De wapenepidemie: een Amerikaanse tragedie

Deze week wijdt onze man in Amerika zijn kroniek aan de onverkwikkelijke wapenepidemie in de Verenigde Staten. Over de strijd tussen het onvermijdelijke, over snelle emotie en verbazende onverschilligheid.

“Ook al moest ik vluchten voor mijn leven, toen Steven Paddock in het rond begon te schieten en een bloedbad aanrichtte in Las Vegas, dan nog wil ik met hand en tand het Amerikaanse recht verdedigen om wapens te dragen en te verzamelen.”  Die verwonderlijke woorden spreekt Ron tegen mij als ik hem ontmoet twee dagen na de bloedigste schietpartij in de geschiedenis van Amerika. 

Ron zag die eerste oktober, die vreselijke zondagavond in Las Vegas, mensen op de concertweide naast hem neervallen als vliegen, door een nekschot, door een geweerschot in het hoofd. Ron vluchtte ijlings weg met zijn zoon, naar het dichtste hotel in de buurt, de Tropicana, kwam daar even op adem en kreeg toen van de weeromstuit een hartaanval, van de stress. Twee dagen later sta ik samen met Ron in de tuin van het hotel te kijken naar het opengebroken raam in het Mandalay Bay Hotel, waarvandaan Stephen Paddock zijn massamoord pleegde. 

Video player inladen ...

“Het was een lafaard”, zegt Ron. “Hij durfde niet eens de mensen aan te kijken die hij beschoot. Dat hij veel wapens bezat, dat vind ik geen probleem.”

Bij het onderzoek naar de massamoord in Las Vegas (59 doden en 500 gewonden door één schutter) bleek al snel dat Stephen Paddock zijn wapens legaal had aangeschaft. Het bleek ook al snel dat hij zijn wapens met een eenvoudige ingreep had omgeturnd tot volautomatische geweren.  Waardoor het werkelijk kogels regende op de duizenden concertgangers 30 verdiepingen lager. 

Bump stock

Plots leerde de wereld de ‘bump stock’ kennen, een accessoire dat het mogelijk maakt om honderden kogels per minuut af te vuren zonder te hoeven herladen. Iedereen was het er snel over eens: bump stocks moesten de wereld uit. Vanaf 99 dollar kan je al zo’n bump stock kopen in de Walmart. Zelfs de wapenlobby leek te buigen. Ook de Republikeinse politici zeiden: dit soort spul moet van de markt, of toch op zijn minst strenger gereguleerd.

Dit is wat de bump stock deed: 59 doden en 500 gewonden in een goede 10 minuten tijd. 

Eén maand later

We zijn nu één maand na het bloedbad. En wat heeft de Amerikaanse politiek gedaan? Wat hij altijd doet: niets, eigenlijk. Er is niet één hoorzitting gehouden over de bump stocks of over de wapenwetgeving. Niet één. Las Vegas is intussen al lang weggedeemsterd uit het nieuws. Op naar de volgende waan van de dag. En intussen gebeurt er niets. Of ja, toch wel: sinds de schietpartij in Las Vegas is de vraag naar bump stocks in staten als Arizona de hoogte ingeschoten. Iedereen kan overigens zo’n bump stock kopen. Er zijn geen regels. Volgens de wet is het ook geen wapen. En op dit moment is het zelfs een goede belegging. Als ze ooit verboden worden, zullen ze twee tot drie keer zoveel waard zijn als nu.

Dit is wat de bump stock deed: 59 doden en 500 gewonden in een goede 10 minuten tijd. Het is nu wachten op het volgende bloedbad voor er weer verontwaardiging uitbreekt en weer zal gebeuren wat we allemaal verwachten. Namelijk, niets. 

Slachtoffers versus wapenindustrie

Alle fatsoenlijke mensen voelden pijn, verdriet en terechte woede na het bloedbad van Las Vegas op 1 oktober. Een motief voor de daden van Stephen Paddock is nog altijd niet gevonden. Maar maakt dat iets uit voor de vele doden in Nevada? Maakte het motief iets uit voor de doden van het bloedbad in Orlando in juni 2016? Maakte het iets uit voor de doden in San Bernardino in december 2015? Of bij de twintig kinderen die in december 2012 omkwamen in een schooltje in Newtown, Connecticut, toen Adam Lanza zijn verstand verloor?

Waarom doen Amerikaanse leiders niets om wapens die dienen tot massavernietiging in te perken?

De Amerikaanse politiek trekt nooit de kaart van de slachtoffers, maar altijd die van de wapenindustrie. Dat is een feit, geen mening. Is het overdreven te stellen dat het een morele schande is en een nationale ramp dat burgers in de VS volkomen legaal wapens kunnen kopen die ontworpen zijn om mensen met brutale snelheid en efficiëntie af te knallen? Waarom vragen Amerikaanse leiders telkens naar vrome gebeden voor de slachtoffers en doen ze vervolgens niets om wapens die dienen tot massavernietiging in te perken?

Tegenstanders van wapenbeheersing blijven na elk bloedbad beweren dat geen enkele wet een gek kan tegenhouden om dood en verderf aan te richten. Dat is waar. Ze blijven beweren dat de vrijheid van de Amerikaan om wapens te bezitten en te dragen niet kan of mag worden ingeperkt. Dat dat recht in de grondwet ligt verankerd. Ook dat is waar. De tegenstanders van wapenbeperking zullen blijven zeggen dat massaschietpartijen ook gebeuren in landen waar wapengebruik veel strikter is. Denk aan de aanslagen in Engeland, denk aan het bloedbad van 13 november 2015 in Parijs, denk aan de gruwel aangericht door Anders Breivik in de zomer van 2011 in Oslo en Utøya. Ook dat is een (jammerlijk) feit.

