Meest recent

    CC-BY-SA 3.0

    Waarom mogen Catalanen niet wat Belgen wel mochten: de onafhankelijkheid uitroepen?

    Wat zijn de internationale spelregels als Catalonië zichzelf onafhankelijk verklaart? Kan dat zomaar? België heeft zich toch onafhankelijk verklaard zonder zich iets aan te trekken van Nederland? 

    opinie
    Bruno Yammine
    Bruno Yammine is dokter in de geschiedenis (Leuven) en actief in de Belgische Beweging die opkomt voor het herstel van de unitaire staat. Hij lag mee aan de basis van de Belgische unitaristische partij B.U.B.

    Hoe moet het nu verder in Spanje? Volgend op het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum van 1 oktober en de activering door de Spaanse regering van artikel 155 van de grondwet – dat toelaat om die autonome regio onder rechtstreeks Spaans gezag te plaatsen – lijkt niemand het nog te weten.

    Recht op zelfbeschikking?

    De Catalaanse regering beroept zich op het onvervreemdbaar zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Anders gezegd: wanneer wij zelf de onafhankelijkheid uitroepen, moet de rest van de wereld dit respecteren. Maar voor de Spaanse overheid is Catalaanse onafhankelijkheid onbespreekbaar.

    De reden?

    Het betreft een ongrondwettelijke aanslag op de eenheid van Spanje. Als bij het ontstaan van nieuwe staten de bestaande grondwet altijd met de voeten getreden wordt, hebben de Catalanen een punt. Maar wanneer een regio niet (zomaar) uit de staat kan stappen, heeft Madrid de beste papieren.

    Legaal of niet?

    Wat vandaag gebeurt, zat er al lang aan te komen. De separatistische partijen hadden van de Catalaanse verkiezingen van 2015 al een referendum gemaakt. Ze verklaarden dat, indien een meerderheid behaald werd, het proces dat moest leiden naar onafhankelijkheid zou opgestart worden.

    De uitslag bracht geen uitsluitsel. Het afscheidingskamp behaalde weliswaar een nipte zetelmeerderheid, maar “slechts” 47,8% van de stemmen. Toch werd beslist om een referendum over de kwestie uit te schrijven. Nu kan het Catalaanse parlement volgens de eigen wetgeving wel referenda uitschrijven, maar die mogen niet over een afscheiding gaan. Bovendien is er een 2/3de meerderheid in zetels vereist.

    Wanneer het Catalaanse parlement op 6 september met een gewone meerderheid de wet stemde die het onafhankelijkheidsreferendum mogelijk maakte, was er een levensgroot probleem. Niet alleen was de Spaanse grondwet immers overtreden, hetzelfde gold voor de eigen Catalaanse wetgeving.

    Het referendum dat op 1 oktober 2017 plaatsvond, werd dan ook door Madrid geboycot. Hoewel ongeveer 90% van de deelnemers zich uitsprak voor onafhankelijkheid, waren er maar 42% van de Catalaanse stemgerechtigden komen opdagen. Te weinig om het gebeuren ook maar een schijn van legitimiteit te verlenen.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Nadien verklaarde de regionale overheid wel dat 770.000 stembiljetten “in beslag genomen waren” door de Spaanse ordediensten. Indien die meegeteld waren zou de opkomst volgens de Catalaanse regering 57% bedragen.

    Een fabeltje, zo blijkt nu. In realiteit werden 13% van de stembureaus gesloten, hetgeen overeenstemt met 770.000 potentiële kiezers. Maar die konden elders gaan stemmen. 

    Geen Spaanse uitweg

    Je kan je afvragen waarom de Catalaanse separatisten de toevlucht namen tot zo’n referendum. De Spaanse grondwet staat immers niet in marmer gebeiteld. Allereerst laat ze nationale referenda toe, ook over zeer belangrijke kwesties zoals de toetreding van Spanje tot de NAVO in 1986.

    Maar voor referenda moet een 2/3de meerderheid gevonden worden in het Spaanse parlement. En die instelling wordt bijna volledig gedomineerd door partijen die tegen een afscheiding van Catalonië zijn. Trouwens, zelfs al zou zo’n Spaans referendum plaatsvinden, dan nog is de kans nihil dat de Spaanse bevolking op nationaal vlak beslist om Catalonië los te laten.

