Meest recent

    Kunnen we ons verleden recht in de ogen kijken?

    "Een volwassen democratie moet het verleden recht in de ogen kunnen kijken." Met dit uitgangspunt motiveren een aantal vooraanstaande onderzoekers over de Tweede Wereldoorlog en collaboratie waarom de nieuwe reeks van Canvas "Kinderen van de collaboratie" geschiedkundig zeer belangrijk is.

    opinie
    Nico Wouters
    Nico Wouters, directeur CegeSoma. Christophe Busch, directeur Kazerne Dossin. Koen Aerts, UGent. Bruno De Wever, UGent. Luc Huyse, KULeuven, Herman Van Goethem, rector UA. De reeks is gisteren gestart. Dinsdagavond, Om 21.15 u. op Canvas en vrtnu.be.

    Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Het zou de vraagstelling kunnen zijn van een populaire, op sensatie gerichte reeks. Dat is het niet. Gelukkig maar. De complexe geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog laat zich niet fileren tot enkele sprekende citaten of boude uitspraken. De jaren veertig vormen een historisch mijnenveld. Ze blijven een gevoelig en moeilijk thema.

    In een nieuwe, zesdelige Canvasreeks over kinderen van de collaboratie gaat het over meer dan sprekende krantenkoppen. Het heikele onderwerp krijgt er een stem en een gezicht. Aan het woord zijn de kinderen die groot geworden zijn in de schaduw van het oorlogsverleden van hun ouders. 

    Maurice De Wilde 2.0?

    Het is geen ‘Maurice De Wilde 2.0', de legendarische onderzoeksjournalist van de toenmalige BRT. Geen kruisverhoor, maar een eerlijke getuigenis, een portret van kinderen die in de hoek zitten waar bij de bevrijding de klappen vallen. Die zelf ook in de klappen delen, soms letterlijk.

    Deze nabestaanden treft uiteraard geen schuld voor wat er tijdens de bezetting is gebeurd. Ze zijn hoogstens verantwoordelijk voor wat ze zelf vertellen. Toch is hun persoonlijke ontwikkeling mee gevormd en geworteld in deze familiegeschiedenis. Dat verleden heeft hen dus ook getekend.

    Drie weken geleden vertelde Vlaams minister-president Geert Bourgeois op Klara nog hoe het collaboratieverleden van zijn vader op zijn leven heeft gewogen. Dat is meteen de inzet van deze reeks: hoe dragen kinderen de foute keuzes van hun ouders mee?

    Wat zijn de gevolgen voor hun eigen levensloop, hun mens- en wereldbeeld?

    De maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie van die vragen staat buiten kijf.

    Na de oorlog krijgen ongeveer 100.000 personen een straf, sanctie of uitsluiting wegens collaboratie. Dat verleden werkt door op een veelvoud aan kinderen en verspreidt zich verder via de kleinkinderen en achterklein­kinderen tot vele generaties later. Het gaat dus om een grote en uitdijende groep mensen.

    Hoe dragen kinderen de foute keuzes van hun ouders mee?

    Anders dan in het buitenland is die groep in België tot voor kort nog nooit systematisch gehoord of bestudeerd geweest. Dat maakt van deze reeks pionierswerk. Ze geeft voor het eerst beeld en klank aan het wedervaren van de kinderen en ze doet dat met respect voor de meerstemmigheid.

    Het programma gaat voorbij aan de clichés, aan de gemeenplaatsen van de erfzonde. Ze trekt geen rechte lijn tussen de ouders en de kinderen. Er zijn evenveel verhalen als nabestaanden, evenveel ervaringen als individuen.

    Dat maken de veertien getuigenissen in hun diversiteit erg goed duidelijk. Vragen over het hoe en waarom, of gevoelens van schuld en schaamte of integendeel trots, loyaliteit en strijdbaarheid krijgen heel verschillende antwoorden en verklaringen. De getuigen tonen vooral hun eigen menselijkheid en op die manier, via hun ogen, ook die van hun ouders. De reeks biedt zo een intieme kijk op collaboratie en op collaborateurs. 

    Waarom dan geen afleveringen over kinderen van het verzet of over de nabestaanden van de vervolgde en vermoorde Joden en zigeuners? Als het gaat over leed, staan zij dan niet vooraan, hebben zij niet meer recht van spreken? Het antwoord is even pragmatisch als eenvoudig. Het historische onderzoek naar de kinderen van collaborateurs staat veel verder.

    De reeks laat zich daarom ook  academisch omkaderen. Canvas baseerde zich op de expertise en het onderzoek van dr. Koen Aerts. Op basis van recent lopend onderzoek naar de kinderen van het verzet volgt later een nieuwe reeks programma’s. Het valt overigens nu reeds op dat de persoonlijke ervaringen en indrukken uit de verschillende groepen van oorlogskinderen op bepaalde punten verrassend parallel lopen (Universiteit Gent).

    Bijvoorbeeld wanneer zij vertellen hoe hun ouders thuis met geweld worden opgepakt of hoe ze opgroeien als oorlogswezen. Het zijn ook verhalen die herkenbaar zijn in het Joegoslavië of Rwanda van de jaren negentig, en uiteraard in het Syrië van vandaag.

    De reeks is zo bekeken universeel. Ze stelt kinderen centraal die de rekening betalen voor een conflict waar ze zelf geen verantwoordelijkheid voor dragen.

    De Tweede Wereldoorlog is nog steeds onderwerp van zowel publiek debat als persoonlijke belangstelling. Dagelijks krijgen historici vragen van nabestaanden die op zoek zijn naar meer informatie over dat familieverleden. Het recent gepubliceerde boek Was opa een nazi? is uit die noodzaak geboren.

    Vele kinderen weten immers niet precies wat er tijdens die periode is gebeurd, omdat er een taboe op rustte, omdat er thuis over werd gezwegen. Het is daarom opnieuw de verdienste van deze reeks om – nu wel in de traditie van Maurice De Wilde – de maatschappelijke openheid na te streven. De sloophamer blijft deze keer gelukkig achterwege, maar de reeks gaat geen enkel heet hangijzer uit de weg. Een volwassen democratie moet het verleden recht in de ogen kunnen kijken.

    Nico Wouters, directeur CegeSoma

    Christophe Busch, directeur Kazerne Dossin

    Koen Aerts, UGent

    Bruno De Wever, UGent

    Luc Huyse, KULeuven

    Herman Van Goethem, rector UA

    ---

    VRT Nieuws wil op VRTNWS.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.