Meest recent

    AFP or licensors

    1 jaar correspondent in Trumpland

    Björn Soenens is nu één jaar correspondent in Amerika. Hoe heeft hij dat eerste jaar Trump ervaren? Correspondent in Trumpland.

    expert
    Björn Soenens
    Amerikacorrespondent van VRT NWS. Hij woont in Brooklyn, New York City. | Voor meer van Björn Soenens, klik hier.

    “Turn down the volume, there is too much yelling…” Aan het woord is Dan Rather, voormalig ankerman van CBS News. Ik ging een week geleden naar een lezing van hem in de Brooklyn Academy of Music. Rather is intussen 86 en een fenomeen op Facebook. Hij maakt zich zorgen over zijn land na de verkiezing van Trump. Amerika breekt in twee stukken die mekaar niet verstaan. De toon verhardt, de verzuringsgraad stijgt. Amerika glijdt af naar een soort burgeroorlog.

    To everything there is a season. Turn. Turn. Turn.

    The Byrds

    Ik weet het nog goed, die ochtend dat Donald Trump president werd. Ik had de hele nacht doorgewerkt, uren in televisiestudio’s gezeten. Ik had zijn onwaarschijnlijke overwinning min of meer voorspeld (maar iedereen dacht dat ik gek was, of een stiekeme fan).  Ik kreeg die negende november veel sms’en en talloze berichten via mail. Collega’s – geloof me: daar zitten veel slimme mensen tussen - vroegen me op de man af: "Is dit het einde van de wereld?" "Ik ben bang", zei een bekende presentator. Kinderen én volwassenen moest ik geruststellen: Neen, de geschiedenis loopt niet ten einde. Neen, de democratie in Amerika is met de verkiezing van Trump niet ten dode opgeschreven. Neen, er komt geen derde wereldoorlog. We zijn nu een jaar later, en de angst zit er nog altijd diep in. Maar ik zie 365 dagen later ook dat de democratie stevig overeind blijft.

    Trump is rechtmatig verkozen. Dat is een feit. De nieuw gekozen president raakte allerlei zenuwbanen die conventionele politici niet zagen of niet voelden. Trump zag en voelde de angsten van het Amerikaanse volk wél perfect aan: angst voor immigranten (concurrenten op de arbeidsmarkt), angst voor de ingewikkelde geglobaliseerde wereld, angst voor de te snel voortschrijdende technologische revolutie, schrik voor de automatisering en de robotisering. Angst voor een al te verwarrende culturele diversiteit en volgens hen een te ver doorgeslagen tolerantie voor transgenders. Waar zijn de rustige jaren 50 naartoe? Waar is de tijd dat de blanke man nog de kostwinner was, en dat vrouwen voor de kinderen zorgden? Waar zijn de jaren dat een fabrieksbaan tot een aangenaam middenklassenbestaan leidde, met een eigen huis en een auto op de oprit? Die hang naar nostalgie, dat verlangen naar een vervlogen tijd vormden de kern van de overwinning van Trump. 

    AFP or licensors

    De triomf van Turmp zat er al jaren aan te komen

    De triomf van Trump zat er al jaren aan te komen. De zweer etterde al jaren. Racisme dat sluimerde en uitbarstte na 8 jaar onder de eerste zwarte president. Dat speelde zeker een rol. Trump raakte aan de essentie van Amerika: een land dat werd gebouwd door een groep mensen die in essentie met rust gelaten wil worden. Al die mensen die voor Trump hebben gestemd, hoorden van hem wat zij al lang dachten: “What the hell is going on in our country?” 

    Ik hoorde het onlangs nog van mijn Chinees-Amerikaanse Uberchauffeur in Las Vegas: “Trump is zo gek als een achterdeur, maar hij spreekt tenminste onze taal. De politici in het Congres, in Washington, die haat ik echt. Die doen geen bal voor ons.” Ziedaar in een notendop één van de talloze Amerikanen die ik het afgelopen jaar ontmoette, die zich in de steek gelaten voelen door de politiek en de instituties. Die mensen zullen blijven geloven dat Trump hun guy, hun man is. Ze geloven na 1 jaar nog steeds dat hij de boel kan opschudden, het systeem dat hen heeft verwaarloosd, kan opblazen, en echte verandering zal brengen. En als het hem niét lukt, dan heeft hij toch op zijn minst geprobeerd, is de redenering. Daarom blijft Trump twitteren, bij nacht en bij ontij. Daarom blijft hij vuurtjes stoken en conflicten aanporren. 

