2017 Getty Images

Seks in Westminster

Het Paleis van Westminster: ooit een prestigieuze, eerbiedwaardige instelling, nu volgens velen gedegradeerd tot een hol van ontucht en machtsmisbruik, nu het ene na het andere parlementslid genoemd wordt in een schandaal van grensoverschrijdend gedrag. Maar niets nieuws onder de zon, zo blijkt. 

analyse
Ivan Ollevier
Ivan Ollevier is journalist bij VRT NWS. Hij volgt al jaren de Britse politiek en maatschappelijke discussies.

In het Paleis van Westminster hebben Groot-Brittanniës grootste en bekendste eerste ministers, van Robert Walpole over William Pitt (de Oudere en de Jongere), William Gladstone en Benjamin Disraeli, David Lloyd George en Winston Churchill, Margaret Thatcher en Tony Blair tot Theresa May, hun beste momenten gekend (al geef ik toe dat van enkelen in de lijst het adjectief “grootste” enigszins betwistbaar is).

Het Paleis was de wieg van de parlementaire democratie, en het gebouw overleefde de blitz tijdens de Tweede Wereldoorlog (een bom die het Lagerhuis vernielde niet te na gesproken). Maar volgens sommigen is het een hol van ontucht en machtsmisbruik geworden, nu het ene na het andere parlementslid genoemd wordt in een schandaal van grensoverschrijdend gedrag.

De lijst met seks- en andere schandalen, maar dan vooral seksschandalen, die de voorbije decennia in Westminster de kop hebben opgestoken, is indrukwekkend, en ook triest. Triest omdat de publieke heisa meer te maken had met de typisch Britse hypocrisie wat seks betreft dan met beleid. Triest ook omdat bij de enen een oogje dicht werd geknepen, terwijl anderen aan de schandpaal werden genageld.

Op de vloer van 10 Downing Street

Van David Lloyd George, de legendarische Liberale premier (1916-1922) is geweten dat hij met zijn minnares de liefde bedreef op de vloer van zijn kantoor in 10 Downing Street. Niemand die er zich aan stoorde. Maar in 1992 moest David Mellor, minister voor Nationaal Erfgoed in het kabinet-Major, ontslag nemen na een affaire met een actrice. Kort daarna was het de beurt aan Tim Yeo, van wie in 1994 bekend raakte dat hij een buitenechtelijk kind had verwekt bij een partijgenote.

Dat waren de jaren dat eerste minister John Major een ethisch reveille predikte, een terugkeer naar de victoriaanse waarden van deugdzaamheid, spaarzaamheid, hard werken en de zegeningen van het gezinsleven. Ontrouw had toen al geen punt mogen zijn, maar als die in de praktijk wordt gebracht door politici die zich laten voorstaan op hun respect voor het huwelijk, en die daar zelfs een politiek programma rond hebben opgebouwd, wordt het uiteraard wel een maatschappelijk gegeven. Major had op dat moment trouwens zelf een buitenechtelijke relatie achter de rug met Edwina Currie, ooit minister van Volksgezondheid, al vond dat verhaal pas decennia later zijn weg naar de krantenkolommen.

Boris Johnson, huidig minister van Buitenlandse Zaken, ook al de vader van een buitenechtelijk kind

Seksschandaal van de eeuw

Het Britse seksschandaal van de eeuw dateert al uit 1963, toen de Conservatieve minister van Oorlog John Profumo moest toegeven dat hij het bed had gedeeld met Christine Keeler, een negentienjarig model met een bedenkelijke reputatie. Vooral toen bleek dat Christine tegelijkertijd een affaire had met de militaire attaché van de Sovjet-Russische ambassade, in werkelijkheid een KGB-spion, was Profumo’s positie onhoudbaar geworden. Het was het einde van de politieke carrière van John Profumo, een door-en-door fatsoenlijke man die tot aan zijn dood in 2006, eerst als vrijwillig klusjesman en later als voorzitter, werkte voor een liefdadigheidsinstelling in de Londense East End.

Anderen slaan dan weer politieke munt uit seksschandalen, zelfs al zijn ze er zelf het voorwerp van. Denk aan Paddy Ashdown (“Paddy Pantsdown” volgens de kranten toen), de leider van de Liberaal-Democraten in de jaren tachtig en negentig, van wie de populariteit nog toenam toen zijn relatie met zijn secretaresse bekend raakte. Of recenter nog: Boris Johnson, huidig minister van Buitenlandse Zaken, ook al de vader van een buitenechtelijk kind.

