Een reconstructie van de nieuwe dinosaurussoort Matheronodon  provincialis. (Illustratie: Lukas Panzarin)

Belgisch-Frans team ontdekt "primitieve iguanodon" met tanden als scharen

Een Belgisch-Frans team van paleontologen heeft een nieuwe dinosaurussoort ontdekt en beschreven die tanden als scharen had. De fossiele resten van Matheronodon provincialis – een primitieve verwant van de iguanodon – werden in 2012 opgegraven in de Provence, tijdens een "paleotrip" van het Museum voor Natuurwetenschappen. 

Velaux-La Bastide Neuve, ten noordenwesten van Marseille, is een site met afzettingen uit de late Krijt-periode, die in 1992 werd ontdekt. Het Museum voor Natuurwetenschappen organiseerde twee "paleotrips" naar de vindplaats – in 2009 en 2012 – en dat leverde honderden fossielen op, onder meer van dinosauriërs, pterosauriërs - vliegende reptielen -, krokodillen en schildpadden. 

De paleontologen en amateurs vonden zelfs een kaakbeen en tanden van wat nu een nieuwe dinosoort blijkt. De paleontologen – onder meer van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) – beschreven de nieuwe soort in het vakblad Scientific Reports, en doopten haar Matheronodon provinciali (Matheron-tand uit de Provence), naar Philippe Matheron, die in 1869 als eerste de fossiele resten beschreef van Rhabdodontidae, een groep plantenetende dinosauriërs waartoe ook deze nieuwe vondst behoort.

"M. provinciali was een primitieve verwant van de iguanodons", zei paleontoloog Pascal Godefroit van het KBIN. 

Tanden uit de bovenkaak (a/b en c/d) en de onderkaak (e/f en g) van  Matheronodon provincialis. (schaalbalk: 2 cm, foto: Pascal Godefroit, KBIN)

Palmbladeren versnijden

De nieuwe soort leefde zo’n 70 miljoen jaar geleden - tegen het einde van het tijdperk van de dinosauriërs -, en was waarschijnlijk tot 5 meter lang.

Hij had een heel gespecialiseerd voedingspatroon, dat waarschijnlijk vooral uit palmbladeren bestond, zo blijkt uit zijn tanden. Matheronodon had weinig maar wel extreem grote tanden, tot 6 cm lang en 5 cm breed. Die tanden en ook hun kauw-apparaat maakten dat hun mond werkte als een krachtige schaar.  

"Ze werkten als een schaar, die zichzelf slijpt", zo legde co-auteur Koen Stein van de Vrije Universiteit Brussel uit in een persbericht van het KBIN. "De tanden hebben een geribbeld oppervlak, maar zijn maar aan één kant bedekt met een dikke laag glazuur. Glazuur kan beter tegen slijtage dan het vrijliggend tandbeen, dus door te bijten bleven de tanden scherp."

"Het gebit van deze groep dinosauriërs was in een andere richting geëvolueerd dan dat van hun tijdgenoten, de hadrosauriërs of eendenbekdinosauriërs", zei Pascal Godefroit. "Hadrosauriërs hadden een gesofisticeerde ‘batterij’ van kleine tanden, waarmee ze coniferen konden vermalen. Matheronodon en de andere Rhabdodontidae aten waarschijnlijk bladeren van palmbomen, die toen in Europa heel algemeen waren. Ze moesten de grote, taaie en vezelrijke bladeren versnijden, eerder dan vermalen, voor ze die konden inslikken." 

"Paleotrip" met paleontologen en amateurs in Velaux  in Zuid-Frankrijk in  2012. (foto: Thierry Hubin, KBIN)
Artistieke reconstructie van de nieuwe dinosaurussoort Matheronodon provincialis. (Illustratie: Lukas Panzarin)