Meest recent

    VRT NWS op bezoek in de vrouwengevangenis van Kaboel: "Waar weglopen met je lief een misdrijf is”

    Vrouwenrechten en Afghanistan blijven een moeilijke combinatie. Dat heeft VRT NWS onlangs nog maar eens kunnen vaststellen tijdens een bezoek aan de vrouwengevangenis in de Afghaanse hoofdstad.  Zowat de helft van de gedetineerden zit vast wegens een zogenoemd zedenmisdrijf. Vrouwen getuigen van tussen vier muren.

    “Vorig jaar is hier een vrouwenafdeling geopend.  De vrouwen die vastzaten in de gevangenis van het centrum van de stad zijn overgebracht  naar dit complex”.  Dat vertelt gevangenisdirectrice Rahima ons, terwijl ze ons uitnodigt in haar bureau. Rahima laat een van haar mannelijke personeelsleden thee uitschenken voor ons, drie vrouwelijke medewerkers van Moeders voor Vrede en mezelf.  De directrice staat aan het hoofd van een ploeg van 130 mannen en vrouwen. Dat de mannen haar gehoorzamen is allesbehalve vanzelfsprekend, in een maatschappij die nog altijd berucht is om haar mannelijke dominantie.

    “Of het een uitdaging is om met mannelijke personeelsleden te werken?“ wil ik graag van haar weten. “Dat loopt allemaal behoorlijk goed”, antwoordt ze. Directrice Rahima komt  streng en zelfverzekerd over.  “De meeste problemen heb ik met de gevangenen zelf. Er breken weleens vechtpartijen uit en de vrouwen zijn soms ongehoorzaam. Toen ze hier vorig jaar aankwamen, staken ze een loods in brand, omdat ze die niet goed genoeg vonden om in te leven. Ik werd ook al bedreigd, maar over het algemeen draait het hier goed.”

    Vrouwenarts gevraagd

    Zonder onze handtassen te controleren of ons te fouilleren loodst Rahima ons binnen op het terrein van de vrouwengevangenis. Het eerste wat we te zien krijgen, is  de ontmoetingsplaats voor de bezoekers en gevangenen. Die bevindt zich in de openlucht. Het is een soort van lange, smalle omheinde kooi, met scheidingswand in het midden. Aan weerszijden staan verschillende stoelen. Elke woensdag zijn bezoekers hier welkom, maar omdat de gevangenis te ver van het centrum ligt en er geen openbaar vervoer is, krijgen de vrouwen weinig bezoek.  

    Aan de overkant staat een gebouw dat dienst doet als "medische post". “Het probleem is dat ik hier niet over een gynaecoloog beschik, wat toch geen overbodige luxe is met 217 vrouwen in huis. Een echografietoestel zou ook welkom zijn, maar tot nu toe moeten we het zonder stellen”, legt Rahima uit. Een eindje verder maant ze ons aan goed op onze spullen te letten, want we stappen het woongedeelte binnen van de gevangenen. 

    Op de thee

    We komen in een lange, smalle gang terecht. Celdeuren zie ik niet onmiddellijk, wel gordijnen die de deuropening naar de cellen bedekken.  Als ik naar binnenkijk ben ik verrast. De eerste cel -of moet ik kamer zeggen?- is mooi ingericht met verschillende tapijten. De stapelbedden zijn netjes van elkaar gescheiden door kleurige doeken. In deze ruimte leven zeven vrouwen. Ze  zien er erg verzorgd uit, elegant zelfs.  De vrouwen nodigen ons uit om een kopje thee met hen te drinken. Ik vergeet bijna dat ik me in een gevangenis bevind, maar de schrijnende verhalen van de vrouwen katapulteren me weer naar de werkelijkheid.  

    “Ik ben veroordeeld tot 20 jaar”, vertelt Hafifa. “Ze zeggen dat ik mijn man vermoord heb, maar dat is niet waar!” schreeuwt ze haar onschuld uit. “Ik moet hier 20 jaar blijven.”  Hafifa leeft hier met haar zoontje. In de hele vrouwengevangenis wonen in totaal 50  kinderen, samen met hun moeders.  “De kinderen blijven tot ze vijf jaar”, legt Rahima uit. “Nadien is het de bedoeling dat familie hen verder opvoedt. Kinderen die nergens onderdak krijgen, verhuizen naar het weeshuis.”

    Gedans, gelach en tranen

    Plots weerklinkt er muziek uit een van de andere cellen. Een aantal vrouwen is aan het dansen op muziek die uit een televisietoestel schalt. In meerdere cellen zijn tv’s terug te vinden, soms ook een loopband. De apparaten zijn geschonken door de Amerikaanse ambassade. Die heeft geholpen met de inrichting van de vrouwengevangenis. In de “dansende cel” leven 6 vrouwen en ook zij dragen een verleden met zich mee. Masouda is veroordeeld voor drugssmokkel. Voor ze haar verhaal kan doen, tilt  “buurvrouw” Salima haar tuniek voor ons op.