    De supporters van Trump vinden het heerlijk dat hij lijkt op een snelkookpan waar de frustraties uit ontsnappen. Het zijn ook hun frustraties. Als Trump laat voelen dat hij te weinig waardering krijgt, dan is dat ook wat zijn supporters voelen: gebrek aan erkenning.  Ook zij voelen te weinig respect door de rest van Amerika. Geen wonder dat Trump woensdag nog een tweet de wereld instuurde om alle achtergestelde Amerikanen te feliciteren 1 jaar na de Trump-overwinning: “Congratulations to all of the DEPLORABLES…

    Hoe meer kritiek op de president, hoe groter de frustratie bij zijn kiezers en hoe agressiever Trump zelf wordt. 

    Daarom blaast Trump graag bruggen op. In het afgelopen jaar dat ik hier was, kon ik geen dag zien voorbijgaan of ik zag een nieuwe woede-uitbarsting. Ruzie met basketters en ruzie met footballspelers over gebrek aan respect voor het nationale volkslied. Ruzie met politici omdat ze hem stokken in de wielen steken. Begrip voor de racisten bij de dodelijke rellen in Charlottesville, Virginia. Elk protest, elke ruzie is een signaal voor zijn aanhangers: ik ben uw man, ik behoor niet tot die bende van DC, ik ben een Don Quichot. Ik ben uw guerrillaleider.  Marc Fisher van de Washington Post deed voor mijn microfoon uit de doeken hoe dat vruchten afwerpt voor Trump. Hoe meer kritiek op de president, hoe groter de frustratie bij zijn kiezers, en hoe agressiever Trump zelf wordt. Een vicieuze cirkel.

    Een jaar na de verkiezing blijven de open wonden van Amerika gapen. De haat tegen de elite blijft bestaan (het helpt niet als je leest dat Jeff Bezos, Warren Buffett en Bill Gates samen evenveel dollars bezitten als de 160 miljoen armste Amerikanen samen). De open wonden blijven bloeden: een krakkemikkige gezondheidszorg voor miljoenen. Het verschepen van veel fabrieksbanen naar verre oorden. De verwarrende, open grenzen en de dreiging van terreur. De verbrokkelende middenklasse. De alarmerende pillenverslaving. De wapenepidemie. Open wonden. Het verzet van het conservatieve platteland tegen de opgelegde progressieve waarden van de oost- en de westkust.

    Ik heb veel paniek gehoord en gezien bij de tegenstanders van Trump het afgelopen jaar. Enige relativering is nochtans op zijn plaats. Er worden te veel hyperbolen gebruikt, het taalgebruik is te straf. Stay calm, stay calm! De zon komt nog steeds op in het oosten. Bloemen bloeien nog steeds in deze Trumptijd. De bomen verliezen nog steeds hun bladeren in de herfst. Mensen vieren nog altijd de geboorte van hun baby’s. Amerika is nog niet verwoest. Amerika functioneert nog: de rechtbanken werken, de universiteiten draaien, de taxi’s rijden, de vliegtuigen vliegen. Amerika is nog niet kapot. De vraag is: hoe lang nog? Conservatief commentator Bill Kristol vroeg zich in een tv-gesprek met mij af of we wel genoeg nadenken over de gevolgen van Trump na twee, drie of vier jaar. Zullen de Amerikaanse waarden op termijn worden uitgehold? Zijn we te zelfgenoegzaam bij al het geraas en getier, bedenkt Kristol.

    Bastiaan Slabbers/NurPhoto

    Dit presidentschap is net als de soap "Thuis": je wil elke dag weten hoe het verder gaat