Ruim 34.000 doden per jaar

Amerika probeert niet eens. Wapens worden steeds vrijer ter beschikking gesteld, steeds meer beperkingen worden opgeheven. En de Amerikaanse kiezer beloont politici zelfs die niets doen aan de vreselijke statistieken van het wapengeweld. Ruim 34.000 doden per jaar door wapens: zelfmoorden, moorden, ongevallen, geweld op straat, bendeoorlogen, huiselijke ruzies. Bijna 90 doden per dag door het gebruik van wapens. 

Bijna 400 miljoen wapens zijn er in omloop. Dat is een tijdbom die om de zoveel tijd wel móét afgaan. Alleen het verminderen van het aantal wapens en de beschikbare munitie zal het bloeden kunnen stelpen. Niet de strengere regeling van wie in de toekomst een wapen mag aanschaffen. Daarvoor is het te laat. Kijk naar Adam Lanza in 2012: hij had geen wapenvergunning, hij bezat zelfs geen wapen. Maar zijn moeder wel. Nancy Lanza werd met een van haar eigen wapens door haar zoon van 20 in haar bed doodgeschoten voor hij naar het Sandy Hook-schooltje trok om twintig kinderen en wat leraren te doden. 

Heilig amendement

Europeanen begrijpen nauwelijks waarom het tweede amendement van de Amerikaanse grondwet zo heilig is in mijn nieuwe vaderland. Ik kan proberen het uit te leggen: dat Amerikaanse pioniers zich wilden kunnen verdedigen tegen autocratische leiders, dat een wapen nodig was om een agressieve dief van je ranch weg te jagen, dat wapens noodzakelijk waren om hun zwarte slaven niet te laten ontsnappen, dat wapens een indiaan moesten kunnen afknallen als die te dicht in de buurt kwam van het cowboykamp, dat de afstanden zo groot zijn in de VS dat je niet kunt wachten op de politie als je overvallen wordt op je boerderij in Kansas of Nebraska. Dat is allemaal waar, en zelfs begrijpelijk.

Maar de tijden zijn veel veranderd sinds de pioniers. En neen, Amerikanen zijn niet gewelddadiger of bloeddorstiger dan Europeanen. Ze hebben alleen veel meer wapens, en wapens zijn nu eenmaal dodelijk tuig. Ze zijn vrijelijk beschikbaar. Ze zijn overal.

Vergis je niet: ook progressieve Amerikanen vinden het recht op wapens onaantastbaar.

De wapendiscussie is veel te emotioneel. Dat merk ik ook als ik op reportage ben in Las Vegas, in de moeilijke, beladen dagen na het bloedbad. In één wapenwinkel word ik uitgescholden: “Scheer je weg, hier moeten wij niets hebben van die fucking liberal media…”  In een andere winkel wil niemand iets zeggen. Op de parkeerplaats van de wapenzaak wordt intussen wel reclame gemaakt voor automatische wapens. “Probeer ze eens uit, en merk het verschil!” 

In alle stilte probeert de NRA, de National Rifle Association, intussen een wet door het Congres te sluizen, de National Right to Carry. In de praktijk wil de wapenlobby de verborgen wapendracht uitbreiden. Amerikanen zouden dan op meer plaatsen in het land een geweer bij zich mogen dragen dat niet zichtbaar is. “Je moet jezelf toch kunnen verdedigen tegen een wilde schutter, toch?”  Vergis je niet: ook progressieve Amerikanen vinden het recht op wapens onaantastbaar. “Als je man je mishandelt, moet je hem toch kunnen neerschieten?” 

In Amerika is het veel moeilijker om aan een rijbewijs te geraken dan om een wapen te kopen. 

President Trump ondertekende in zijn eerste maand een decreet dat het mogelijk maakt voor mensen met mentale problemen om een wapen aan te schaffen. Neen, in Amerika is het veel moeilijker om aan een rijbewijs te geraken dan om een wapen te kopen. 

Politieke moed

Hoelang nog? Hoeveel nog? Een schooltje. Een universiteitscampus. Een cinema. Een festival. Een nachtclub. Al dat leed, al dat verdriet. En na elk drama, het afgrijzen en de weerzin. Wanneer komt de dag van actie? Hij kwam in elk geval niet na het drama op Columbine High in 1999, niet na de slachtpartij op Virginia Tech in 2007, niet na het neerschieten van Congreslid Gabrielle Giffords in 2011, niet na het bloedbad in Newtown, en eveneens niet na de gruweldaad van Stephen Paddock in Las Vegas. Een cultuuromslag in de VS is niet voor morgen. Er is meer nodig dan vijf minuten politiek moed. 

Op mijn netvlies blijft intussen dat beeld gebrand, terwijl ik in een taxi zit, rijdend door de buitenwijken van Vegas. Links van me zie ik een gehaaste reclamewagen voorbijsnellen, amper 24 uur na het grote bloedbad: “Battlefield Las Vegas. Try an AK-47 at our store.”

Sommige dingen veranderen nooit. In mijn gedachten gonst – voor één keer als stekende hoofdpijn – de diepe basbaritonstem van Johnny Cash: “So don’t take your guns to town son, leave your guns at home Bill, don’t take your guns to town… but his mother cried again as he rode away…” 

Een Amerikaanse Tragedie. Of het gevecht tegen het onvermijdelijke.