    “Kijk, mijn toekomstige schoonfamilie heeft me neergeschoten, omdat ik mijn verloofde zou vermoord hebben. Dat is gelogen!” De plek waar de kogel Salima's lichaam is binnengedrongen, is duidelijk zichtbaar. Het grote litteken -in de vorm van een ritssluiting- is nog vers. Salima wacht nog op haar veroordeling. Ze zit nu 5 maanden in de cel. Haar straf zal pas uitgesproken worden, nadat ze drie keer voor de rechter is verschenen.  Op partnermoord staat gemiddelde 20 jaar cel. De doodstraf wordt in vele gevallen in een gevangenisstraf omgezet. Haar celgenoot Masouda wacht een veroordeling van 10 tot 16 jaar.

    De beschavingsgraad van een land is af te leiden uit de manier waarop het zijn vrouwen behandelt 

    Abu Ammaar Yasir Qadhi, auteur en islamgeleerde

    Verliefde of angstige weglopers

    Zubaida draagt haar baby op de arm. Ze is twee maanden geleden bevallen. “Ik ben weggelopen met mijn vriendje. Mijn familie wil niets meer met me te maken hebben. Hoelang ik hier nog moet zitten, weet ik niet", vertelt het jonge meisje ons. “Ik ben er met mijn vriend vandoor gegaan, maar we hebben pech gehad. De politie  heeft ons betrapt en nu moet ik hier vijf jaar blijven. We zijn allemaal ontgoocheld, omdat we geen toekomst meer hebben", doet tienermeisje Leila een gelijkaardig verhaal.

    Hoewel  de Afghaanse president Ashraf Ghani kenbaar heeft gemaakt dat "weglopers" niet meer bestraft horen te worden, zitten vele jonge meisjes vandaag nog altijd een straf van gemiddeld  1 tot 5 jaar uit.  Ze vluchten niet alleen weg om een leven met hun geliefde te kunnen beginnen. Vaak proberen ze ook te verdwijnen, omdat ze dreigen uitgehuwelijkt te worden aan een oude man of wegens huiselijk geweld. Van de jonge stellen belanden meestal enkel de vrouwen achter de tralies. Het is niet ongewoon dat de meisjes na hun “misdrijf” worden gecontroleerd op hun maagdelijkheid. Sommigen krijgen oneerbare voorstellen van agenten om hun celstraf “af te kopen”.  Maar of ze nu wel of niet in de cel belanden, het merendeel van de meisjes wordt levenslang verstoten door hun families.

    Het misdrijf dat geen misdrijf zou mogen zijn

    We verlaten de gang en belanden op een groot, zanderig terrein. Sommige vrouwen doen er hun was en hangen die over een lange koord te drogen, die eigenlijk bedoeld is voor balsporten.  “We vinden het belangrijk dat de vrouwen hier aan  sport doen”, verduidelijkt directrice Rahima ons. “Daarnaast worden er ook computerlessen en naailessen gegeven. Het is ook de bedoeling dat de vrouwen tapijten leren weven eens de uitgebrande loods gerenoveerd is.” De kennis die ze hier opdoen, moet de vrouwen helpen om een nieuw leven op te bouwen eens ze weer vrij zijn. Op dat ogenblik zullen ze meer dan ooit geconfronteerd worden met het harde lot dat een verstoten vrouw in de Afghaanse samenleving -in het slechtste geval- te wachten staat: bedelend in een boerka, met een kind op de arm op straat om geld en eten smeken.

    We eindigen ons bezoek waar we het zijn begonnen: op het bureau van de directrice. Ditmaal zijn we alleen én krijgen we een heel andere kant van Rahima te zien. "De mannen kunnen het niet verkroppen dat ze me moeten gehoorzamen. Ze weigeren mijn gezag te aanvaarden.  Elke dag hier is een gevecht", zucht ze diep, "voor de gevangenen en voor mezelf." Ik vraag haar of zij vindt dat de weggelopen meisjes hier thuishoren.  Haar antwoord is duidelijk. “Waarom hebben jullie amper weglopers in België ? Net zoals bij jullie zouden meisjes zelf moeten kunnen kiezen met wie ze trouwen. Hun families zouden dat moeten leren aanvaarden. Daarmee zou dit probleem, dat helemaal geen probleem is,  meteen opgelost zijn. ”  

    ***De namen van de vrouwelijke gedetineerden  zijn om privacyredenen aangepast.