    Wat ik ook heb gemerkt, hier in Amerika, en bij bezoeken aan de lage landen: vroeger interesseerden alleen politieke junkies zich voor de Amerikaanse politiek. Het maakte de meeste mensen niet uit wat een president zei: dat was alleen voer voor specialisten en freaks. Maar nu! Trump is the greatest show on earth. Dit presidentschap is als "Thuis": je wilt elke dag weten hoe het verder gaat met de soap, iedereen zit aan de buis gekluisterd, wachtend op de nieuwste plotwending. Geef toe, u keek ook met rode oortjes toen Trump raasde tijdens een persconferentie en een journalist een leugenaar noemde. U vond het hoogst vermakelijk toen Trump voor de camera’s van de wereld de Montenegrijnse premier omverduwde op een NAVO-top, voor een beter plekje op de foto. U amuseerde zich rot  toen Trump voor de VN sprak en Kim Jong-un daar voor de hele wereld  "Raketman" noemde. Of u zag hoe de president een eminent lid van zijn eigen partij, senator Bob Corker, "Liddle Bob Corker" noemde. Of hoe Trump op Twitter een tv-presentatrice, Mika Brezinski, verweet dat ze zo dom was als een dode rots, en dat ze bloedde uit haar gezicht na een mislukte facelift. Ja, Trump bezorgde me de afgelopen 365 dagen elke dag de klok rond werk. Ik hoorde sommige collega-correspondenten wel eens klagen toen ik ze tegenkwam: I want my life back

    2017 was een hoogst vermoeiend jaar, een jaar waarin het nieuws voortdurend opstond, een jaar waarin ik amper een weekend vrij kon nemen (altijd gebeurde er wat). Talloos de keren dat ik een zeldzaam zondags aperitief moest onderbreken voor een nieuwe live-interventie: een nieuw Trumpdrama, of alweer een massale schietpartij. 

    Aan beide kanten van het politieke spectrum bloeide de intolerantie online

    Ik zag een jaar lang de intolerantie bloeien online. Aan beide kanten van het politieke spectrum. Gematigde taal is out. Alleen ruzies of controverses worden aangeklikt. Mensen met een dissidente, bezadigde mening trekken zich gedegouteerd terug. Anders worden ze ontvriend, of ze worden gedurig lastig gevallen door internettrollen. Het vraagt moed om door te gaan, soms. 

    AFP or licensors

    De afgelopen maanden had ik meer het gevoel een brandweerman te zijn dan een journalist. Blusser van al te heftige emoties. Overal waar ik kwam: hevig voor, of hevig tegen Trump. De voortdurende obsessie over de banden met Rusland. Iemand hield een bord naar mij gericht op CPAC, de conservatieve conferentie in National Harbor, in Maryland: you are fake! Lying press. Een immigratie-officier op de luchthaven van Newark vond mijn soort verwerpelijk, zei hij. Journalisten in Trumptijd: bah! Mijn Oezbeekse Uberchauffeur die me vroeg in welke bedrijfstak ik werkte. Toen ik hem toevertrouwde dat ik journalist was, zei hij: “Oh, you lie a lot then!” Tot zover mijn nobele beroep en de perceptie erover. Ik ben geregeld van mijn melk geweest in de afgelopen vier seizoenen. 

    Maar ook dit is onmiskenbaar waar: vooral de kabelnieuwszenders – maar zij niet alleen – stoken de vuurtjes nog op. Wakkeren elke dag de controverse aan. Toen Trump zich netjes ‘gedroeg’ in Zuid-Korea en dus geen uitspraken deed over vuur of furie tegenover Noord-Korea, hoorde ik ankerman Don Lemon tijdens CNN Tonight de discussie oppoken: “Vreemd toch dat Trump dit keer niet over "Rocket Man" Kim sprak”. Hij legde deze belangwekkende vraag voor aan zijn panel. Really?

    Uit vernedering worden drama's geboren

    Kijk, Donald Trump is Amerikaans president, maar is diep vanbinnen een hoogst onzekere man die op zoek is – zoals zovelen van ons – naar respect en waardering. Als je zo’n man, met die natuur, blijft afschilderen als een idioot, een domme kloot, een onbelezen kerel en ongeschikt voor het ambt, dan krijg je dus vuur en furie. Hoe meer dat gebeurt, hoe meer zijn basis hem zal steunen, en hoe harder Trump zal terugslaan van de weeromstuit. “Never demean another person". Dat zou een leidraad in ons aller leven moeten zijn. Uit vernedering worden drama’s geboren. Trump zijn vader, Fred, was een bullebak, en dus is Donald het helaas ook geworden, als een soort overlevingsmodus. En zo gaat dat heen en weer, in een cyclus die nooit stopt. Iedereen vindt het grappig als Trump een "short fingered vulgarian" wordt genoemd. Maar dat helpt niet in een politieke discussie over beleid, waar het toch zou moeten over gaan. Het is amusement dat de geesten bezoedelt. Elkaar belachelijk maken als omgangsvorm.