    Het is natuurlijk ook mogelijk om de grondwet te wijzigen, waardoor Catalonië bijvoorbeeld het recht zou krijgen om zich af te scheiden. Natuurlijk bestaat hier al evenmin een parlementaire meerderheid voor. Catalaanse onafhankelijkheid zou voor de Spaanse staat een gevaarlijk precedent betekenen. Want in dat geval kunnen straks alle Spaanse autonome gemeenschappen (de deelgebieden, te vergelijken met onze gewesten) zich hierop beroepen.

    Artikel 155

    Hoe dan ook, op 10 oktober verklaarde de Catalaanse regeringsleider Puigdemont in het regionale parlement dat hij door het referendum een mandaat verkregen had om van zijn regio een onafhankelijke staat te maken. Weliswaar schortte hij een formele onafhankelijkheidsverklaring met twee maanden op, naar eigen zeggen om ruimte te geven voor een dialoog met Madrid.

    Hiermee schond Puigdemont overigens zijn eigen wet, die bepaalde dat de onafhankelijkheid 48 uur na een “ja”-stem in het referendum zou uitgeroepen worden.

    Nadien is er veel te doen geweest om het inroepen van artikel 155 van de grondwet door de Spaanse regering tien dagen later. Het artikel kan enkel geactiveerd worden wanneer een autonome regio, zoals Catalonië, de Spaanse grondwet of het algemeen belang ernstig schaadt.

    De Spaanse regering heeft dan het recht maatregelen te nemen om het balorige deelgebied opnieuw in de wettelijkheid te dwingen. Het artikel kan door diezelfde regering niet “zomaar” toegepast worden. Eerst moet verzet worden aangetekend bij de regionale – lees: Catalaanse – minister-president. Madrid deed dit tweemaal.

     Het eerste antwoord van Puigdemont was ontwijkend. In het tweede bevestigde hij dat het Catalaanse parlement weldegelijk de onafhankelijkheid zou uitroepen indien Madrid de dialoog over dat thema zou blijven belemmeren. 

    AP

    De Spaanse regering werd dus geconfronteerd met de keuze tussen een onderhandelde boedelscheiding of een eenzijdige afscheiding. Indien ze artikel 155 niet had geactiveerd, had ze zelf de Spaanse grondwet ondermijnd.

    Tenzij de Catalaanse regering alsnog op andere gedachten komt, zal de Spaanse op 27 oktober de stemming van het artikel aan de Senaat voorleggen. Beoogd wordt om de normaliteit te herstellen, door de Catalaanse regering af te zetten en de regio voorlopig onder voogdij van Madrid te plaatsen.

    Binnen zes maanden volgen dan nieuwe verkiezingen. De beoogde normalisering is trouwens ook economische van aard. Sedert begin oktober verlieten al zo’n 700 bedrijven en de twee grootste banken Catalonië.

    Dan maar zelf uit Spanje stappen?

    Kan een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring de patstelling doorbreken? Het tegendeel lijkt waar. Er wordt vaak vergeten dat het internationale juridische kader net zo strikt is als dat van de nationale staat. Men wordt niet zomaar onafhankelijk.

    Op 26 juni 1945 kwam het “zelfbeschikkingsrecht der volkeren” in het Handvest van de Verenigde Naties terecht. Dat dit niet betekende dat elke bevolkingsgroep zich zomaar eenzijdig onafhankelijk kon verklaren, werd door VN- resolutie 1514 van 14 december 1960 verduidelijkt. Die bracht een zeer belangrijke en nieuwe nuance aan.

    Het verstoren van de eenheid van een bestaand land, werd immers onverzoenbaar geacht met de principes van de VN. Maar, hoe kan men nu het recht hebben om onafhankelijk te worden zonder de eenheid van een staat te ondermijnen?

    Welnu, een nieuwe staat verkrijgt enkel internationale erkenning indien die tot stand komt met toestemming van de (wetten van de) staat waarvan ze afscheurt.

    AFP or licensors

    Er zijn maar enkele uitzonderingen op die regel, waar eenzijdige afscheiding wél is toegestaan: kolonies, bezette gebieden en burgeroorlogen waar separatisme als “laatste redmiddel” toegestaan wordt. Gelukkig valt Catalonië hier niet onder.

    In principe zijn eenzijdige afscheidingen dus een fictie.

    De Belgen zijn toch ook niet de mening van de Nederlanders gaan vragen?

    Allemaal goed en wel, maar verwierf België in 1830 zijn onafhankelijkheid niet door een zo’n afscheiding? Wij zijn toch ook de mening van de Nederlanders niet gaan vragen?

