Meest recent

    Griezeliger wordt het niet: de slijmprik eet zich door kadavers en verstikt zijn slachtoffers met slijm

    Met Halloween trachten mensen elkaar schrik aan te jagen met angstaanjagende versieringen en kostuums, en soms lukt dat vrij aardig. Voor echte griezels is de natuur echter de aangewezen plek: bijvoorbeeld de slijmprik. Een primitieve vis die slijm gebruikt om te ontsnappen aan zijn vijanden, en om prooien te doden. En die twee rijen tanden heeft, die hij naar voor en achter kan bewegen om prooien op te slokken. Als hij tenminste niet een kadaver aan het verorberen is, wat hij het liefst doet door er zich helemaal in en door te vreten...

    Slijmprikken leven diep in de zee, op de zeebodem, en ze blijken een nachtmerrie te zijn voor vissen die in de zeebodem leven. 

    Stel je voor dat je een kleine, brave rode lintvis bent. Je verstopt je voor roofvissen in een holletje in de zeebodem, en af en toe steek je je kop eens buiten om te zien of het veilig is om op zoek te gaan naar voedsel. Een opwindend leven is het niet, maar je bent het gewend en het is O.K. 

    En dan, op een niet zo mooie dag, zit je in je holletje, en ineens ben je omgeven door taai, kleverig slijm, dat je kieuwen verstopt zodat je niet meer kunt ademen. Je bent het slachtoffer geworden van een slijmprik, die eens je gestikt bent, je met zijn gruwelijke tanden zal vastgrijpen, uit je hol zal sleuren en je zal opslokken. 

    De kans dat een andere roofvis hetzelfde zal doen met de slijmprik, is bijzonder klein, aangezien hetzelfde slijm hem beschermt tegen aanvallers. En zelfs de meeste mensen zouden een slijmprik waarschijnlijk al helemaal niet willen opeten, aangezien hij vaak rottende karkassen op de zeebodem opeet van binnen uit. 

    Een gewone of Atlantische slijmprik  (Foto: Arnstein Rønning).

    Primitief

    Slijmprikken zijn primitieve kaakloze vissen, die zo'n beetje tussen wormen en vissen in zitten. Ze hebben namelijk wel een soort van ruggenmerg, zenuwen die vanuit hun kraakbenige schedel naar hun staart lopen, maar geen ruggengraat. In de plaats daarvan loopt er door hun rug een kraakbeenstaaf, waardoor ze erg soepel zijn en zichzelf vlot in een knoop kunnen leggen. Die knoop gebruiken ze om zich te verankeren, en ook om het slijm dat ze geproduceerd hebben om een roofdier af te schrikken, van hun lichaam te krijgen. Ze leggen de knoop dan in hun staart en schuiven die naar hun kop toe, waardoor het slijm van hun lichaam losgemaakt wordt.   

    Ze lijken op de gemeenschappelijke voorouder van alle gewervelde dieren, en uit fossielen blijkt dat ze de laatste 300 miljoen jaar nauwelijks veranderd zijn. 

    Een slijmprik komt te voorschijn uit een spons op de zeebodem (foto: NOAA)

    Jagers

    Er werd lang gedacht dat ze uitsluitend aas aten, maar enige tijd geleden is vastgesteld dat ze ook actief op jacht gaan. Vincent Zintzen en een team van het Museum of New Zealand in Wellington gebruikten videocamera's om ze op heterdaad te betrappen, en eind 2009 zagen ze inderdaad een slijmprik van het geslacht Neomyxine ten aanval trekken. 

    De slijmprik begon met rond te zoeken op de zeebodem, en zijn kop in holen te steken. Slijmprikken hebben wel ogen maar geen lenzen, en dus kunnen ze niet veel meer onderscheiden dan licht en donker, zodat de slijmprik hoogstwaarschijnlijk vertrouwde op zijn reuk en tastzin, daarbij geholpen door de voeldraden rond zijn mond. 

    Toen de slijmprik een bewoond hol had gevonden, stak hij zijn kop en zijn lijf naar binnen, met enkel zijn staart nog zichtbaar inhet water. Gedurende de volgende minuut, spande en ontspande hij geregeld zijn spieren, en Zintzen denkt dat de slijmprik zijn prooi in zijn bek had genomen, en begonnen was met ze naar binnen te werken. Om prooien in te slikken, duwen slijmprikken twee kraakbeenplaten naar buiten waarop verschillende rijen tanden staan. Die tanden bijten zich vast in de prooi, en worden dan teruggetrokken, waardoor het voedsel in de bek van de slijmprik verdwijnt (zie foto bovenaan). 

