Meest recent

    © VRT

    Adriaan Van den Hoof over "Sorry voor alles": " Dit had mijn opa voor ogen bij oprichting Vlaamse televisie"

    Presentator/comedian/acteur/dj Adriaan Van den Hoof (45) tekende met verborgen cameraprogramma "Sorry voor alles" voor een van dé kijkcijfersuccessen van vorig najaar. Met een vader die op Klara presenteerde en een grootvader die aan de wieg stond van de Vlaamse openbare omroep maakt Van den Hoof deel uit van een echte mediastamboom, zo vertelt hij in "Die huis". "Ik ben letterlijk in de wieg gelegd om dit te doen en niets anders."

    Een stukje televisiegeschiedenis: eind oktober 1953 maakt Vlaanderen voor het eerst kennis met televisie van eigen bodem op de NIR, als eerste openbare omroep de voorloper van de VRT. Aan het hoofd van dat bedrijf staat programmadirecteur Bert Leysen, de grootvader van Adriaan Van den Hoof aan moeders kant.  Amper 6 jaar later overlijdt "de geestelijke vader van de Vlaamse televisie" in een verkeersongeval.

    Mijn grootvader is beginnen televisie maken uit het niets, op twee appelsienkisten.

    "Mijn opa was met een klein ploegje een opleiding gaan volgen bij de BBC. Op enkele appelsienkisten op het Flageyplein zijn ze dan aan de allereerste Vlaamse televisieprogramma's begonnen, of zo wordt het toch verteld", aldus Van den Hoof bij het zien van de archiefbeelden in  "Die huis". "Wat een ongelofelijke tijd en wat een kans om zoiets te doen! Toen dachten sommige critici dat televisie in Vlaanderen geen lang leven beschoren zou zijn. En dat te bedenken dat beelden nu op alle vlakken ons leven beheersen."

    Met zijn moeder heeft Van den Hoof het wel eens over zijn grootvader, en zijn eigen televisiewerk. "Over "Sorry voor alles" heeft ze weinig reacties gekregen van vrienden en familie. (het programma haalde tot 1,4 miljoen livekijkers, nvdr). Maar dat programma is volgens mij wat haar vader voor ogen had toen hij de eerste televisie uit de grond stampte: entertainment zonder platvoers te zijn, slim gemaakt, met humor, waar heel het gezin op zondagavond samen naar kan kijken. Zo'n dingen wilde hij realiseren."

    © VRT Lies Willaert

    "Comedyshows spelen: dat doe ik het liefst"

    Van den Hoofs parcours oogt grillig, maar humor is de rode draad doorheen alles wat hij doet, op het podium of op televisie. Al ligt dat laatste medium hem de laatste tijd minder na aan het hart.  "Je studeert af aan de toneelschool en doet allerlei dingen, die niet allemaal even goed zijn. Het duurde even voor ik "mijn ding" vond. Momenteel is dat: comedyvoorstellingen spelen, met veel liefde voor mijn zonen zorgen, en daarbuiten geïnteresseerd blijven in wat zich aandient", zegt hij.

    En televisie dan? "Ik zou graag nog een sitcom maken, of een documentaire over straatkunst. Of een kookprogramma (lacht). Maar dat komt erbij", zegt Van den Hoof. "Het voorbije jaar stond in het teken van mijn comedyshows. Dat is het leukste wat ik kan doen." Van den Hoof houdt van een goede mop op tijd en stond, en vindt het jammer dat de moppentraditie deels uitsterft. "Want niets zo goed als een gulle lach van je publiek", vindt hij.

    Mijn grootste angst als kind? Opgroeien. Want wat zou ik moeten worden, als eeuwige Peter Pan?

    Lachen, spelen en verkleedpartijen: daar draaide zijn leven al in zijn jeugd om. "Nog altijd lijd ik aan het Peter Pan-syndroom. Zolang het niet potsierlijk wordt, is dat eigenlijkk ok. Het betert ook met de jaren. Maar als 12-jarige lag ik er écht wakker van dat ik ooit geld zou moeten verdienen, of alleen met de auto naar Brussel zou moeten rijden, of ooit het kerstfeest zou moeten organiseren. Maar mijn grootste angst was: wat ga ik worden? Want ik zag geen andere uitweg voor mezelf dan de mediawereld, zeker niet met zo'n grootvader en vader. Hiervoor ben ik in de wieg gelegd", meent hij.

    "Ik heb ondertussen rust gevonden in wat ik doe. Niet alles moet nog. Ik streef dingen niet meer ongeduldig en dwangmatig na. Ik doe iets, en daarna zie ik wel", klinkt het. "Ik probeer in mijn vrije tijd de knepen van de fotografie onder de knie te krijgen. En tekenen in mijn eigen cartoonstijl: dat doe ik nog steeds graag en vaak. Ik zal me sowieso nooit op één ding kunnen toeleggen."