Pestminster

Maar dit soort schandalen is van een geheel andere orde dan die die Westminster (“Pestminster” zeggen sommigen) de voorbije weken zijn gaan teisteren. Sinds de zaak-Weinstein (of, zo u wil, de zaak-Spacey) is een hele reeks schandalen aan het licht gekomen die eigenlijk meer met macht dan met seks te maken hebben. De meest opzienbarende is dat van minister van Defensie Sir Michael Fallon, die ontslag moest nemen nadat hij zelf (!) bekend maakte dat hij in 2002 zijn hand op de knie van een journaliste gelegd had. Dat diezelfde journaliste nu, vijftien jaar later, de hele zaak absurd vindt, zette weinig aarde aan de dijk. Sir Michael werd enkele dagen geleden op Defensie vervangen door Gavin Williamson.

Toch is in de zaak-Fallon meer aan de hand. Fallon gedroeg zich wel vaker al eens onbehouwen tegenover vrouwelijke collega’s. De Conservatieve politica Andrea Leadsom kan ervan meepraten: toen zij eens klaagde over koude handen, repliceerde Fallon dat hij wel wist “waar ze haar handen kon steken”. Vooral als hij een borrel ophad, liet Sir Michael zich al eens gaan. Nuttig om te weten is ook dat Fallon en Leadsom, zelfs al behoren ze beiden tot de Conservatieve Partij, gezworen vijanden zijn. Hun tegengestelde opinies over de brexit (Leadsom: voor, Fallon: tegen) heeft hun verstandhouding geen goed gedaan.

Premier Theresa May wil dat er strenger wordt opgetreden tegen politici die zich schuldig maken aan seksuele intimidatie

Ploertig gedrag

Premier Theresa May wil binnenkort met de leiders van alle politieke partijen in het Lagerhuis samenzitten om gedragsregels voor parlementsleden op te stellen. Ook wil ze dat er strenger wordt opgetreden tegen politici die zich schuldig maken aan seksuele intimidatie.

Dat wordt hoog tijd. In het Lagerhuis heerst een uitgesproken machocultuur die ploertig gedrag stimuleert. Dat zal vast wel ook in andere parlementen het geval zijn, maar het Britse is in deze zin uitzonderlijk dat er stevig tot heel stevig gedronken wordt. Ook dat is een beproefde Britse traditie, zij het een waarmee minder wordt uitgepakt dan met de Queen’s Speech of andere eeuwenoude politieke rituelen, en een die overigens minder onschuldig is. Velen brengen hun dagen door in een piepklein kantoor, en hun avonden in een van de vele bars in het Paleis van Westminster. En wat voor de ene in die context een goeie (al of niet door de drank geïnitieerde) grap lijkt, vindt de andere beledigend of vernederend. 

“You should see the other one”

Veel meer nog dan op het Europese vasteland is de Britse politiek een bijzonder brutaal, meedogenloos en nietsontziend machtsspel. Niet voor niets was de Amerikaanse politieke thrillerreeks House of Cards (met Kevin Spacey…!) gebaseerd op een gelijknamige BBC-reeks uit de jaren negentig, met oppercynicus Francis Urquhart als hoofdpersoon.

In het parlement kloppen vaak jonge tot heel jonge researchers (tegen een belachelijk karig loon) ellenlange werkdagen ten behoeve van een parlementslid dat hun carrière kan maken of breken. Van stagiair(e)s en assistenten wordt verwacht dat ze bereid zijn hun sociaal leven aan de voordeur van het Lagerhuis achter te laten. Van sommigen worden ook seksuele gunsten verwacht. Ik herinner me een (toen nog Labour-) parlementslid dat me, toen zijn kortgerokte secretaresse de kamer verliet, knipogend toevertrouwde: “You should see the other one, but she’s away on holiday.” De man speelde enkele jaren later een hoofdrol in de realityreeks Big Brother. Ooit liet hij zich ontvallen dat seks met een slapende vrouw geen verkrachting is.

Smet op het blazoen van een eerbiedwaardige, negenhonderd jaar oude instelling

Zal de gedragscode die Theresa May op het oog heeft erin slagen het misbruik in de Britse politiek uit de wereld te helpen? Vermoedelijk niet. Zolang de Britten tolereren dat hun politieke cultuur gericht is op confrontatie, zolang die cultuur gekenmerkt wordt door partijnijd en het adagio dat “in tijden van oorlog en politiek” (vrij naar “in tijden van oorlog en liefde”) alles is toegelaten, zal er in de kantoren van het Paleis van Westminster een hardnekkige tweedeling heersen tussen “daders” en “slachtoffers”. Het is een smet op het blazoen van een eerbiedwaardige, negenhonderd jaar oude instelling.