Meest recent

    "OCMW is geen hangmat, maar springplank"

    7 op de 10 leefloners die vertrekken bij het OCMW, keren later ook niet meer terug. Dat blijkt uit een onderzoek van de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie. Dikwijls vinden de leefloners werk, of ze vallen terug op een andere uitkering. De inspanningen van de OCMW's om leefloners intensief te begeleiden, werpen vaak vruchten af.  

    De overheidsdienst Maatschappelijke Integratie heeft ruim 86.000 leefloners (mensen die van het OCMW een minimuminkomen krijgen) vier jaar lang opgevolgd. Zo wilde de dienst nagaan of leefloners die het OCMW verlaten, erin slagen om definitief op eigen benen te staan, dan wel of ze na verloop van tijd opnieuw bij het OCMW komen aankloppen.

    Springplank

    Van de leefloners die vertrekken, vindt op dat ogenblik 42 procent werk, meteen de grootste groep. 24 procent blijkt opnieuw in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering. 15 procent valt terug op een ándere uitkering, bijvoorbeeld voor ziekte of invaliditeit.  En 19 % verdwijnt uit de statistieken, omdat ze geen recht meer hebben op een leefloon of andere uitkering.

    Na vier jaar blijkt 30  procent van de ex-leefloners vroeg of laat opnieuw aan te kloppen bij het OCMW. Maar 70 procent keert dus nooit meer terug. "Dat toont ook aan dat het OCMW voor velen geen hangmat is, maar wel een springplank ", zegt Julien Van Geertsom.  "Door leefloners intensief te begeleiden, geven de OCMW's hen nieuwe kansen om zélf weer een menswaardig leven uit te bouwen."

    Duurzaam werk

    Investeren in duurzaam werk loont. Want hoe langer ex-leefloners aan de slag blijven, hoe kleiner de kans dat ze ooit nog naar het OCMW moeten terugkeren.  Na vier jaar is die kans trouwens zo goed als nihil. "Kortdurende interimjobs kunnen een opstap zijn naar werk, maar zijn uiteindelijk niet de oplossing", vindt Van Geertsom. "Langdurige, volwaardige banen zijn de beste garantie om definitief op eigen benen te staan, en niet meer op steun te zijn aangewezen".

    Wel moet opgemerkt dat toch een belangrijke groep die het OCMW verlaat, niet doorstroomt naar werk, maar terugvalt op een werkloosheids- of ziekte-uitkering. En hoe langer zij een uitkering krijgen, hoe kleiner de kans dat ze nog aan de slag geraken.  Voor hen blijkt de springplank dus vaak niet te werken.

    Opvallend is nog dat alleenstaande moeders die een leefloon kregen, méér de weg naar werk vinden dan mensen zonder kinderen. "Tot onze eigen verbazing", weet Van Geertsom, "maar ons vermoeden is dat  OMCW's er een prioriteit van maken om alleenstaande moeders intensiever te begeleiden, en hen te helpen met bijvoorbeeld kinderopvang om werk en gezin te kunnen combineren." 

    Nieuw record

    Intussen piekt het aantal leefloners in ons land op ruim 140.000. Dat  zijn er goed 8 procent méér dan een jaar geleden. En het is nog maar eens een nieuw record. Want de laatste jaren groeit keer op keer het aantal mensen dat bij het OCMW komt aankloppen.

    "Voor een stuk heeft de stijging opnieuw te maken met de strengere regels voor schoolverlaters, die moeilijker een inschakelingsuitkering krijgen en houden", legt Van Geertsom uit. "En voor een stuk speelt ook dat erkende vluchtelingen na de asielcrisis meer een beroep doen op het OCMW. Al vormen de erkende vluchtelingen wel nog altijd een kleine minderheid onder de leefloners."