Copyright Marie Van den Meersschaut / Reporters

Hoe lang heeft u nog te leven? Wat er gebeurt wanneer we nadenken over onze dood

Denken over de dood doet vreemde dingen met onze geest. Het stimuleert vooroordelen en agressie, maar het kan ons ook vriendelijker en behulpzamer maken. Volgens psychologen heeft dat allemaal te maken met onze angst om ooit te sterven. Of hoe de de angst voor de dood ons leven beheerst, zonder dat we dat zelf beseffen. 

Wanneer heeft u voor het laatste nagedacht over uw eigen dood? Is uw sterfdag nabij of zal u pas over vele decennia uw laatste adem uitblazen? Zal u sterven in een warm bed of op de pechstrook van een autostrade? Zal u omringd zijn door geliefden of moederziel alleen?  En wat zal er met uw lichaam gebeuren, na uw overlijden?

Waarschijnlijk voelt u zich na het lezen van deze vragen wat ongemakkelijk. En misschien voelt u nu de aandrang om dit artikel te sluiten, om snel iets anders te doen. Een leuke video op Youtube bekijken, bijvoorbeeld, of snel even een mailtje sturen. Wanneer we plots geconfronteerd worden met onze eindigheid, is elke afleiding welkom. (Als het een troost mag zijn: ook de auteur van dit artikel voelde zich ongemakkelijk tijdens het schrijven van dit artikel.)

Stekelvarkens en perziken

Op zich is dat onbehagen vreemd, want sterven doen we allemaal. Onherroepelijk. Geen arts of medicijn die daar iets aan kan veranderen. Het is dus dubbel: vroeg of laat sterven we allemaal, maar we worden daar liever niet te vaak mee geconfronteerd. Wanneer we tòch herinnerd worden aan onze eindigheid, dan doet dat vreemde dingen met onze geest. 

Eén van de meest invloedrijke theorieën hierover is de zogenoemde ‘terror management theorie’. Die theorie heeft niets te maken met terrorisme, maar alles met onze angst voor de dood. Het uitgangspunt is eenvoudig: net als dieren hebben we een instinctieve drang om in leven te blijven; in tegenstelling tot dieren wéten we echter dat we ooit zullen sterven. Dat akelig besef van onze sterfelijkheid maakt ons onrustig en dus proberen we het zoveel mogelijk weg te duwen. 

In de woorden van psycholoog Sheldon Solomon, één van de grondleggers van de theorie: “Mensen doen er alles aan om te vergeten dat ze ademende stukken kakkend vlees zijn, net zo vergankelijk als een stekelvarken of een perzik.”

Mensen doen er alles aan om te vergeten dat ze ademende stukken kakkend vlees zijn, net zo vergankelijk als een stekelvarken of een perzik.

Sheldon Solomon

We willen ons dus graag een stukje onsterfelijk voelen. Denk maar aan de kunstenaar, die hoopt dat zijn werken de tand des tijds zullen overleven. Of aan de politicus die streeft naar roem en erkenning. Allebei verlangen ze naar een vleugje onsterfelijkheid. Geen hiernamaals in de letterlijke zin van het woord, maar een soort symbolisch Walhalla. Verder leven in de gedachten van anderen.

Volgens de terror management theorie is er nog een andere manier om onze angst voor de dood weg te duwen. Dat doen we ook door ons te identificeren met de groep waartoe we behoren. Die groep bestond immers al voor we geboren werden en ze zal blijven bestaan na ons overlijden. We zijn, kortom, deel van iets dat groter is dan onszelf. Iets dat blijft. En dus voelen we ons beter dan een perzik of een stekelvarken.

Wij en zij

De laatste dertig jaar werd het uitgangspunt van de terror management theorie bevestigd in meer dan 500 experimenten. In veel van die experimenten worden proefpersonen geconfronteerd met hun eigen vergankelijkheid. In één onderzoek kregen onschuldige voorbijgangers vragen voorgeschoteld terwijl ze net een kerkhof passeerden. De nabijheid van het kerkhof had invloed op hun antwoorden, zonder dat ze dat zelf beseften.

Bij een ander onderzoek werd de ene helft van de proefpersonen ondervraagd door een wetenschapper in een T-shirt met de afdruk van een doodskop. De andere helft kreeg dezelfde vragen van een wetenschapper in een normale outfit. Ook hier beïnvloedde de subtiele verwijzing naar de dood het antwoord op de vragen. (En nee, die vragen hadden op zich niets te maken met de dood; ze gingen over een doodgewone basketbalwedstrijd.)