    In essentie moet het niet altijd gaan over Trump

    Beleefdheid en een beetje beschaving in het debat, daar hoop ik al een jaar op. IJdele gedachte, vergeefse hoop. Er is aan alle zijden te veel arrogantie, die van het grote gelijk. Ik wil als correspondent niet behoren tot een van de twee clubs: de anti-Trumpclub, of de pro-Trumpclub. In essentie moet het niet altijd gaan over de man. We vergeten te vaak dat een president beperkte macht heeft. Het zou moeten gaan over wat hij doet of niet doet. Haal de emotie uit de discussie. Door al dat denken met de onderbuik is er geen autoriteit meer. Moreel gezag verdampt. In plaats van eeuwig te berichten over elke strapats van Trump, waarom spreken de Amerikaanse media niet méér over al die arme luizen in dit land? Over de pijn van het Amerikaanse bestaan? Want dat is de kern. Daarom zit ik hier, om over die Amerikanen te berichten. 

    Ik zag in ’t afgelopen jaar ook de terugkeer van het verzet, het georganiseerde protest. Burgerlijke verzetskernen, in een oceaan van onwetendheid en onverschilligheid. Dat zag ik de voorbije maanden: het ontwaken van een bewustzijn. Te beseffen dat democratie zelden vanzelfsprekend is, dat traagheid en drempels in de besluitvorming juist een bewijs zijn van democratie. We zijn dat wat vergeten geraakt, verwend als we zijn door elke (gratuite) mening die we mogen uiten. Ik zag roepende Trumpisten. Ik zag roepende progressieven. Ik zag wapenfreaks gedijen. Ik zag een Sikh burgemeester worden van Hoboken, New Jersey. Ik zag de eerste Vietnamees-Amerikaan verkozen worden in een staatsparlement. 

    Het is zenuwslopend om in deze tijd journalist te zijn, voortdurend krijg je verwijten naar je hoofd geslingerd

    Het is zenuwslopend om correspondent te zijn – journalist tout court – in deze tijd. Voortdurend krijg je verwijten naar je hoofd geslingerd. Voortdurend moet je pendelen van de ene echokamer naar de andere. Je zwerft tussen zwart en wit, tussen voor en tegen. Het is moeilijk in het midden van de weg te rijden, want daar word je weggemaaid door auto’s van alle kanten. Als correspondent moet je de ruit breken die tussen jezelf en die verschillende denkwerelden zit. Zoals Mario Vargas Llosa ooit schreef: “Journalist zijn is altijd ergens vreemdeling blijven, je ergens bevinden zonder er je te bevinden, ergens zijn maar ook niet zijn.” Zo is het echt. Het is een eenzame baan, in feite. 

    Ik heb in mijn eerste Trumpjaar geprobeerd om empathischer te worden, meer begrip op te brengen voor zaken en levens die de mijne niet zijn, die niet tot mijn eigen wereld behoren. Daarom ben ik hier ook ontzettend graag. Je ontwricht jezelf voortdurend, je moet jezelf voortdurend een hak zetten, je moet je denken en je begrip geregeld bijsturen. Ik ben het in dat opzicht helemaal eens met de New Yorkse filosofe Martha Nussbaum: als je een goed mens wilt zijn, moet je een openheid ontwikkelen tegenover de wereld. Je moet proberen elk leven, en elk argument, te begrijpen als een complex verhaal van menselijk proberen in een wereld vol hindernissen. Je zou het mededogen kunnen noemen. 

    De journalistiek gaat al te gedwee mee in elke nieuwe controverse van de dag. Ja, ook ik, heel geregeld.

    Zoals de journalistiek eigenlijk het koelwater zou moeten zijn tegen de hitte van de dag, tegen het populistische vuur dat zich razendsnel uitbreidt. Zo zou het eigenlijk moeten. Maar in de praktijk gaat de journalistiek al te gedwee mee in elke nieuwe controverse van de dag, vrees ik. Ja, ook ik, heel geregeld. 

    Soms veroorzaken controverses een onstopbare lawine. Kijk naar filmproducent Harvey Weinstein. Terecht is de man aangeklaagd voor zijn jarenlange misdadige, grensoverschrijdende seksuele gedrag tegenover tientallen actrices. Onder de Twitterhashtag #metoo werden vervolgens tientallen filmgrootheden, politici en andere hoogvliegers van hun voetstuk gehaald: Kevin Spacey, Ben Affleck, Louis C.K., Dustin Hoffman, Steven Seagal en nog heel vele anderen. It’s over, guys. Elke dag verschijnt een nieuwe naam. De kracht van sociale media. Voor een groot deel is dit een gezond afrekenen met een onverwerkt verleden. Maar soms lijkt het ook een beetje op het hysterische doorslaan van de slinger. De openbare schandpaal op Twitter. Daar lijkt het bij momenten op een heksenjacht. Het laat naast een gevoel van opluchting (geen misdaad moet onbestraft blijven na een degelijk onderzoek) ook een wrang gevoel achter. Carrières worden soms – zonder onderzoek - door één social media post op Twitter verwoest. 