    Deze vergelijking is weliswaar verleidelijk, maar onjuist.

    In de eerste plaats omdat het volkenrecht in 1830 omzeggens nog onbestaand was. Maar laten we aannemen dat Catalonië mag doen wat België deed. Wie zo redeneert, moet het ook “normaal” vinden dat Spanje reageert zoals Nederland in 1830 en 1831: door het sturen van zijn leger om de orde te herstellen.

    Maar wat dan met de Krim? Dat deel van Oekraïne scheidde zich toch in 2014 af om zich daarna bij Rusland aan te sluiten? Welnu, de internationale gemeenschap heeft dit nooit erkend, hoewel het op het terrein een realiteit is. Maar hier ligt net het grootste verschil met Catalonië: de separatisten op de Krim worden gesteund door een grootmacht, hun Catalaanse tegenhangers door niemand.

    Catalaanse opties beperkt

    Bovenal is de EU heftig gekant tegen dit onafhankelijkheidsstreven, ook omdat ze geen verspreiding wenst die kan leiden naar een verbrokkeling van de Unie in tientallen of zelfs honderden onafhankelijke regiostaatjes. 

    Het is trouwens opmerkelijk hoe nationalisten binnen de EU met twee maten en twee gewichten meten. Voor hen moet de EU een vrijwillige unie zijn tussen vrije volkeren met beperkte bevoegdheden. Europa moet zich al helemaal niet met nationale belangen inlaten.

    Maar wanneer het gaat om separatisme, moet de EU plots tussenkomen tegen de belangen van zijn eigen lidstaten en zich gedragen als een politeagent.

    Catalonië moet er sowieso rekening mee moet houden dat het, indien het zijn onafhankelijkheid verwerft, onmiddellijk buiten de Europese Unie en dus uit de eurozone valt. Om opnieuw tot de Unie toe te treden dient dan een nieuwe procedure te worden opgestart. De meeste Catalaanse leiders willen dat hun regio, als deel van Spanje of als onafhankelijke staat, tot de EU behoort.

    De paradox wil dat een onafhankelijk Catalonië op een bepaalde manier méér macht aan Spanje geeft over de Europese lotsbestemming van zijn eigen bevolking. Dat vloeit voort uit het Verdrag van Lissabon (2007), de “grondwet” van de EU zeg maar. Dit bepaalt dat de Europese Raad, die uit alle   regeringsleiders van de EU bestaat, met eenparigheid van stemmen moet toestemmen over de toetreding van een nieuwe lidstaat.

    Kortom, de beslissing om 7,5 miljoen Catalanen toegang te geven tot de EU komt zo in  handen te liggen van Madrid. Daar kan men het lidmaatschap in theorie voor eeuwig weigeren.

    In die omstandigheden is het aarzelen van de Catalaanse regering om eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen begrijpelijk. Anderzijds wordt duidelijk dat Spanje gewoonweg geen internationale bemiddeling kan toestaan. In dat scenario zijn Catalonië en Spanje gelijken voor de internationale gemeenschap, waardoor Catalonië al impliciet als een staat beschouwd wordt.

    Je kan je trouwens de vraag stellen of staten sedert 1945 nog door eigen toedoen onafhankelijk worden. In de huidige wereld is onafhankelijkheid een zeer vaag begrip. Ongeveer elke staat behoort wel tot een breder geheel, een systeem zeg maar. Pas wanneer het systeem faalt, worden landen onafhankelijk.

    Tjeerd Royaards/CM/HH

    In feite zijn er ook maar twee grote bewegingen die ervoor gezorgd hebben dat sedert de Tweede Wereldoorlog tientallen nieuwe staten ontstonden. De eerste was het dekolonisatieproces na de Tweede Wereldoorlog. De tweede was de instorting van de communistische wereld (1989-1991). Zolang de Sovjet-Unie sterk stond en de satellietstaten van die supermacht bovendien stevig verankerd waren in een militair-economische unie, was separatisme onmogelijk.  Pas toen het systeem begon te wankelen vielen de USSR, Tsjechoslovakije en – in het kielzog daarvan –  Joegoslavië uit elkaar.

    In politiek weet men natuurlijk maar nooit.  Maar zolang we leven onder de paraplu van de EU en de NAVO, ziet het er niet naar uit dat bestaande staatsgrenzen gewijzigd zullen worden.

    --

    VRT Nieuws wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.