Planbureau: "België moet elk jaar equivalent van een kerncentrale bijbouwen tot 2050"

Ons land moet tot 2050 elk jaar voor 1.100 megawatt aan nieuwe elektriciteitscentrales bijbouwen om aan de energiebehoefte te voldoen. Dat zegt het Planbureau. 1.100 megawatt is het equivalent van een grote kerncentrale, maar door de kernuitstap zijn kerncentrales geen optie. En als het huidige beleid onveranderd wordt voortgezet, is het uitgesloten dat België de klimaatdoelstellingen haalt, zo waarschuwt het Planbureau. 

"Om op elk ogenblik de vraag naar elektriciteit en het aanbod in evenwicht te houden, zijn aanzienlijke investeringen vereist", zo waarschuwt het Planbureau in zijn onderzoeksrapport "Het Belgische energielandschap tegen 2050". Dat is een rapport met langetermijnvooruitzichten die het bureau elke drie jaar publiceert. 

Concreet moet ons land vanaf nu tot 2050 elk jaar zo'n 1.100 megawatt aan nieuwe centrales bijbouwen, en dat zal handenvol geld kosten. In totaal is een investering van 32 miljard euro nodig, 15 miljard van nu tot 2030, en 17 miljard van 2030 tot 2050.  Vooral de periode na 2030 is kritiek, zo waarschuwt het Planbureau, door een sterke stijging van de vraag naar elektriciteit en investeringen voor de vervanging van bestaande centrales. 

1.100 megawatt komt overeen met de productie van een grote kerncentrale, maar door de wet op de kernuitstap zijn nieuwe kerncentrales uitgesloten. Het Planbureau gaat er dan ook van uit dat België tegen 2050 kernenergievrij is, en dat tegen dan twee energiebronnen de dienst uitmaken: hernieuwbare eenheden als water-, wind- en zonne-energie die 47 procent van de nettoproductie van elektriciteit voor hun rekening zullen nemen, en klassieke centrales op aardgas voor de overige 53 procent. 

Klimaatdoelstellingen

Dat volstaat echter absoluut niet om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. Daar is afgesproken om tegen het midden van de eeuw bijna helemaal koolstofvrij te zijn, terwijl ons land met dit beleid uitkomt op 53 procent aardgascentrales, die CO2 blijven uitstoten. 

Door het energie- en klimaatbeleid dat nu gevoerd wordt, daalt de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk tegen 2020, de uitstoot zal dan 26 procent onder het niveau van 1990 liggen, maar daarna zet de daling zich niet voort. Met het huidige beleid zou de CO2-intensiteit van de elektriciteitssector amper dalen met 15 procent, en de uitstoot zou in 2050 uiteindelijk maar 27 procent minder bedragen dan in 1990, een daling met amper een procentpunt tegenover 2020.

Om dus de verbintenissen te halen die ons land aangegaan is in het Klimaatakkoord van Parijs, en die ook Europa van ons vraagt, zal het beleid dus omgegooid moeten worden. Overigens zal het de komende decennia wel aantrekkelijker worden om over te schakelen naar hernieuwbare energieproductie, door de gestegen brandstofprijzen en de hogere heffingen op de CO2-uitstoot, en door de dalende kosten voor hernieuwbare energie als gevolg van technologische ontwikkelingen.  

Energieprijzen

Dat alles zal gevolgen hebben voor de energieprijzen: tussen 2015 en 2030 zullen de productiekosten stijgen met 11 procent, vooral als gevolg van de sterke stijging van de aardgasprijzen, zo verwacht het Planbureau.

"De kosten van het Belgische energiesysteem, die nog 11 procent van het bbp bedroegen in 2015, nemen stevig toe tot 13,6 procent in 2030", schrijft het Planbureau. Na 2030 dalen de productiekosten dan opnieuw door de technologische ontwikkelingen in offshore windenergie en zonne-energie die de kosten helpen drukken. Daardoor daalt ook het aandeel van de energiekosten in het bbp, dat in 2050 opnieuw ongeveer dezelfde waarde zal bereiken als in 2015, namelijk 11,8 procent. Het aandeel van de investeringen daarin blijft echter groeien, en zal in 2050 een derde van de totale kosten bedragen.  

"Windparken in de Noordzee"

Staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) zegt dat windmolens op zee de oplossing zijn, vooral omdat vanaf 2025 er volgens hem geen subsidies meer nodig zullen zijn voor die windparken.

We moeten er alles aan doen om de kosten van de energie-overgang zo beperkt mogelijk te houden, zo zei hij, en windmolens op zee kunnen daar zeker een rol in spelen, want het is duidelijk dat in Duitsland en andere landen de subsidies naar nul aan het gaan zijn, en dus moet België perfect kunnen volgen. 

Ons land heeft maar een klein stukje Noordzee, zo geeft De Backer toe, maar er wordt nu bekeken hoe we die ruimte zo goed mogelijk kunnen gebruiken, en bijkomende windmolens kunnen plaatsen. Voorts wordt er overlegd met de buurlanden om afspraken te maken over samenwerking, zo zei hij.