Meest recent

    Babyboom in China, en het zijn vooral tweede kinderen

    Meer dan de helft van het aantal kinderen dat dit jaar in China is geboren, is het tweede kind in het gezin. Het aantal ouders dat kiest voor een tweede kind is de hoogte ingeschoten sinds Peking vorig jaar de eenkindpolitiek versoepelde.

    Het aantal ouders dat kiest voor een tweede kind is de hoogte ingeschoten sinds Peking vorig jaar de eenkindpolitiek versoepelde die jarenlang standhield in China.

    Van januari tot en met augustus van dit jaar zijn in China, nog altijd het land met de grootste bevolking ter wereld, 11,6 miljoen kinderen geboren. Dat blijkt uit cijfers die het nieuwsagentschap van de Chinese overheid verspreidt. Meer dan de helft van die kinderen, 52 procent om precies te zijn, hebben een oudere broer of zus.

    Vorig jaar was 45 procent van de pasgeboren baby's een tweede kind in het gezin. Over het hele jaar werden toen 18,5 miljoen kinderen geboren, wat toen al als een heuse babyboom werd beschouwd. Die werd niet alleen verklaard door het versoepelen van de eenkindpolitiek, maar ook doordat 2016 een jaar van de aap was, wat in China beschouwd wordt als een gunstig jaar om geboren te worden.

    AP2007

    De eenkindpolitiek werd in China ingevoerd in 1979 om het groeiende bevolkingsaantal in te dijken. De maatregel was omstreden, maar hield lang stand. Gaandeweg werd hij wel enigszins versoepeld. Zo konden etnische minderheden of families in bepaalde provincies meer kinderen hebben.

    In 2013 werd toegestaan dat ouders die zelf enig kind waren, twee kinderen konden hebben. De maatregel moest de vergrijzing van de bevolking afremmen en het onevenwicht tussen mannen en vrouwen bijstellen. Sinds 1 januari 2016 mogen alle koppels in China twee kinderen hebben.