Meest recent

    Britse wetenschappers behandelen schizofrenie met medicijn tegen multiple sclerose 

    In het King's College Hospital in de Britse hoofdstad Londen is vorige week een klinische studie begonnen waarin schizofreniepatiënten behandeld worden met  medicatie die ontwikkeld is tegen multiple sclerose, een ziekte van het immuunsysteem.

    De klinische studie mag gerust revolutionair worden genoemd, want tot nu toe werd schizofrenie behandeld als een psychiatrische aandoening, als een ziekte in de hersenen. De studie is vorige week gestart bij een eerste patiënt, een 33-jarige man uit Kameroen. Elke maand krijgt hij via een infuus antilichamen toegediend die inwerken op de cellen van zijn immuunsysteem, meer bepaald op immuuncellen in de hersenen.

    In totaal zullen de volgende drie maanden 60 patiënten aan de studie deelnemen, waarvan de helft het echte medicijn toegediend krijgt en de andere helft een placebo. Over drie maanden zal dan een eerste evaluatie volgen. 

    Baanbrekend werk

    De studie bouwt voort op het baanbrekende werk van Oliver Howes, een expert in de moleculaire psychiatrie aan het MRC London Institute of Medical Sciences. "In het verleden zijn we er altijd van uitgegaan dat geest en lichaam gescheiden zijn, maar dat is dus niet juist", lichtte hij vorige week in de Britse krant The Guardian toe.

    "Geest en lichaam interageren voortdurend en het immuunsysteem is een verbindend element." Howes baseert zijn beweringen op tientallen jaren onderzoek bij patiënten. Recent nog ontdekten hij en zijn team dat bij patiënten met beginnende schizofrenie de immuuncellen in de hersenen  bijzonder actief zijn. Wat voor hem eens te meer een aanwijzing was dat het immuunsysteem bij het ontstaan van schizofrenie een belangrijke rol speelt.   

    In het verleden zijn we er altijd van uitgegaan dat geest en lichaam gescheiden zijn, maar dat is dus niet juist

    Oliver Howes, MRC London Institute of Medical Sciences

    De immuuncellen in de hersenen worden microglia genoemd. Net als andere immuuncellen moeten ze infecties afweren. Ze doen dat door ongewenste verbindingen tussen hersencellen weg te knippen. Bij schizofreniepatiënten zouden de microglia hun taak iets te enthousiast opnemen, en ook verbindingen wegknippen die voor de werking van de hersenen cruciaal zijn.

    Dat knippen zou vooral gebeuren in de frontale cortex, het commando­centrum van de hersenen, dat onder meer het niveau van dopamine mee onder controle houdt.  Als de hersenen te veel dopamine aanmaken, dan zouden ze waanbeelden produceren - zo nemen wetenschappers aan. En waanbeelden worden vaak door schizofreniepatiënten gerapporteerd.       

    Symptoombestrijding

    De meeste medicijnen die aan schizofreniepatiënten gegeven worden, zijn ontwikkeld in de jaren 50 van de vorige eeuw. Ze remmen de aanmaak van dopamine af en doen daarmee eigenlijk aan symptoombestrijding: ze helpen de patiënt hooguit af van zijn waanbeelden, maar niet van zijn ziekte. Als de klinische studie succes heeft, dan zouden daar op lange termijn nieuwe medicijnen uit kunnen voortkomen die de ziekte wel bij de bron aanpakken.