Meest recent

    Jongeren en mobiliteit: vanaf 25 jaar primeert koning Auto

    Het gebruik van de auto piekt vanaf 25 jaar. Dat stelt mobiliteitsclub VAB vast na een rondvraag bij 18- tot 30- jarigen. Tot de leeftijd van 24 combineren jongeren allerlei vervoersmiddelen, zoals openbaar vervoer en de fiets. Maar dat verandert eenmaal er een vaste job is, vaak ook met bedrijfswagen, en een gezin gesticht wordt. Er is dus niet zoiets als een mentaliteitsverandering bij de nieuwe generatie.

    Mobiliteitsclub VAB wilde weten hoe jongeren vandaag de dag omgaan met mobiliteit: welke keuzes maken ze? Ze liet het onderzoeksbureau Ipsos een online enquête uitvoeren bij 1.150 jongeren tussen 18 en 30 jaar, niet enkel VAB-leden. De leeftijd van 25 jaar blijkt een kantelpunt. Richting auto.

    Autobezit

    In de groep van 18 tot 24 jaar heeft 42 procent van de mensen met een rijbewijs een eigen wagen, in de groep van 25 tot 30 jaar stijgt dit tot 72 procent. Zeven op de tien jongeren in die hogere leeftijdscategorie zeggen zich geen leven zonder wagen te kunnen voorstellen.

    VAB ziet de belangrijkste verklaring in het hoge aandeel bedrijfswagens. Maar liefst 19 procent van de 25- tot 30-jarigen heeft een bedrijfswagen. Een stijging van 17 procent tegenover de jongere leeftijdsgroep en een hoger percentage dan bij oudere generaties.

    Autogebruik

    Hoe ouder we worden, hoe minder vlot we verschillende vervoersmiddelen met elkaar lijken te kunnen combineren. De 18- tot 24-jarigen kiezen voor een sterke mix, met autodelen (meerijden als passagier) (81 procent), openbaar vervoer (72 procent) en te voet gaan (53 procent) als belangrijkste opties.

    Vanaf 25 jaar verandert dat drastisch. Het autogebruik piekt: 42 procent rijdt jaarlijks meer dan 15.000 kilometer, het gebruik van openbaar vervoer gaat sterk achteruit, ongeacht het al of niet beschikbaar zijn. VAB vindt de groei van het autogebruik daar zó uitgesproken dat ze zich de vraag stelt of er geen sprake is van overconsumptie.

    VAB ziet een verklaring in het feit dat veel meer 25-plussers zich op de arbeidsmarkt begeven en een eigen gezin beginnen te stichten of alleen gaan wonen, waarbij ze een eigen wagen noodzakelijk vinden.

    VAB: "Onvoldoende besef hoe bepaalde keuzes een invloed hebben op mobiliteit"

    "Bij jongeren tot 24 jaar zien we wat wij noemen een goede mobiliteitsmix", zegt VAB-woordvoerder Maarten Matienko, in de "De ochtend" op Radio 1. "Zeven op de tien jongeren studeren nog voort, bewegen zich meer in een stedelijke omgeving waar veel alternatieven voorhanden zijn. Ze combineren verschillende vervoersvormen. Het ideale plaatje waar mobiliteitsexperts het erover eens zijn dat dat de toekomst is."

    Op 25 jaar verandert dat. "Deze mensen gaan werken, gaan elders wonen, een gezin stichten. Ze worden dus actiever, maar je ziet tegelijk ook dat hun interesses en prioriteiten anders gaan liggen. Als je verder van openbaar vervoer gaat wonen, sluit je dat alternatief uit. Als je verder van je werk gaat wonen, sluit je bijvoorbeeld de fiets als woon-werkverkeer uit. Ze krijgen plots veel minder interesse in die mobiliteitssturende aspecten."

    "Ze bezitten, kopen of krijgen een wagen, en dat zie je ook in het aantal kilometers dat gereden wordt, dat begint ook te pieken. 42 procent rijdt meer dan 15.000 kilometer per jaar, het hoogste van alle leeftijdscategorieën. Voor andere vervoersmiddelen is veel minder interesse."

    Een negatieve evolutie, zegt Matienko, een keuze die leidt tot nog meer files, verkeersdoden, vervuiling... "Men beseft niet voldoende hoe bepaalde keuzes een invloed hebben op mobiliteit. Je merkt nog altijd dat mensen denken dat de overheid verantwoordelijk is voor de files en dat zij het maar moet oplossen. Terwijl we het samen moeten doen."