imago stock&people

Hoe Facebook en vrienden gevangen zitten in een web van fake news en propaganda

Toplui van Facebook, Twitter en Google getuigen vanavond voor het Amerikaanse Congres in het onderzoek naar mogelijke Russische inmenging bij de Amerikaanse verkiezingen. Tim Verheyden blikt vooruit. 

labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Hoorzittingen in Capitol Hill, het hart van de Amerikaanse politiek in Washington, zijn dagelijkse kost. Maar die van de komende dagen zullen wereldwijd met meer dan veel belangstelling worden gevolgd, want toplui van Facebook, Twitter en Google verschijnen voor onderzoekers van het Amerikaanse Congres die uitzoeken hoe inmenging vanuit Rusland de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft beïnvloed, met als ultieme wapen de sociale media.

Wie Mark Zuckerberg verwacht op het verhoorbankje bij de Senaat én het Huis van Afgevaardigden, net als Jack Dorsey van Twitter en Sunder Pichai van Google, heeft alvast weinig om naar uit te kijken. Zij komen niet. Ook al om er niet hét politieke media-event van het jaar van te maken. Daarom komen de respectievelijke general counsels van de bedrijven, de topadvocaten zeg maar.

Dat maakt de hoorzittingen daarom niet minder interessant. Integendeel. De voorbije ontmoetingen tussen de top van de bedrijven uit Silicon Valley en de onderzoekers vonden altijd plaats achter gesloten deuren. Deze keer gaan die open en de camera's en de sociale media kijken mee.

Hopelijk krijgen we meer inzicht in de manier waarop onder meer de verspreiders van propaganda de technologie achter Facebook, Twitter en Google gebruiken om hun boodschappen zo wijdverspreid te krijgen.

De Democratische senator Mark Warren zei na één van de eerste ontmoetingen met de bedrijven dat hij verbijsterd was over de houding van Facebook, Twitter en Google en dat deze niet lijken te begrijpen hoe groot hun rol is geweest bij de Russische pogingen om via de sociale media de Amerikaanse presidentsverkiezingen te sturen en Amerika te verdelen.

Op een zucht van een jaar na de verkiezing van Donald Trump tot president zitten enkele grote tech-bedrijven uit Silicon Valley op de verhoorbank. 

Hoe zijn we hier geraakt?

Laten we eerst en vooral kijken naar Facebook, het platform met wereldwijd ruim 2 miljard gebruikers en de plek waar er veel fake news wordt gedeeld.

Januari 2016

De eerste tekenen van nepnieuws op Facebook duiken op. De toenmalige president Obama spreekt met Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook, over het fenomeen na de schietpartij in San Bernardino, Californië. In december 2015 viel een koppel een zorginstelling in San Bernardino binnen. 14 mensenwerden gedood, 16 raakten gewond. Obama en Zuckerberg spreken over de rol van sociale media in de aanpak van zogenoemde hate speech, uitspraken die aanzetten tot haat. Zo waren er veel, want de vrouw had op Facebook trouw gezworen aan IS en meteen kwamen er veel negatieve reacties tegenover moslims in het algemeen. Tegelijkertijd duiken een aantal verzonnen berichten op.

Zomer 2016

De Amerikaanse inlichtingendienst FBI bevestigt dat ze een onderzoek opent naar de hacking van het computernetwerk van de Amerikaanse Democratische partij. Het is de eerste keer dat er wordt bevestigd dat er een onderzoek loopt naar mogelijke Russische inmenging.

Tijdens de zomer van 2016 en de maanden erna draaien fake news-bedrijfjes overuren met het verzinnen van nepnieuws, maar ook met de verspreiding van propaganda. Russische computerspecialisten gebruiken de sociale media om gericht politieke boodschappen de wereld in te sturen via nepaccounts op Twitter en Facebook. Iets wat we nu weten, maar op dat moment nog niet.
In die periode haalt Donald Trump elke dag de geloofwaardigheid van de klassieke media meer en meer onderuit en hij gebruikt daarvoor de term fake news. 

Daarnaast verspreidden ook nog eens onder meer tieners uit Macedonië valse nieuwsberichten om er geld mee te verdienen. Voor het reportagemagazine Pano slaagde ik er in om met zo'n tiener te spreken. Bekijk het fragment hieronder. 

Video player inladen ...

8 november 2016

Donald Trump wordt tot 45e president van de Verenigde Staten verkozen. Er wordt in de media veel gepraat over 'Project Alamo', een investering van 150 miljoen dollar aan politieke advertenties tijdens zijn campagne via onder meer Facebook. Trump gebruikt daarvoor de data van 220 miljoen Amerikanen. Data achtergelaten op het internet. Via Facebook kan je gericht advertenties sturen. Zo specifiek dat je voor iederéén zelfs een aparte advertentie zou kunnen maken. En dat deed Trump, op maat van gebruikers advertenties sturen die hen moesten overtuigen voor hem te stemmen. Obama gebruikte bij zijn eerst verkiezing ook de sociale media om mensen te overtuigen, maar niet op deze manier.

10 november 2016

Mark Zuckerberg zegt voor het eerst in publiek dat de impact van fake news op de verkiezingen minimaal zou zijn. Hij ontkent ook haast dat er iets zou bestaan als fake news. "Mensen nemen hun beslissingen, dus ook op wie ze stemmen, op basis van wat ze meemaken in het echte leven", verklaart Zuckerberg.

Intussen is gebleken dat sociale media wel degelijke een grote impact hebben op wat mensen beslissen.