Wetenschappelijke  experimenten tonen aan dat blootstelling aan de dood een voorspelbaar effect heeft. Het maakt dat we ons meer gaan identificeren met mensen die hetzelfde wereldbeeld hebben. Eenvoudiger geformuleerd: na een herinnering aan onze dood oordelen we positiever over mensen die zijn “zoals wij” en kritischer over mensen die “anders” zijn.

Een christen zal milder oordelen over andere christenen en kritischer over joden en moslims. Wie gelooft in de evolutietheorie zal dan weer positiever staan tegenover mensen die ook geloven in de evolutietheorie; mensen die wél geloven in het scheppingsverhaal zal hij dan weer kritischer benaderen. En dat allemaal door een korte herinnering aan de dood.  

Er zijn ook studies die aantonen dat herinnering aan de dood ons agressiever kan maken. Het zou er ook voor zorgen dat we meer sympathie krijgen voor autoritaire leiders. En het zou ons vooroordeel tegenover vreemdelingen aanscherpen. Al bij al geen prettig plaatje.

Doodscafés, sterf-apps en de Dag van de Doden

Toch hoeft denken aan de dood geen slechte zaak te zijn. Andere studies tonen net een positief effect. Bij sommige studies bleken proefpersonen net méér geneigd om hun medemens te helpen. Herinnerd worden aan de dood kan ons zelfs motiveren om gezonder te gaan leven, bijvoorbeeld door minder te roken of te drinken. Het zorgt er ook voor dat mensen meer geneigd zijn om het gezelschap van hun geliefden op te zoeken. En het zou de samenhorigheid binnen de groep ten goede komen. Het is dus allemaal een kwestie van context.  

Reflecteren over de eigen sterfelijkheid heeft dan ook een lange traditie. Romeinse generaals werden tijdens hun overwinningsparade soms gevolgd door een slaaf die hen herinnerde aan hun vergankelijkheid.  

Het denken over de dood is ook vandaag niet helemaal verdwenen. In verschillende landen zijn er tegenwoordig “doodscafés”, waar mensen bij een kopje thee en een stuk cake samenkomen om na te denken over de dood. Er zijn ook apps die berekenen hoe lang je nog te leven hebt. Echt wetenschappelijk zijn die sterf-apps natuurlijk niet, maar ze maken je wel meer bewust van je eindigheid. En dat is natuurlijk de bedoeling.

En dan zijn er natuurlijk ook nog de feestdagen. Mexicanen vieren elk jaar de “Día de los Muertos” of “Dag van de Doden”. Op die dag trekken jong en oud massaal naar kerkhoven om de dood te vieren. Er wordt gedronken, gezongen en gedanst. Voor de kinderen zijn er snoepjes in de vorm van doodskoppen en skeletten. 

In Parijs, Londen of New York wordt het woord “dood” niet uitgesproken, want het brandt op de lippen.

Octavio Paz

Voor Europeanen is het allemaal een beetje vreemd. Zoals de Mexicaanse schrijver Octavio Paz ooit opmerkte: “In Parijs, Londen of New York wordt het woord “dood” niet uitgesproken, want het brandt op de lippen. De Mexicaan, daarentegen, is vertrouwd met de dood, maakt er grapjes over, streelt haar, slaapt met haar en viert haar.”

Natuurlijk hebben ook wij ons jaarlijks feest van de doden. Rond Allerheiligen en Allerzielen trekken we massaal naar het kerkhof om onze overledenen te herdenken. Grafzerken worden netjes opgepoetst, de verkoop van chrysanten piekt. We halen herinneringen op en mijmeren over de eindigheid van het leven. 

Vanaf volgende week liggen de kerkhoven er opnieuw verlaten bij. De bossen bloemen zullen verwelken en veel zerken zullen weer verdwijnen onder een dun laagje mos. Tot het volgend jaar opnieuw tijd is om onze doden te herdenken.

Misschien doet u tot dan uw best om zo weinig mogelijk aan de dood te denken. Als de terror management theorie klopt, dan is dat een verloren strijd. De angst voor de dood is voortdurend aanwezig, in alles wat we doen. En dus kunnen we die angst maar beter onder ogen zien.