wil schrappen of bevriezen zou gebruikt worden om politieke hervormingen in het land te stimuleren. Maar sinds het referendum in april waarbij de grondwet van Turkije wijzigde, wordt het volgens de meeste europarlementsleden steeds duidelijker dat die politieke hervormingen de verkeerde kant uitgaan.

Door te snijden in de geldstroom willen ze dan ook duidelijk maken dat het regime in Ankara niet meer op politieke steun hoeft te rekenen. Siegfried Mureşan (EVP), ondervoorzitter van de Europese begrotingscommissie, wijst in een persbericht op de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en de mensenrechten die allemaal in Turkije in onderdrukking komen. “Turkije blijft een belangrijke partner van de EU en heeft zeer goed werk verricht bij het besturen van de Syrische vluchtelingenstroom, maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor de ontwikkelingen daar”, zegt hij. “Turkije beweegt zich steeds verder weg van de Europese normen”.

Het geld dat bestemd is voor investeringen in bijvoorbeeld milieu en transportnetwerken willen de europarlementsleden daarentegen niet schrappen.

Voor- en tegenstanders

Niet iedereen vindt echter dat een aderlating van 80 miljoen euro genoeg is. De Europese parlementsleden van N-VA riepen vandaag op om in het parlement tegen de volledige begroting van 2018 (die omvat 146 miljard euro bestemd voor de hele Europese Unie) te stemmen. Waarom? “Omdat die begroting toch opnieuw honderden miljoenen Europees belastinggeld richting Erdogan wil sturen”, verklaart Europarlementslid Sander Loones  (N-VA). “Turkije zal nooit een lidstaat van de Europese Unie worden en moet dus ook geen 589,9 miljoen toetredingssteun krijgen.” 

Op de Europese top van staatshoofden en regeringsleiders vorige week pleitten Duits bondskanselier Merkel, de Nederlandse premier Rutte en onze premier Michel ook voor het gedeeltelijk schrappen of heroriënteren van de Europese steun voor Turkije. Andere regeringsleiders waren daar niet voor gewonnen, want Turkije is een belangrijke partner van de EU in de strijd tegen illegale migratie en bovendien spelen er ook geopolitieke overwegingen.  Daarom kreeg de Europese Commissie louter de opdracht om uit te zoeken welk deel van de steun voor Turkije eventueel een andere bestemming zou kunnen krijgen.

Op de finale beslissing is het wachten tot eind november. Dan moet er een akkoord zijn tussen het Europees Parlement en de lidstaten over de Europese begroting voor volgend jaar, en hoeveel geld daaruit naar Turkije gaat. De toetredingsonderhandelingen met Turkije begonnen in 2005, maar liggen de facto al enkele jaren stil. Tijdens haar verkiezingscampagne in september zei Angela Merkel dat ze beter stop zouden worden gezet, maar die woorden heeft ze sindsdien niet meer herhaald.