Was fake news doorslaggevend bij de Amerikaanse verkiezingen? Neen. Maar op een gegeven moment, in de weken voor verkiezingsdag, zijn er wel meer valse berichten gedeeld en leuk gevonden dan dat mensen echt nieuws op hun tijdslijn zagen. 
Zo ontdekte de Amerikaanse site Buzzfeed dat nepnieuws op Facebook werd gelezen door ruim 8 miljoen gebruikers en nieuwsberichten van CNN en The New York Times door 7 miljoen gebruikers. 

In zogenoemde 'swing states' als Michigan en Wisconsin won Trump soms maar met enkele duizenden stemmen verschil. Ook daar kwamen veel Facebookgebruikers in aanraking met fake news. Het blijft moeilijk om de impact te meten.

December 2016 - april 2017

De onderzoeken naar het fenomeen van fake news groeien, net als naar de Russische betrokkenheid bij de hacking van computers en het verspreiden van nepnieuws. Facebook erkent intussen het probleem en zoekt manieren om het aan te pakken. Zo werken ze bijvoorbeeld in Nederland samen met de nieuwssite nu.nl om berichten te checken. Maar dan nog is de strijd tegen nepnieuws zo moeilijk.

28 april 2017

Facebook publiceert een document waarin staat dat er inderdaad bewijzen van Russische inmenging zijn gevonden. Over de grootte en de impact is er dan nog geen duidelijkheid.
De Amerikaanse politiek volgt de ontwikkelingen op de voet, speurders van de FBI en de Amerikaanse senatoren voeren hun onderzoek op.

Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

6 september 2017

Facebook onthult voor het eerst cijfers over de Russische inmenging. Rusissche propagandisten hebben 100.000 dollar besteed aan 3.000 gerichte politieke advertenties, verspreid via 470 nepaccounts. Ze zijn gelezen door tien miljoen gebruikers. Specialisten, onder wie de Amerikaanse onderzoeker Jonathan Albright zeggen dat de impact nog veel groter is. En het gaat heus niet alleen maar over verzonnen berichten. Er komt ook meer informatie over nepprofielen op Facebook.

Een voorbeeld van zo'n nepprofiel is de intussen niet meer bestaande Facebookpagina Blacktivist. De pagina leek wat op het facebookaccount van 'Black Lives Matter', de pagina die opkomt voor de rechten van zwarte Amerikanen. Blacktivist riep mensen op om te protesteren tegen politiegeweld, organiseerde betogingen en kocht advertenties om hun zaak kracht bij te zetten. De site haalde 350.000 likes, zo een 40.000 meer dan Black Lives Matter, maar wat niemand toen wist is dat de site werd aangestuurd vanuit Rusland en met heel gerichte betaalde berichten mensen in Ferguson en Baltimore, waar twee zwarte tieners slachtoffer zijn geworden van politiegeweld, aanspoorde om op straat te komen en op die manier meer verdeeldheid te zaaien. 

Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen gaat niet alleen over het promoten van berichten over Trump, het hacken van computernetwerken, maar ook over bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten door gebruikers te 'targeten' met specifieke berichten. 

En het is niet moeilijk om het profiel van mensen te leren kennen en te weten waar ze mee bezig zijn, want die informatie geven we elke dag bloot op het internet.

Wat met Twitter en Google?

Na Facebook heeft nu ook Twitter bekendgemaakt dat het valse accounts heeft verwijderd die gelinkt kunnen worden aan Russische hackers, 201 profielen in totaal. En dat het 450 dubieuze Facebookprofielen en -pagina’s kan linken aan 22 Twitteraccounts. Ook is intussen duidelijk dat tijdens de presidentscampagne gebruikers van Twitter in de swingstates meer nepnieuws dan echt nieuws te zien kregen in hun feed. Net als Facebook en Twitter heeft ook Google intussen haar advertentiebeleid aangepast. Dat is een eerste stap om fake news aan te pakken. 

De sites die nepnieuws verspreiden verdienen geld door advertenties, die door Facebook en Google worden geleverd, op hun site te plaatsen. De twee platformen hebben al beslist dat dat niet meer zal lukken als duidelijk is dat bepaalde sites die gebruik maken van de diensten van Facebook en Google nepnieuws verspreiden. 
Maar het probleem is uiteraard nog de wereld niet uit. Onlangs, bij de dodelijke schietpartij in Las Vegas, doken op Facebook, Twitter en YouTube (van Google) al snel erg veel nepberichten en gemanipuleerde video's op over wat er was gebeurd. 

En nu?

Eerst uitkijken naar wat de topadvocaten van Facebook, Google en Twitter vertellen in het Amerikaanse Congres. Naast mogelijk Russische inmenging bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen staat ook de geloofwaardigheid van de drie bedrijven op het spel. En die is erg veel waard. Zeker Facebook zit gevangen in een catch-22 zegt auteur Matthew Ingram: "Het bedrijf kan zeggen dat de Russische advertenties en accounts niet zo'n grote invloed hadden, maar het verdienmodel is wel gebouwd op advertenties. En die advertenties verkoopt het met het argument dat Facebook wél gedrag kan beïnvloeden". 

Jaren geleden stond ik tijdens de revolutie in Egypte op het Tahrirplein en prees iedereen de kracht en de rol van de sociale media, en zeker Twitter, in de zoektocht van veel mensen naar democratie in de ruime zin van het woord. Diezelfde sociale media blijven even krachtig als toen, alleen kunnen ze ook de samenleving en de democratie op een niet zo frisse manier onder druk zetten. 

We moeten zeker niet terug naar de tijd voor Google, Twitter en Facebook. De nog steeds erg jonge bedrijven hebben op korte tijd op maatschappelijk en economisch vlak veel veranderd in het leven van veel mensen. Maar de discussie over welke rol ze elke dag in ons leven spelen, is belangrijker én meer nodig dan ooit.