    2017 Getty Images

    We leven in een tijd van nieuwe brandstapels

    We leven in een tijd van nieuwe brandstapels, en beseffen het amper. Ook dat was voor mij opvallend in het afgelopen jaar: de terugkeer van de inquisitie in zowat alle domeinen. Het is lastig om als rustige vrijdenker overeind te blijven in zo’n klimaat. Een mens als ik moet vele bronnen hebben, elkaar tegensprekende bronnen, verschillende denkstijlen kunnen horen en zien en spreken.  Zoals Leo Hellemans, oud-baas van de VRT,  onlangs op de radio vertelde, in zijn dagboek: "Een journalist moet ook zijn eigen dissident durven te zijn". Auch! Lastig, aan zelfbevraging doen. Maar ik vrees dat het zal moeten. Nadenken is stilstaan bij de dingen.

    Intussen is het natuurlijk intellectueel nogal lui om in de moreel hoogstaande hoek te blijven zitten en toe te kijken naar het zogezegde domme plebs. Ik heb veel zulke mensen ontmoet hier: they don’t have a clue. De ene helft van Amerika weet bij god niet hoe de andere helft leeft. Hoe veel etter er nu rond stroomt: de ongelijkheid tussen rijk en arm, de gruwelijk slecht georganiseerde gezondheidszorg voor wie het niet kan betalen, het bedroevende gebrek aan kennis over geschiedenis en aardrijkskunde. 

    In mijn appartementsgebouw schakelen ze mij bij aperitiefjes en etentjes tegenwoordig in als chroniqueur van – notabene - hun eigen land. They don’t have a clue. Ze hebben geen idee. Maar er is tegelijk zo’n grote nieuwsgierigheid, zo’n honger naar begrijpen. Daarom zit ik hier dus, om kanarie in de koolmijn te zijn. U bent daar, ik ben hier. En u verwacht terecht van mij dat ik uw paar ogen en oren ben in de VS. Dat ik ook probeer te vatten wat met het blote oog niet meteen zichtbaar is. Maar traagheid in de waarneming is in deze snelle tijd moeilijk. 

    De grote Amerikanen antwoorden meestal niet op interviewverzoeken. Ze geven geen moer om Belgen.

    De Amerikanen maken mij het werken zeker niet gemakkelijk. Toch is de kleine Amerikaan een lust om te interviewen. Ze willen altijd. Ze praten graag. Zelfs de mensen in de grootste ellende vertellen enthousiast hun verhaal. Ze dammen zichzelf niet in, ze geven zich totaal. Ik dank hen voor die gastvrije openhartigheid. De grote Amerikanen - de politici, de elite, de journalisten -  die doen vaak bijzonder moeilijk. Op interviewverzoeken antwoorden ze meestal gewoon niet (soms probeer je tien keer, en nog word je genegeerd). Bernie Sanders: antwoordt nooit. Rachel Maddow: nooit. Chuck Schumer, mijn senator uit New York: antwoordt nooit. Ted Cruz: niet. Steven Bannon: niet. Kamala Harris: vergeet het. De sterren geven geen moer om Belgen. Dat is lastig, vervelend. Soms lukt het wél een keer, maar altijd via een speciale connectie. Nancy Pelosi sprak alleen maar met mij omdat ik haar schoonzoon kende. En toen zelfs dat niet werkte, kreeg ik onverwacht geluk: haar dochter, Alexandra Pelosi, dwong de persman om voor mij een afspraak met haar moeder te maken. Dank u, Alexandra Pelosi. 

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Toch zal ik blijven proberen om in het komende jaar ook de president te interviewen. Ik wil weten wat Donald J. Trump drijft, en waarom hij zo boos is. En of dat echt is, of gespeeld. En ik deel met Dan Rather die ene vraag die brandt op de lippen, als dat de enige zou zijn die ik Donald Trump zou kunnen vragen: “Mr. President, what are you so afraid of?”