    Daarna ontspande de slijmprik zich een minuut lang, met zijn staart losjes op de zeebodem. Mogelijk gaf hij toen slijm af, en moest hij dan wachten tot zijn prooi gestikt was. Uiteindelijk legde de slijmprik zijn staart in een knoop, waardoor hij zichzelf verankerde op de zeebodem, en vervolgens trok hij zijn dode prooi uit het hol en zwom er mee weg. 

    Het slijm van de slijmprikken is erg elastisch en kleverig. Public Domain

    Haaien afschrikken

    De camera's van Zintzen en zijn team konden slechts van een van de meer dan 70 soorten slijmprikken vastleggen dat ze actief op jacht gaan, maar mogelijk doen ze dat allemaal. Ze produceren in elk geval allemaal op zeer korte tijd enorme hoeveelheden slijm, wat zeker van pas zou komen bij de jacht. 

    Dat slijm gebruiken slijmprikken dus ook om van roofvissen af te komen. Zintzen filmde 14 gevallen van grotere vissen die een slijmprik beten, en het enige gevolg was dat de roofvis een bek vol slijm kreeg en zich snel uit de voeten maakte. De ongelukkige roofvissen trokken zelfs krampachtig hun kieuwen bij elkaar om van het slijm af te komen, wat te vergelijken is met een mens die kokhalst. 

    En zelfs geduchte rovers als valse doornhaaien werden door het slijm afgeschrikt, wat toch wel indrukwekkend is. Valse doornhaaien brengen immers heel wat kleinere vissen danig in paniek, en in aquaria zijn er gevallen bekend van prooivissen die uit de tanks springen in een wanhopige poging om te ontkomen aan de doornhaaien. Bij de waarnemingen in het wild toonden de slijmprikken geen enkele paniek of opwinding, ze waren zelfs opvallend geblaseerd over de haaien. Ze negeerden die volkomen, tenzij wanneer ze gebeten werden, en zelfs als ze aangevallen werden, leken ze daar geen enkel nadeel van te ondervinden en gingen ze onmiddellijk voort met zich te voeden, alsof er niets gebeurd was.  

    Een valse doornhaai (bovenaan) en een wrakbaars (onderaan) proberen een slijmprik te bijten (Illustratie: V. Zintzen et al in Scientific Reports 1).

    Kadavers en vissen in netten

    Dat slijmprikken kadavers op de zeebodem eten, was al langer bekend. Als ze een groot kadaver vinden, boren ze zich er in en eten het van binnenuit op. Dat doen ze overigens ook bij grote vissen die gevangen zitten in netten, en de visser vindt dan alleen nog een leeg omhulsel met graten in. Wat uniek is bij de gewervelden, is dat slijmprikken een darmkanaal hebben, meer ook voedingsstoffen kunnen opnemen langs hun huid en hun kieuwen. 

    Nu is je in een kadaver in ontbinding boren, niet zonder problemen. Er zal weinig zuurstof in het water zitten en daarentegen erg veel giftige ammoniak van het rottende lichaam. 

    Maar ook daar hebben de slijmprikken iets op gevonden. De meeste dieren stoppen onder dergelijke omstandigheden met het opnemen van voedingsstoffen, omdat dat de weinige zuurstof die er is, opgebruikt, en ze energie moeten steken in het bevechten van de giftige effecten van de ammoniak. Slijmprikken niet, bij hen heeft ammoniak geen invloed op hun voedselopname, zo is gebleken uit onderzoek, en water met weinig zuurstof doet hun voedselopname zelfs toenemen. 

    Als ze geconfronteerd worden met hypoxie, zuurstoftekorten, verdrievoudigden de slijmprikken de opname van het aminozuur glycine door hun kieuwen, en namen ze er zelfs zes keer meer van op door hun darmen. Een groot deel van die glycine belandde uiteindelijk in hun hersenen, waar het mogelijk de zenuwcellen beschermt tegen schade door zuurstoftekort. 

    Die mogelijkheid om zich niets aan te trekken van zuurstoftekorten en ammoniak, geeft de slijmprikken waarschijnlijk een voordeel bij de strijd om de weinige voedselbronnen die er op de zeebodem te vinden zijn. Bovendien storten de zuurstofniveaus in de zee soms in, en de slijmprikken voelen zich blijkbaar net prima in zo'n zuurstofarme hel.  

     

    Een auto op de snelweg nadat een vrachtwagen met 3 ton slijmprikken gekanteld was. Oregon State Police

    De verdediging tegen aanvallers en een slijmprik op jacht

    Slijmprikken verslinden een dode vis

    Slijm, slijm en nog eens slijm